Tentoonstelling Nog geen twee jaar nadat hij zijn laatste modeshow heeft gegeven, heeft Dries Van Noten in Venetië zijn Fondazione Dries Van Noten geopend. In zijn debuuttentoonstelling combineert hij mode met kunst en design.
De tentoonstelling 'The Only True Protest is Beauty' van Dries Van Noten is te zien in het Palazzo Pisani Moretta.
Het is nog geen twee jaar geleden dat Dries Van Noten (1958) zijn allerlaatste modeshow gaf. Je zou denken: na zo’n lange en intensieve carrière als hij had ben je toe aan een jaartje of wat rust. Maar nee: vorige week opende in het Palazzo Pisani Moretta, een 40.000 meter groot paleis aan het Canal Grande in Venetië, de openingstentoonstelling van de Fondazione Dries Van Noten, een culturele instelling die zich richt op craftsmanship, een woord dat zich lastig in het Nederlands laat vertalen; ambacht is te breed, handwerk klinkt te tuttig, kunstnijverheid een beetje gedateerd. In de woorden van Van Noten: „Dingen die gemaakt zijn met je handen, met je hart, met je hersens, de dingen die je als mens kunt maken”: mode, keramiek, sieraden, meubels, glaswerk, maar ook muziek, theater, eten. Vaardigheden, kortom, die vaak worden bedreigd door de opkomst van AI.
The Only True Protest is Beauty, zoals de tentoonstelling heet, is samengesteld door hemzelf en Geert Bruloot, die tentoonstellingen heeft gemaakt voor modemuseum MoMu in Antwerpen en veel met Van Noten samenwerkt. In oktober gaat het palazzo zestien maanden dicht voor renovatie en zullen de activiteiten tijdelijk op een andere locatie in Venetië worden voortgezet.
Dat de Fondazione Dries Van Noten in Venetië zit, is een beetje toeval: Van Noten en zijn man Patrick Vangheluwe logeerden er bij vrienden, raakten gecharmeerd van de stad (geen auto’s, een levendige en jonge creatieve scene) en vonden er een geschikte ruimte. Palazzo Pisani Moretta werd gebouwd in de vijftiende eeuw, de inrichting is nog bijna helemaal die van de weduwe Chiara Pisana uit de jaren veertig van de achttiende eeuw: met zijde beklede en marmeren muren, ingelegde stenen vloeren, beschilderde plafonds, tafels en stoelen in rococo-stijl, spiegels met krullerige goudkleurige lijsten en zoveel schilderijen dat Van Noten en Vangheluwe ze niet hebben durven te tellen. Het stond al twaalf jaar te koop; omdat de inrichting intact moet blijven kan er bijna niets aan worden veranderd.
Palazzo Pisani Moretta
Craftsmanship is een onderwerp dat bij Van Noten past; hij heeft altijd gewerkt met mooie stoffen, bijzondere prints, handgemaakte borduursels, zijn pakken en jassen waren voortreffelijk gesneden. Maar zijn fondazione is, anders dan bijvoorbeeld het modemuseum dat wijlen Giorgio Armani voor zichzelf oprichtte in Milaan en waar alleen diens eigen kleding te zien is, niet bedoeld om het door hem opgerichte modehuis te promoten maar, zoals dat heet, iets terug te doen, anderen in het zonnetje te zetten.
Tot en met 4 oktober 2026, Fondazione Dries Van Noten, Venetië. Zie: fondazionedriesvannoten.org
In de openingstentoonstelling is dan ook niets te zien dat door Van Noten of zijn opvolger Julian Klausner is ontworpen. De mode die is opgesteld, is bijna uitsluitend van Christian Lacroix en Comme des Garçons. De eerste blies in de jaren tachtig de haute couture nieuw leven in met zijn barokke ontwerpen. Hij is al jaren niet meer actief als modeontwerper, maar werkte met Van Noten samen voor de vrouwencollectie voor voorjaar 2020, een collectie die door Covid niet de aandacht kreeg die zij verdiende.
Van het invloedrijke Japanse avant-gardemerk Comme des Garçons staan uitsluitend catwalkontwerpen uit de vrouwencollecties opgesteld: niet per se draagbaar, meestal niet eigenlijk, wel uitgesproken van vorm en materiaal. Het contrast met de sprookjesachtige, naar het verleden verwijzende mode van Lacroix kan bijna niet groter zijn, maar in de rijke zalen, stuk voor stuk zelf al indrukwekkende voorbeelden van craftsmanship, gaan ze wonderwel samen. Daarbij staan beelden, vazen, sieraden, meubels en andere objecten van vaak jonge en/of vrij onbekende makers.
Soms levert dat een elkaar versterkende combinatie op, zoals bij een monumentale synthetische jurk van Comme des Garçons, een strapless jurk van Lacroix met een rok van veren en een witte ‘verensculptuur’ van Kate McGuire, opgesteld voor witte gordijnen en onder kristallen kroonluchters: sprookjesachtig, maar niet zoet. De barokke, goudkleurige trouwjurk van Lacroix en de uit ‘afval’ samengestelde ‘tafel’ van de Amerikaanse kunstenaar Misha Kahn vormen juist door het contrast eveneens een interessant duo.
Een monumentale synthetische jurk van Comme des Garçons, een strapless jurk van Lacroix met een rok van veren
Maar de expositie maakt ook duidelijk dat craftsmanship niet per se een gemakkelijk thema is. In kleine video’s in de zalen wordt het maakproces achter verschillende objecten uitgelegd, maar wat de aandacht trekt zijn toch de objecten zelf, en die blijven geregeld achter. Zie bijvoorbeeld het met financiële hulp van de fondazione uitgevoerde L’Échiquier des Songes, het centrale werk in een van de bovenste zalen. Een zeer rijkelijk bewerkt en gedetailleerd schaakbord met nog rijkelijker bewerkte, gedetailleerde stukken van vulkanische steen en goud met een geborduurde zijden werkende grijparm erboven die vastzit aan een constructie waarop ook weer figuren zitten. Ongelooflijk knap gemaakt door de pas 23-jarige goudsmid Joseph Arzoumarov, die er het verhaal van zijn Russisch-Franse familie mee wil vertellen, maar dat maakt het nog niet tot een goed of interessant werk.
De titel van de tentoonstelling is afkomstig uit een nummer van protestzanger Phil Ochs (1940-1976). De eerste helft van de zin, „In these ugly times”, liet Van Noten weg. Maar dat wil niet zeggen dat hij blind is voor de actualiteit. De enige modeontwerper die naast Rei Kawakubo van Comme des Garçons en Lacroix is vertegenwoordigd, is de jonge, in Londen opgeleide Palestijnse modeontwerper Ayham Hassan, van wie onder meer een mantel met traditionele borduursels staat opgesteld, gemaakt met hulp van zijn moeder die in Gaza woont. Het zal niet toevallig zijn dat hij de enige deelnemer is van wie een quote op de expositie hangt: „Je kan niet alleen rouwen. Je overleeft niet als je blijft rouwen. Daarom doet schoonheid ertoe, daarom doet mode ertoe.”
Detail van L’Échiquier des Songes