In zo’n drie dagen tijd stonden vorige week tientallen natuurgebieden in brand. Nederland schakelde, voor het eerst ooit, buitenlandse hulp in om het vuur te bestrijden. Vier conclusies na een week vol natuurbranden.
De branden waren niet uitzonderlijk qua omvang, maar wel in aantal
Geen van de branden van vorige week was de grootste ooit in Nederland. Dat blijft de Peelbrand van 2020. Toen ging een natuurgebied van zo’n 800 hectare in vlammen op, gelijk aan 1.300 voetbalvelden. Het deel van het militaire oefenterrein dat vorige week vlam vatte in ’t Harde was ongeveer half zo groot; de getroffen gebieden op de Oirschotse Heide en in Weert waren nog enkele malen kleiner.
Hoewel de oppervlakte van branden samen niet zo groot was als in 2020, was er toch sprake van een unieke situatie. Dit kwam doordat er vorige week naast de bovengenoemde drie nog tientallen andere branden woedden. In drie dagen tijd stond op 75 plekken een stuk natuurgebied in brand, een scenario dat in Europa doorgaans alleen landen in het Middellandse Zeegebied treft.
‘Het was een unieke situatie, met zoveel branden tegelijkertijd’, zegt Edwin Kok. Als Landelijk Coördinator Natuurbrandbeheersing van het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) hield hij vorige week het overzicht over alle natuurbranden, en welke eenheden waar werden ingezet.
De Nederlandse brandweer kon het voor het eerst niet alleen
Vanwege de veelheid aan branden kwam de brandweer vorige week in de problemen, zegt Kok. ‘Het was absoluut spannend. Eén grote brand is al lastig om te blussen. Wanneer er meerdere tegelijkertijd zijn, moet je keuzes maken. En ook als de grootste vlammen zijn gedoofd, is er nog capaciteit nodig om te voorkomen dat branden opnieuw oplaaien.’
Ondanks het feit dat de brandweer al jaren waarschuwt voor de gelijktijdigheid van branden, zijn de middelen om deze te bestrijden beperkt. Zo heeft de brandweer slechts één helikopterteam ter beschikking, en twee zogenoemde handcrews: teams die te voet brandbare stoffen weghalen uit de brandende natuurgebieden. Zowel het helikopterteam als de handcrews waren op dinsdag ingezet in ’t Harde, toen een dag later brand uitbrak in zowel Brabant als Limburg.
De limiet van de brandweer werd toen bereikt, zegt Kok. En dus vroeg Nederland zijn internationale partners om hulp – voor het eerst. ‘Drie grote branden, weersomstandigheden die niet gingen verbeteren, en we waren redelijk door de middelen heen.’ Frankrijk, Duitsland en België schoten te hulp. De samenwerking met de buitenlandse korpsen verliep ‘hartstikke goed’, concludeert Kok.
De brandweer was (en is) onvoldoende voorbereid
Het kwam niet als een verrassing dat Nederland het niet alleen redde. Eind vorig jaar concludeerde de Inspectie Justitie en Veiligheid in een rapport dat de brandweer tegen zijn grenzen aanloopt. De dienst zou onvoldoende voorbereid zijn op ‘grote, gelijktijdige of langdurige incidenten’ als natuurbranden. Kok voorziet alleen maar meer problemen in de toekomst. ‘Door klimaatverandering krijgen we niet alleen vaker periodes van droogte, maar ook meer en intensere branden.’
Volgens Kok zijn niet alleen investeringen in de brandweer nodig, maar ook maatregelen van natuurbeheerders en omwonenden. Kok somt op: ‘Wissel brandbare vegetatie af met minder brandbare, laat campingeigenaren ontruimingsplannen opstellen, zorg ervoor dat mensen die in het bos wonen voorkomen dat het droge gras te hoog wordt. Kortom: tref maatregelen voordat de brand uitbreekt. De afgelopen week heeft wel weer bewezen dat dat nodig is.’
De regen biedt nu verlichting, maar waakzaamheid is geboden
Dankzij de regenval van afgelopen dagen hebben verschillende veiligheidsregio’s het waarschuwingsniveau voor natuurbranden maandag afgeschaald. Zo is in Zeeland, Limburg en delen van Noord- en Zuid-Holland fase 1 weer van kracht, het laagste niveau.
Toch waarschuwen experts dat het gevaar nog niet is geweken. In gesprek met het ANP wees onderzoeker Gerbert Roerink van Wageningen University & Research er afgelopen weekend op dat in Wageningen tot zondagochtend zo’n 6 centimeter regen was gevallen. ‘Dat verdampt binnen één à twee dagen, en dan zit je weer met dezelfde situatie.’
Volgens Roerink is langdurige regenval nodig voordat de bodem vochtiger wordt, omdat een droge bodem minder snel water opneemt. Een blik op de weersverwachting voor de komende dagen stemt nog niet erg hoopvol. ‘Het wordt niet zo zonnig en droog als afgelopen week, maar echt nat wordt het ook niet. We moeten absoluut alert blijven’, aldus Roerink.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant