Weiss zet zich in voor de verbinding tussen bevolkingsgroepen.
In haar toespraak tijdens de Nationale Dodenherdenking op de Dam vertelde Lalla Weiss, die zich al sinds 1989 inzet voor de herdenking van de vijfhonderdduizend Sinti en Roma die in de Tweede Wereldoorlog werden omgebracht, over haar vader. Hannes Weiss heette hij, en hij werd getekend door zijn traumatische ervaringen tijdens de oorlog. „Aan mijn moeders kant keerden vierentwintig familieleden niet terug uit de concentratiekampen, aan mijn vaders kant tweeëntwintig.”
Weiss sprak op de Dam over een van haar vroegste herinneringen. „Heel vroeg in de ochtend schrok ik wakker. Mijn vader schreeuwde: ‘opstaan’!” Buiten moesten zijn zeven kinderen op een rij staan en drukte Weiss’ vader ze op het hart dat ze zich, desnoods gewapend, moesten verdedigen als de situatie weer zou worden zoals in de nazitijd. „Zeven kindsoldaatjes op een rij, nooit op de plaats rust, nooit rust.”
Inmiddels begrijpt Weiss beter waaróm haar vader dat deed, zei ze. „Zijn gezin mocht niet willoos worden weggevoerd, alleen vanwege onze afkomst.”
Weiss zet zich in voor verbinding tussen bevolkingsgroepen, vertelde ze maandagavond op de Dam. „Want dat is de les die ik uit de geschiedenis trek: het belang van verbinden en wederzijds respect.” Zodat de Dodenherdenking op 4 mei een „herinnering aan een ver verleden wordt. Een herinnering die wij nooit mogen vergeten, maar die voor haar hopelijk nooit bewaarheid wordt.”