Home

Onderzoek onthult grootschalig geweld tegen verdachten van collaboratie na WOII: ‘Je wordt er misselijk van’

Een archief met tot nog toe onbekende verhoren werpt nieuw licht op misstanden in Nederlandse interneringskampen voor verdachten van collaboratie en oorlogsmisdaden. ‘Er vonden méér mishandelingen plaats in méér kampen, en er waren méér mensen bij betrokken.’

is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincies Utrecht en Flevoland.

In een onlangs ontsloten archief zijn duizenden pagina’s gevonden met verslagen van verhoren van mensen die gevangen hebben gezeten in een van de honderden interneringskampen die na de bevrijding haastig waren opgetuigd.

Die verhoren werden in 1949 en 1950 afgenomen in opdracht van een parlementaire enquêtecommissie die het Nederlandse regeringsbeleid tijdens de oorlogsjaren onder de loep nam. Onderdeel daarvan was ook een uitgebreid onderzoek naar misstanden in kampen.

Het onderzoek, uitgevoerd door Arnaud Marie baron van Tuyll van Serooskerken, leverde schokkende getuigenissen op over mishandelingen, seksueel geweld en moorden door bewakers. Ook stierven in de kampen tientallen mensen aan infectieziekten. Toch werden die getuigenissen nooit gebruikt waarvoor ze bedoeld waren: waarheidsvinding.

‘Dit was een vreemde gang van zaken, en de achterliggende redenen zijn nooit opgehelderd’, schrijft historicus Ewoud Kieft in een artikel dat dinsdag wordt gepubliceerd op de website van het Niod, het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies.

Kieft, die als onderzoeker bij het Niod werkt, schrijft dat Van Tuyll in zijn eindverslag van 9 oktober 1950 ‘geen enkele melding’ maakte van het bestaan van de enorme hoeveelheid bronmateriaal. ‘Het rapport wekte eerder de indruk dat het nauwelijks was gelukt om iets te achterhalen.’

Hoe kwam u die verhoren op het spoor?

‘Ik zocht bij het Nationaal Archief naar informatie over een mishandeling in Kamp Vught. Tussen de zoekresultaten verschenen ook documenten uit het archief van Van Tuyll. Dat bleek in 2023 openbaar gemaakt. Ik heb direct alles aangevraagd.’

Was dat veel?

‘Het bleken twee karren met dozen vol documenten. In die dozen zaten de verslagen van de verhoren, verslagen die befaamde onderzoekers als Loe de Jong en Guus Belinfante nooit onder ogen hadden gehad. Nou, dan krijg je als onderzoeker wel een adrenalinestoot. Het meeste materiaal was nooit onderzocht.’

Wat is het belang van dit archief?

‘Als een oorlog voorbij is, verdwijnt het geweld niet meteen. Vaak zijn er gewelddadige vergeldingen, er is sprake van eigenrichting. Maar in Nederland bestond het beeld dat de democratische rechtsstaat vrij snel werd hersteld na de Tweede Wereldoorlog, onder meer door heel snel heel veel mensen op te pakken die verdacht werden van collaboratie. Uit dit archief blijkt dat het geweld ook hier niet direct verdween. Alleen vond het plaats achter de muren van de interneringskampen.’

Dat er mishandelingen plaatsvonden in de interneringskampen was wel bekend. Wat voegt dit nog toe?

‘Dat zit hem allereerst in de reikwijdte: er vonden méér mishandelingen plaats in méér kampen, en er waren méér mensen bij betrokken. Er zijn ook veel meer mensen in het wilde weg doodgeschoten. Voorheen was het beeld dat het om incidenten ging, en dat er tussen de bewakers een paar rotte appels zaten. Maar nadat ik ongeveer tweehonderd van de vijfhonderd verhoren heb doorgelezen, durf ik wel te stellen dat het geweld structureel was. Alleen als ergens een consciëntieuze kampcommandant zat, iemand die geweld afkeurde, ging het goed. Maar dat waren de uitzonderingen.’

‘Daarnaast zit de kracht van dit archief in de enorme hoeveelheid details. Uit de verhoren blijkt bijvoorbeeld hoe de gevangenen precies werden gemarteld. De vindingrijkheid is indrukwekkend. Je wordt misselijk van het sadisme.’

Noem eens iets wat u is bijgebleven.

‘Vaak genoemd is het ‘grammofoonplaatje draaien’. Daarbij moesten gevangenen met één vinger op de grond en de ander in het oor zo snel mogelijk rondjes draaien. Ondertussen kregen ze klappen. Op een zeker moment moesten ze stoppen en in de houding gaan staan. Dat lukte natuurlijk niet, omdat ze duizelig waren. Dan kregen ze meer klappen.

‘Er zijn ook verhalen van menstruerende vrouwen die naakt en bloedend moesten rondlopen. Bewakers verscheurden soms de enige foto die iemand bezat van zijn of haar kind. En zwangere vrouwen werden in hun buik geslagen: dat was niet erg, want ze waren door een Duitser bevrucht.’

U trof ook veel voorbeelden aan van seksueel geweld.

‘Klopt. Om vrouwelijke ex-gedetineerden te ondervragen, had Van Tuyll een gepensioneerde hoofdinspectrice van de politie aangesteld: Johanne van Schilfgaarde. Zij deed haar werk heel subtiel. In het begin van een verhoor wilden veel vrouwen niets zeggen over het seksueel geweld, maar later begonnen ze toch te vertellen, bijvoorbeeld hoe ze seks hadden in ruil voor een paar boterhammen. Blijkbaar ontstond er tijdens die gesprekken een vertrouwensband.

‘De vrouwen zeiden aan het einde van het verhoor vrijwel allemaal dat ze niet wilden getuigen tegen de betreffende bewakers als er nog een zaak zou komen. Dat is wel tekenend voor seksueel geweld, ook nu nog: hoe het altijd maar onbestraft blijft, onder de oppervlakte blijft.’

Destijds klonken er al geluiden dat de Nederlanders niet veel beter waren dan de nazi’s. Hoe kijkt u daarnaar?

‘Dit was vaak de redeneertrant van collaborateurs. Door te wijzen naar het geweld van de Nederlandse bewakers, probeerden ze te bewijzen dat de Nederlandse kampen net zo erg waren als de Duitse, en dat de Nederlandse regering dus geen recht had hun keuze voor het nazisme streng te veroordelen. Ze vergaten dat het geweld in de Duitse kampen van bovenaf was opgelegd, en door de regering niet werd ingetoomd. De nazi’s hadden tot doel de Joden uit te roeien. De Nederlandse regering probeerde het geweld wel degelijk in te dammen, alleen lukte dat niet.’

Bovendien moesten die interneringskampen met grote spoed worden opgetuigd na de bevrijding.

‘Inderdaad. Ik las ergens in een overheidsdocument dat ze kampten met een tekort van veertigduizend bewakers. Dat heb ik niet kunnen verifiëren, maar het zegt wel iets. Ze hadden ook geen strozakken voor de gevangenen om op te slapen. De basale logistiek haperde. Als je dat beseft, snap je ook waarom dit niet goed controleerbaar was.’

Waarom was er zoveel geweld in de kampen? Ging het om wraak?

‘In specifieke gevallen kunnen we dat vrij zeker stellen, als het geweld zich richt op notoire oorlogsmisdadigers of ambtsdragers, zoals een NSB-burgemeester. Waarom andere gevangenen mishandeld werden, blijft gissen. Ik ben weinig verklaringen van bewakers tegengekomen. Dat maakt het lastig motieven aan te wijzen.

‘Wat vermoedelijk meespeelt, is dat de samenleving geweld tegen collaborateurs vlak na de oorlog niet en masse veroordeelde. Binnen de muren van zo’n kamp, zo’n soort morele vrijplaats vol verdachten van collaboratie, vinden dan al gauw excessen plaats.

‘Een andere factor: het bewakingspersoneel bestond voor een groot deel uit de zogenoemde septemberridders: mensen die zich vanaf september 1944, toen de geallieerde overwinning onvermijdelijk leek, bij het verzet hadden gemeld. Zij bezaten een zekere geldingsdrang. Maar daar moeten we nader onderzoek naar doen.’

Tot slot: waarom denkt u dat Van Tuyll het bestaan van de verhoren in zijn eindrapport aan de parlementaire enquêtecommissie heeft verzwegen?

‘Daar heb ik allerlei gedachten over, maar als verantwoordelijke historicus moet ik zeggen: daar is geen bewijs voor.’

Waar doelt u dan op?

‘Nou ja, misschien had Van Tuyll het gevoel dat mensen binnen de ministeries het er liever bij wilden laten. Het was 1950, en er was toen in de politiek heel wat aan de hand, met de onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië, waar Nederland heel gewelddadig optrad. En we weten ook hoe regeringen vaak omgaan met vuile was, dus het zou gek zijn om het scenario van een doofpot niet te overwegen. Maar goed, ik weet het dus niet. Misschien vind ik het antwoord ooit in oude regeringsstukken.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next