Home

Militairen kunnen drones shoppen op nieuwe marktplaats van Nederlands bedrijf Intelic

Het Nederlandse bedrijf Intelic heeft een marktplaats opgezet waar Europese defensieministeries drones kunnen vergelijken en aanschaffen. Het platform moet meer overzicht scheppen en tegelijkertijd garanderen dat de drones met elkaar kunnen samenwerken.

Het platform Base werd maandag door Intelic aangekondigd als een middel om de Europese soevereiniteit te versterken. Dat doet het doordat voor missieklare drones ‘inkooptrajecten aanzienlijk worden verkort’. Vrij vertaald: een leger dat snel drones nodig heeft, kan hier de benodigde spullen kopen. Alle aangeboden drones hebben zich in de praktijk bewezen.

De oorlog in Oekraïne heeft duidelijk gemaakt dat voor een langdurig gevecht grote aantallen drones onontbeerlijk zijn. Aanvankelijk werden de onbemande vliegtuigjes vooral ingezet voor verkenning, maar sinds de eerste hobbydrones met een handgranaat werden uitgerust zijn ze steeds dodelijker geworden. Van de gesneuvelde frontsoldaten is naar schatting 80 procent het slachtoffer van drones. De recentste drone is een type dat drones uit de lucht haalt.

Dat heeft tot een wildgroei aan dronefabrikanten geleid, niet alleen in Oekraïne maar ook in de rest van Europa. In Nederland zijn enkele tientallen bedrijven actief, waarvan sommige al duizenden drones voor Oekraïne maken.

Probleem is dat die drones vaak verschillende besturingssystemen hebben, en niet goed met elkaar kunnen samenwerken. De drones die op het platform worden aangeboden werken echter allemaal met Nexus, software van Intelic, die de verschillende besturingscommando’s omzet naar een gemeenschappelijke taal. Daardoor zijn ze gegarandeerd ‘interoperabel’: het toverwoord dat de versnippering van de Europese defensie-industrie moet oplossen.

Plug-and-play

Tot dusver gaat het meestal andersom: een ministerie koopt een drone, en moet daarna uitvogelen hoe die met een andere kan gaan samenwerken. Intelic lijkt met zijn alleen voor Nexus-drones toegankelijke marktplaats de positie van zijn Nexus-software te willen versterken. Volgens een woordvoerder zullen er in de toekomst ook drones worden aangeboden met software van andere bedrijven. ‘Maar die zal altijd compatibel moeten zijn met Nexus. Dat blijft het uitgangspunt, precies om die interoperabiliteit te garanderen.’ Plug-and-play, noemt hij dat: dan kunnen militairen er zo snel mogelijk mee aan de slag.

Op het platform zijn producten uit negen Europese landen te vinden: Nederland, Oekraïne, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Portugal, Letland, Luxemburg, Litouwen en Tsjechië. Vanuit Nederland zijn DeltaQuad, Acecore, Avy en Height Technologies aangesloten. Vooral de Oekraïense bedrijven denken in grote getallen: die produceren samen ruim 1,2 miljoen drones per jaar (drieduizend per dag). ‘Hun deelname onderstreept de diepgaande operationele ervaring en industriële capaciteit die het Oekraïense defensie-ecosysteem aan het consortium toevoegt’, zegt Intelic in een persbericht.

Intelic zelf lijkt in korte tijd een sleutelspeler te zijn geworden in het Nederlandse onbemande ecosysteem. Het bedrijf, in 2021 opgericht als Avalor AI, haalde de afgelopen jaren 2 miljoen euro op bij het defensie-investeringsfonds van Keen Venture Partners en en werd onlangs een ‘strategische partner’ van het Nederlandse ministerie van Defensie. Volgens een recent getekende intentieverklaring zou Nexus de kern moeten worden van alle onbemande systemen van de krijgsmacht.

Morele plicht

In een gesprek met de Volkskrant zei oprichter Maurits Korthals Altes, die als Delftse student een tijdje ook in Oirschot bij de landmacht werkte, het als ‘morele plicht’ te voelen soldaten goed uit te rusten. Geregeld reist hij af naar Oekraïne om dronefabrikanten te bezoeken of met miliairen te praten. ‘We zijn er om een netwerk op te bouwen en operationele kennis te verzamelen’, zegt Korthals Altes. ‘Voor onze technologie is de oorlog in Oekraïne een soort testgebied.’

Het Nederlandse ministerie van Defensie wil via het Actieplan Productiezekerheid Onbemande Systemen (Apos) de fabricage en ontwikkeling van drones stimuleren. Uit dat potje van 400 miljoen euro wordt onder meer de Quick Response Drone Facility gefinancierd, een vorig jaar geopende testplek bij het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) in Marknesse waar bedrijven nieuwe prototypes kunnen uitproberen. Ook worden er van dat geld duizend nieuwe ‘vliegende verrekijkers’ betaald die soldaten in hun rugzak moeten kunnen meenemen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next