Nederland vaardigt dit jaar performancekunstenaar Dries Verhoeven af naar de prestigieuze Biënnale in Venetië. Hij gaat het Rietveldpaviljoen in Venetië afsluiten met rolluiken, als een fort, waarin de bezoekers worden opgesloten. ‘Ik wil de dreigende duisternis invoelbaar maken.’
schrijft voor de Volkskrant over dans en (circus)theater.
Hoe zullen ze straks die officiële opening verrichten? Nemen koning Willem-Alexander en koningin Máxima een gereedschapskist vol ijzerzagen en schroevendraaiers mee naar de Biënnale van Venetië? Hoe krijgen ze anders die megagrote rolluiken open die het Nederlandse Rietveldpaviljoen op de grootste kunsttentoonstelling ter wereld straks hermetisch zullen afsluiten?
Gerrit Rietveld, eigenzinnig meubelmaker en architect, ontwierp het in 1954 geopende tentoonstellingsgebouw als slimme lichtmachine. Door de open ruimte van 16 bij 16 vierkante meter, met weinig binnenmuren en veel boven- en daklichten, valt het Italiaanse daglicht prachtig diffuus over de geëxposeerde kunstwerken.
Maar de komende zeven maanden hangen of staan in het Nederlandse paviljoen geen schilderijen, sculpturen of kunstobjecten. Het gebouw zelf vormt dit keer de kern van het kunstwerk, met die ratelende rolluiken én het intrigerende schaduwspel van gestaag invallende duisternis. Van woensdag tot en met zaterdag kunnen bezoekers ieder middaguur naar binnen. Onder hen bevindt zich een performer.
Zoiets onverhoeds krijg je als je een ontregelende kunstenaar en theatermaker als Dries Verhoeven (50) uitnodigt om Nederland te vertegenwoordigen op deze invloedrijke internationale kunstbiënnale. Samen met Rieke Vos (44), conservator hedendaagse kunst bij Teylers Museum in Haarlem, ontwikkelde Verhoeven het kunstwerk The Fortress. Of, in chic Italiaans, La Fortezza. Het modernistische monument van Rietveld sluit zich ieder uur volledig van de buitenwereld af. Bezoekers zitten tijdelijk opgesloten in een donker wordend fort. Binnen zullen performers voor verrassende ervaringen gaan zorgen – meer verklappen zou zonde zijn.
Ontregelend wordt het in ieder geval, belooft Verhoeven, die zelf tijdens repetities zijn adrenaline al voelt stromen. ‘Ik wil invoelbaar maken hoe de dreigende duisternis langzaam bezit van mensen neemt.’
Verhoeven (50), die werd geboren in Oosterhout en nu in Amsterdam woont, heeft naam gemaakt met controversiële installaties, performances en interventies in de publieke ruimte, vaak gepresenteerd op festivals. Hij veroorzaakt graag morele verwarring en zuigt toeschouwers ongemakkelijke situaties binnen, met beladen onderwerpen zoals drugsgebruik, chemseks, winkeldiefstal, arbeidsmigratie, angst voor terrorisme en vluchtelingenstromen.
Bij voorkeur confronteert hij publiek van dichtbij met optredens waarin performers ver gaan in voyeuristische situaties. Zo gluurde het publiek tijdens The NarcoSexuals (2022) door de ramen van een doorzonwoning, waarin zeven naakte performers een seksfeest verbeeldden. Verhoeven, zelf queer, onderzocht daarmee de relatie tussen drugsgebruik, de erfenis van de seksuele revolutie en de positie van homoseksuelen in een heteronormatieve maatschappij.
Het is voor het eerst dat het Mondriaan Fonds, dat de inzending van Nederland voor de Biënnale organiseert, voor performancekunst kiest. Opvallend: naast Nederland vaardigen ook België en Oostenrijk dit jaar performancekunstenaars af, respectievelijk Miet Warlop (48) en Florentina Holzinger (40). Ook een paar landen buiten Europa kiezen verrassend voor de interdisciplinaire kunstvorm performance, waarbij live-acties van kunstenaars het kunstwerk vormen.
‘Ik wil in Venetië geen hoogtepunten hernemen of een overzicht van mijn oeuvre tonen, al nodigt het aanzien van het evenement daartoe misschien wel uit’, zegt Verhoeven eind januari in een gigantische loods aan de rand van de weilanden rond Uithoorn. Naast hoge stellages met bouwspullen en decorstukken voor musicals liggen op de grond de kolossale rolluiken en roodbruine steunberen te wachten op verscheping naar Venetië. Wie niet beter weet, zou denken dat Verhoeven en Vos van plan zijn een enorme opslag of winkelcentrum te beveiligen tegen vandalen.
In de loods legt Verhoeven uit hoe uitdagend en tegelijkertijd problematisch hij de vermaarde Biënnale vindt, omdat het naast ‘de Olympische spelen van de hedendaagse kunst’ ook een prestigieus kunstfeestje is. Geëxposeerde kunstwerken stijgen na Venetië meestal in waarde.
‘Op de eervolle uitnodiging om Nederland te vertegenwoordigen reageer ik nu met een nieuwe installatie en performance, die samen ook de bedenkelijke kanten van de Biënnale inzichtelijk te maken. Het is geen neutrale plek. De Biënnale getuigt ook van eurocentrisme en westers superioriteitsdenken. In Venetië kom je altijd heel slim als eerste paviljoens tegen van landen uit Europa. Die liggen het meest strategisch.’
Waarna Vos aanvult: ‘De Biënnale presenteert zich als wereldforum waar alle kunstenaars even welkom zijn. Maar ondertussen wordt de status quo bevestigd. Nederland kan gebruikmaken van een monumentaal paviljoen, terwijl landen uit Azië, Zuid-Amerika en Afrika iedere editie weer een ruimte in de stad moeten zoeken. En dan hebben we het nog niet over de visumproblemen voor mensen die geen Europees paspoort hebben.’
De nationale paviljoens mogen dan voor een half jaar met open deuren naast elkaar staan, ondertussen trekken de landen erachter hun muren wel steeds verder op. Regimes herbewapenen zich, vallen elkaar aan, schenden mensenrechten en voeren een hard migratiebeleid. Dit jaar kondigt het tweejaarlijkse kunstevenement, dat meer dan een half miljoen bezoekers trekt, weer een Russische tentoonstelling aan. Daarmee lapt de Biënnale het Europese boycotbeleid aan zijn laars. Volgens de organisatie horen ‘censuur en uitsluiting niet bij kunst’. Maar Italië bepaalt wie welkom is.
Ook de deelname van Israël is controversieel. Vorige keer besloten de kunstenaar en curatoren het Israëlische paviljoen dicht te houden, zolang er geen bestand of staakt-het-vuren is of een overeenkomst over het ruilen van gijzelaars. Dit jaar wil Israël wel weer beeldhouwkunst laten zien. Je zou de morele twijfels over deelname aan de Biënnale kunnen vergelijken met discussies over het wel of niet meedoen aan de Olympische Spelen of WK’s in landen waar mensenrechten onder druk staan.
Verhoeven grijpt de kans om te laten zien dat ook de Biënnale reactionaire tendensen kent. ‘Ik wil een donkere sluier leggen over het zonnige optimisme dat Rietvelds modernistische monument uitstraalt. We ontnemen het paviljoen, ontworpen volgens zijn ideaal van openheid en transparantie, zijn lichtval en toegankelijkheid. De stalen sluier moet gaan werken als symbool voor het beschermen van onszelf ten koste van mensen van buiten. We hopen de dreigende duisternis van die gedachte invoelbaar te maken.’
Net als veel bij andere gebouwen op de twee hoofdlocaties – het Arsenale en de Giardini – is de modernistische bouwstijl van Rietvelds paviljoen geworteld in het geloof uit de vorige eeuw dat architectuur en stedenbouw een fundament kunnen leggen voor een betere, gezondere en rechtvaardigere samenleving.
Hun kunstwerk neemt de tegenstrijdigheden van de Biënnale zelf als uitgangspunt, zegt Verhoeven. ‘Een wereldorde uit vervlogen tijden waarin voormalige westerse grootmachten nog steeds een centrale positie denken in te nemen. Bij binnenkomst stuit je eerst op prominente paviljoens van Europese landen. Naar India en Nigeria is het lang zoeken. The Fortress is ook een werk over behoudzucht in het licht van toenemende geopolitieke onzekerheid. Europa als fictief fort. Wij Europeanen kijken met angst naar de toekomst en klampen ons vast aan wat vertrouwd voelt. The Fortress toont dat verlangen naar zelfbescherming en de instandhouding van een nostalgisch wereldbeeld.’
Vos vertelt dat het paviljoen, in korte tijd gerealiseerd tijdens de wederopbouwjaren van de vorige eeuw, last heeft van klimatologische veranderingen. ‘In het gebouw zie je scheuren en vochtplekken en gebroken ramen. Die worden meestal netjes wit gepleisterd, zodat het weer strak oogt. Maar wij zien in die scheuren een symboliek voor de teloorgang van de zonnige, optimistische blik. Achter de stralende façade gaan schaduwen schuil waarop we niet trots zijn: ons koloniale verleden, het afsluiten van grenzen en het gebrek aan lef om ons te verzetten tegen genocidale dictators.’
Zitten er niet ook scheuren en vochtplekken in ons denken, oppert Verhoeven. ‘Nederland blijft zich vastklampen aan het beeld van vooruitstrevende natie. We kloppen ons op de borst vanwege onze universele waarden. Hebben onze mond vol van mensenrechten. De barbaren bevinden zich vooral buiten ons fort. Maar het ideaal van een open, toegankelijke samenleving is vervangen door het tegenovergestelde. Onze vrienden zijn roofzuchtig. Het land Israël, dat na de Tweede Wereldoorlog zo hoopvol werd gesticht, blijkt zelf tot volkerenmoord in staat. Durven we die donkere kanten eerlijk onder ogen te zien?’
Vos: ‘De beweging van licht naar donker in het paviljoen wordt voor bezoekers een rite de passage. Je gaat voelen dat de lucht langzaam donker kleurt.’
Maar nu staat er eerst nog een andere overgangstocht op de planning. Het gigantische gevaarte met rolluiken en steunberen, inclusief de loodzware bronzen plaquette met The Fortress erop, moet nog zonder kleerscheuren door de grachten van Venetië worden geloodst naar het historisch centrum. Technisch coördinator Roel Evenhuis heeft tot op de millimeter uitgerekend hoe zwaar, breed, groot en stormbestendig alles moet en mag zijn. En hoe snel het piepende mechaniek moet draaien om de rolluiken in 25 minuten volledig over deuren en ramen van het paviljoen te trekken zonder ze te beschadigen.
Drie maanden later, halverwege april, ogen Verhoeven en Vos opgelucht, wanneer ze in Haarlem, in de tuin van Teylers Museum, vertellen over de voortgang van The Fortress. Het rekenwerk van Evenhuis klopt als een bus. En de navigatie tussen de gondels en toeristen bleek minder ingewikkeld dan gedacht. ‘De stalen sluier kan haar werk gaan doen als zichtbare bestendiging van de grens tussen binnen en buiten’, aldus Verhoeven.
In maart dreigde de Europese Commissie de financiële steun aan de Biënnale van Venetië in te trekken, omdat de organisatie besloot Rusland weer toe te laten.
Ook Israël is welkom in Venetië. Omdat het vaste Israëlische paviljoen wordt gerenoveerd, heeft de als radicaal-rechts bekend staande Biënnale-directeur Pietrangelo Buttafuoco (in 2023 aangesteld) de door Israël afgevaardigde beeldhouwer Belu-Simion Fainaru een vervangend paviljoen aangeboden op de tweede hoofdlocatie, de prestigieuze Arsenale. Andere landen moeten in zo’n geval elders paviljoens huren.
Volgens Buttafuoco staan de Biënnale en geopolitiek los van elkaar: (Wit-)Rusland, Israël, Iran, Belarus, Oekraïne, ze zijn allemaal welkom, ook al zorgt dit voor toenemende spanningen. Twee maanden geleden ondertekenden 182 deelnemende kunstenaars, curatoren, schrijvers en biënnalemedewerkers uit verschillende landen op initiatief van het collectief Anga (Art Not Genocide Alliance) een brief met de eis dat Israël wordt uitgesloten van deelname.
In het museum in Haarlem – de vaste werkplek van Vos – lichten Vos en Verhoeven toe waarom ze met hun performers ook de oproep tot een boycot hebben ondertekend. ‘Een land dat genocide pleegt, kan nu via een landenpaviljoen zijn imago oppoetsen.’ Verhoeven vindt Buttafuoco’s opvatting naïef. ‘We zitten hier niet in een kleurrijke United Colors of Benetton-reclame. Met een mooi, beschaafd paviljoen kan een land zijn handen wassen in onschuld, artwashing noem je dat. Als kunstenaar is je deelname aan de Biënnale dus altijd politiek, of je het nou wilt of niet, je representeert per definitie een land.’
Hij noemt het voorbeeld van Palestina dat door Italië niet als soevereine staat wordt erkend en daarom niet mag meedoen. ‘En neem Zuid-Afrika, dat vanwege het apartheidsregime decennia lang was uitgesloten. Dit jaar is de bijdrage door de eigen cultuurminister gecensureerd, omdat hij zich niet kon vinden in het geselecteerde kunstwerk, dat de slachtoffers in Gaza eert.’
Terugtrekken is voor Verhoeven geen optie. ‘Als kunstenaar kan ik scherper commentaar leveren via mijn werk daar. De situatie die zich nu voordoet, vind ik surrealistisch. Hardnekkig wordt een nostalgisch, onschuldig wereldbeeld in stand gehouden. Ik zou wel gek zijn als ik er geen kunst over zou maken.’
De Biënnale van Venetië wordt 6/5 officieel geopend en is voor publiek toegankelijk van 9/5 t/m 22/11.
De Vlaamse Miet Warlop, opgeleid in driedimensionale kunsten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent, navigeert met haar performancekunst tussen beeldende kunst, theater en dansconcert. Ze noemt zich artiest, geen choreograaf, theatermaker of beeldend kunstenaar. Warlop vertrekt niet vanuit een verhaal, maar vanuit materiaal, zoals klei, gips, een tikkende metronoom of kilometers lange lappen zijde.
Voor haar afstudeerproject, de bewoonde installatie Huilend hert, aangeschoten wild (2004), won ze direct twee theaterprijzen. Met het prijzengeld maakte ze een requiem voor haar broer, die in diezelfde periode uit het leven stapte. Warlops rauwe rockperformance Sportband/Afgetrainde klanken (2005) werd een meedogenloze schreeuw over rouw, verlies en ontreddering.
Daarna brak ze internationaal door, met onder meer Springville (2009). Ze schroefde haar kenmerkende uitputtingsslagen nog verder op. Zoals in de fysieke energiebom One Song, een muzikale race tegen de klok in een sportarena. One Song (2022) ontpopte zich tot hit op het Festival d’Avignon. Melvin Slabbinck rende voortdurend heen en weer tussen drumtoestellen. Zanger Wietse Tanghe denderde voort op een loopband. Het stomende dansconcert joelde rond één repetitieve song: ‘Run for your life/till you die, till I die, till we all die.’
Tijdens de opvolger Inhale Delirium Exhale (2023) kolkte drie kwartier een tornado van meterslange doeken over het podium. Twee performers openden de voorstelling met een kinderklapspelletje. Daarbij brokkelden hun gipsen vingers, duimen en polsen af. Het beeld van het besmette kinderspelletje riep associaties op met verminkte ledematen van kinderen in oorlogsgebied.
Gips vormt nu ook het vertrekpunt van Warlops ritualistische performance It Never Ssst in het Belgische paviljoen. Samen met kunsthistoricus en curator Caroline Dumalin en negen performers belooft de artiest dat het nooit stil wordt in het paviljoen. Ze doet een beroep op de live-aanwezigheid van een beeldhouwer die duizend gipsen woorden verpulvert tot een versteende chaos, als lyrische ruïne van een gebedsmuur of karaokemachine.
Het Biënnale-publiek zal een sterke maag nodig hebben voor de performancekunst in het Oostenrijkse paviljoen. Dit land vaardigt de in Nederland opgeleide, Duitstalige performancekunstenaar Florentina Holzinger (40) af. Zij maakt spraakmakende spektakels vol naakt, stuntwerk, live piercing, automutilatie en body suspension. Haar volledig vrouwelijke cast stort zich met sardonisch genoegen in anarchistische voorstellingen, even huiveringwekkend als hilarisch. Naakte nonnen op rollerskates. Lesbische seks op een lichtgevend kruis. Dansers die hun gezicht met naalden doorboren. Bloteriken die aan vleeshaken door hun schoudervel omhoog worden getakeld. Zwaardslikkers die toeschouwers mee laten kijken via een inwendig cameraatje. Het snijden in mensenvlees.
Toch raakt Holzingers extatische bevrijding van het queer lichaam in een door mannen gedomineerde cultuur altijd ook een gevoelige snaar over vrouwelijke representatie. Ze bekritiseert de pijn en discipline waaraan balletdansers worden blootgesteld. Ze put uit freakshows om monsterlijke demonen, religieuze onderdrukking en vrouwonvriendelijke mythes te ontkrachten. En ze gebruikt de helende werking van collectief gedeelde trauma’s op het podium.
Op de Biënnale toont ze met Seaworld Venice een waterspektakel over de relatie tussen mens en natuur, tussen lichamelijke extase en fysiek waterbeheer. Wie tijdens het Rotterdamse festival Feeling Curious? Holzingers Ophelia’s Got Talent heeft gezien, weet dat mogelijk een Houdini-ontsnapping uit een aquarium in het vat zit of naakte zwemwedstrijdjes in een bassin. Of er ook wederom een helikopter zal landen is de vraag. Grote kans dat Leda de Zwaan, Shakespeares verdronken Ophelia en de zoetwaternimf Melusina komen badderen.
Samen met performancecurator Nora-Swantje Almes brengt ze dansers, performers, muzikanten, stuntcoördinatoren en producers naar Venetië. Holzingers visueel overdadige werk is verwant aan de controversiële kunststroming van het Wiener Aktionismus, waarbij performers in de jaren zestig van de vorige eeuw de burgerlijke moraal aanvielen met choquerende acties vol bloed en ontlasting.
Source: Volkskrant