Home

Multinationals duiken op legale wiet in Nederland: ‘Een van de aantrekkelijkste markten wereldwijd’

Het eerste jaar van het wietexperiment in tien gemeenten, waarbij de verkoop is gereguleerd, lijkt redelijk positief te zijn verlopen. De legale wiet in het cannabis-gidsland van weleer trekt al grote buitenlandse partijen aan. ‘We maken de cirkel rond.’

is regioverslaggever van de Volkskrant in Noord-Nederland.

Duizenden tulpen staan er langs de vers betegelde parkeerplaats op het Groningse industrieterrein Westpoort. Voor de catering is de kleinste oud-Hollandse poffertjeskraam van Nederland ingehuurd, de loaded fries worden ter plekke gebakken van Hollandse aardappelen.

Over één ding geen misverstand, lijkt de boodschap: dit is een Nederlands feestje, ter ere van de opening van een nieuwe fabriek voor de vervaardiging van wat in veler geesten een typisch Nederlands product is: wiet.

Maar de gastheer van vanmiddag, Michael A. DeGiglio, is in alles on-Hollands. De Amerikaanse oprichter en CEO van de Canadese multinational Village Farms gaat gekleed in een opvallend lichtblauw pak, zijn huid is gebruind, zijn ogen schuilen achter een donkere zonnebril. Ooit vloog DeGiglio voor het Amerikaanse leger, nu runt hij een multinational in cannabis.

‘Sorry dat ik niet alle Nederlandse woorden goed uitspreek’, verontschuldigt de topman zich in het Engels, om vervolgens de gemeente Grodjinnen hartelijk te bedanken voor alle medewerking.

De nieuwe fabriek is niet alleen stunning vanbuiten, zegt DeGiglio. Vanbinnen is het een van ’s werelds meest geavanceerde productiefaciliteiten op het gebied van wat hij ‘precisielandbouw’ noemt.

In Nederland, ooit het cannabis-gidsland, zijn fabrieken als deze een nieuw verschijnsel sinds vorig jaar het wietexperiment eindelijk van start ging. Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan is cannabisteelt de clandestiene zolders en schuren allang ontstegen.

Village Farms, met Vancouver als thuisbasis en een beursnotering op de Nasdaq, is een van de grootste producenten in Noord-Amerika. Jaarlijks teelt het bedrijf 150 duizend kilo wiet. De omzet bedroeg vorig jaar 164 miljoen Amerikaanse dollar (140 miljoen euro).

In Canada werden softdrugs al in 2018 gelegaliseerd. In de VS is cannabis in de meeste staten legaal voor medische toepassingen en in ongeveer de helft – vooral aan de westkust – voor recreatief gebruik. Trots vertelt DiGiglio dat president Donald Trump onlangs medicinale marijuana heeft geherclassificeerd, als minder gevaarlijk. ‘Ook hij ziet de kracht van de plant.’

Nu heeft Village Farms zijn zinnen gezet op Nederland. De opening van de nieuwe fabriek in Groningen is volgens DeGiglio ‘een terugkeer naar de wortels van ons bedrijf’. Dat begon ooit als een door Nederlanders geleide firma in snijbloemen en later tomaten. ‘Dit is echt een thuiskomst.’

In de partytent vermengen de mantel- en maatpakken van de overgevlogen directieleden zich met de hoody’s en hawaïhemden van coffeeshopeigenaren. Vorig jaar opende Village Farms al een kleinere cannabisproductielocatie in Drachten. Het bedrijf investeerde 26 miljoen euro in Nederland.

Niet zonder reden, blijkt uit het jaarverslag. Vanuit Drachten werd vorig jaar al 10 miljoen dollar omgezet. Nog geen 10 procent van de verkoop in Canada, maar vergelijkbaar met de zaken in de VS.

Winst wordt er in Nederland nog niet gemaakt. Daar moet de nieuwe Groningse fabriek verandering in brengen. In tien steriele kweekruimtes moeten onder felle ledlampen straks ongeveer veertienhonderd plantjes groeien, in vijf cycli per jaar. Daarmee zal de Nederlandse productie vervijfvoudigen, tot ongeveer 10 duizend kilo Galactic Haze en Red Amber per jaar – oftewel 10 miljoen envelopjes van een gram, zoals ze tegenwoordig in karton in coffeeshops over de toonbank gaan.

Een belangrijke schakel in de Nederlandse operatie is Orville Bovenschen. Hij groeide op in Maassluis, begon zijn carrière bij bouwbedrijf Strukton en maakte daarna in Canada carrière in de cannabis.

‘Nederland liep altijd voorop met cannabis, maar door de legalisering heeft Canada die rol overgenomen’, zegt hij. ‘Nu maken we de cirkel rond. Wij weten zeker dat het ook hier niet bij een experiment zal blijven.’

Regulering aan de ‘achterdeur’

Een jaar geleden begon de daadwerkelijke experimenteerfase van het Experiment gesloten coffeeshopketen, oftewel het ‘wietexperiment’. Daar ging een aanloop van ruim zeven jaar aan vooraf, mede vanwege opstartproblemen bij telers.

Decennialang werd de verkoop van softdrugs in Nederland gedoogd. Maar de productie en aanlevering van wiet en hasj waren illegaal. Daardoor moesten Nederlandse coffeeshops hun handel aan de ‘achterdeur’ betrekken van criminele producenten.

Het experiment moet uitwijzen of het anders kan, met minder overlast en meer controle op kwaliteit. Sinds 7 april 2025 mogen coffeeshops in tien gemeenten (Breda, Groningen, Zaanstad, Almere, Arnhem, Nijmegen, Voorne aan Zee, Heerlen en Maastricht) enkel nog gereguleerde wiet en hasj verkopen.

Voor de productie gaf de overheid in 2020 na loting tien vergunningen uit aan telers, onder andere aan Leli Holland. Amper een jaar later nam Village Farms een optie op 80 procent van de aandelen van het bedrijf. In 2024 werd de multinational volledig eigenaar.

DeGiglio noemde de Nederlandse cannabismarkt bij die gelegenheid al ‘een van de aantrekkelijkste wereldwijd’. De cannabis van Village Farms is inmiddels in 96 procent van de deelnemende coffeeshops (zo’n 80 van de in totaal circa 600) te verkrijgen.

Village Farms is niet de enige buitenlandse speler op de Nederlandse markt. Vorig jaar nam een ander Canadees cannabisbedrijf, Cronos, de Nederlandse wietkweker Canadelaar over, voor 57,5 miljoen euro. ‘Nederland heeft met het wietexperiment een verantwoorde en goed functionerende cannabismarkt voor volwassenen gecreëerd’, zei Cronos-topman Mike Gorenstein. Met de overname hoopt de multinational voet aan de grond te krijgen in Europa. De teler ligt overigens onder vuur, vanwege stankoverlast van de productielocatie in Hellevoetsluis.

Big problems’, zegt DiGiglio – niet te beroerd de concurrent te tergen. Canadelaar verbouwt wiet in voormalige tomatenkassen. Daarin is geur veel lastiger te beheersen dan hier in Groningen, is de belofte.

Vanbuiten wijkt het pand amper af van de kozijnenfabriek ernaast en het datacenter aan de overkant. Met Bovenschen leidt DiGiglio rond door de kleedruimte (‘het moet hier net zo schoon zijn als een ziekenhuis’), de kluis (‘gewapend beton, hier komt niemand doorheen’) en, op het dak, langs de moderne koelings- en verwarmingsinstallatie.

Onder de aandachtigen zijn ook twee bankiers van ABN Amro. Lang was de wereld van softdrugs er een van contanten. Voor coffeeshops was het al lastig een zakelijke rekening te openen. Maar bij een volwassen wordende sector hoort ook volwassen financiële dienstverlening. De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) committeerde zich vooraf aan het wietexperiment. De bankiers hebben de meeste legale Nederlandse productielocaties bezocht. ‘Maar geen enkele is zo groot en zo professioneel.’

‘Nauwelijks negatieve effecten’

De ministeries van Justitie en Volksgezondheid, die waken over het wietexperiment, monitoren de invloed van buitenlandse bedrijven niet specifiek. Alle betrokken partijen, zowel Nederlandse als buitenlandse, worden gescreend volgens de Wet Bibob, de wet om crimineel misbruik van vergunningen te voorkomen.

Deze zomer verschijnt een eerste tussenevaluatie van het experiment. Er zijn volgens de ministeries geen signalen van toenemende overlast als gevolg van eventuele straathandel, waarvoor door sommigen werd gevreesd. Ook de gemeente Groningen is tevreden met het verloop. ‘We zien niet of nauwelijks negatieve effecten’, aldus een woordvoerder.

Simone van Breda, lobbyist en voorzitter van de Bond van Cannabis Detaillisten, weet nog dat Nederlandse belangenorganisaties jaren geleden naar Canada vlogen om te zien hoe de legalisering daar uitpakte. ‘Dat voelde als de omgekeerde wereld: zij bleken veel verder te zijn met iets waarin wij dachten voorop te lopen.’

Aanvankelijk waren er bij Nederlandse coffeeshops best zorgen over het experiment. Over kwantiteit en kwaliteit, vooral van hasj. Nu, een jaar onderweg, zijn de ervaringen doorgaans positief, zegt ze. ‘Er is voldoende aanbod, en de coffeeshops en de klanten zijn enthousiast.’

‘In het begin waren er nog wel wat kinderziekten’, zegt Nizar El Mahjoubi. Hij is eigenaar van coffeeshop John & Co in Hellevoetsluis en bestuurslid van Platform Cannabisondernemingen Nederland (PCN). Hij noemt het door de overheid verplichte track-and-tracesysteem. Dat moet controleren of de keten van kweker tot klant echt ‘gesloten’ is. ‘Dat gaf veel gedoe.’ Nu hebben de meeste shops dat verholpen via een koppeling met hun eigen kassasysteem.

El Mahjoubi ziet een volwassen markt ontstaan. Sommige telers richten zich met lage prijzen op de massa, andere meer op bepaalde rassen of hoge kwaliteit. ‘Het is net als met wijn.’

De nederhasj zal nooit zo goed worden als die uit Marokko, zegt de coffeeshopeigenaar. ‘Maar de voordelen overtreffen de nadelen ruimschoots. We hebben nu een gecontroleerd en schoon product. Vraag en aanbod raken steeds beter op elkaar afgestemd.’

Zo aanschouwt Marinus Bikker hoe voor de nieuwe fabriek van Village Farms een kunstwerk wordt onthuld: een marihuanaplant van roestvrij staal, met een tomatenwortelstelsel – weer een verwijzing naar de roots.

‘Erg Amerikaans’, glimlacht de bedrijfsleider van de Groningse coffeeshop Retro, een van de afnemers. Bikker (47) wilde eigenlijk met pensioen gaan. ‘Maar door het experiment is alles anders geworden.’ Professioneler vooral, en zakelijker. ‘Ik was nog even nodig.’

Deelnemende coffeeshops mogen nu in plaats van 500 gram een weekvoorraad aanhouden. Er wordt strikt magazijnbeheer verwacht. ‘De tijd van kladblokjes is wel voorbij.’ Dat ging vooral ten koste van het oude personeel. ‘Dat rookte een jointje en deelde zakjes uit. Nu is het net de Albert Heijn.’

Ook Bikker gruwt van het track-and-tracesysteem. Over de leveringen, vier keer per week, soms met waardetransport inclusief beveiliger, mag wat hem betreft wat minder spannend gedaan worden. ‘Je kunt beter benzine stelen.’ Het komt nu letterlijk via de voordeur binnen.

Maar al met al is Bikker erg positief over het experiment. De kwaliteit werd snel beter. Het assortiment op zijn menukaart verdubbelde, vooral het aanbod voorgedraaide joints nam toe. ‘We hebben nu twintig soorten, die gaan als een malle.’

Toch staat Bikker hier met een dubbel gevoel. Het oorspronkelijke idee, zegt hij, was dat dit een Nederlands experiment zou zijn – ook de teelt. Coffeeshophouders hadden ooit het plan samen in een kwekerij te investeren. Geld was het probleem niet, regelgeving wel: producenten en verkopers zouden strikt gescheiden moeten blijven.

Nu zijn er toch telers die ook coffeeshops hebben. En internationale bedrijven slaan hun slag. ‘Nederland laat een enorme economische kans liggen. Er waaien bakken geld het land uit.’

Kabinet wil ‘vervolgstappen’

De Nederlandse markt – de tien experiment-gemeenten – bedraagt nu circa 65 duizend kilo gedroogde bloem per jaar. Village Farms speculeerde eerder op een minimale benodigde productie van bijna 500 duizend kilo per jaar, mocht het legaliseringsbeleid uiteindelijk landelijk worden uitgerold.

Maar zover is het echt nog niet, waarschuwt Simone van Breda van de Bond van Cannabis Detaillisten. Deelnemende gemeenten en coffeeshopondernemers willen niet meer terug en andere willen graag aansluiten. Maar het laatste woord is aan de politiek en in Den Haag waait een conservatieve wind.

‘Soms wordt gedaan alsof er meer aanbod is gekomen. Maar het aantal verkooppunten en de verkoop is gelijkgebleven. Het is alleen niet meer crimineel. Dat zou juist conservatieve partijen moeten aanspreken.’

Het nieuwe kabinet wil het wietexperiment voortzetten en evalueren, en op basis daarvan ‘vervolgstappen zetten’. De looptijd is in principe vier jaar, met een mogelijke verlenging van anderhalf jaar. Daar moet nu al over nagedacht worden, meent Van Breda, niet pas eind 2028. ‘Als je strikt naar de wet kijkt, kan het zo einde verhaal zijn.’

Is het dan geen grote gok, miljoenen investeren in een branche waarvan de toekomst niet gegarandeerd is? ‘We nemen het risico’, zegt Village Farms-CEO Michael DeGiglio. Hoewel hij meteen toevoegt dat de Nederlandse investeringen in principe in vier jaar worden terugverdiend. Daarna is alles mooi meegenomen. ‘Zoals we in Amerika zeggen: Fortune favors the bold – wie niet waagt, die niet wint.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next