Home

Israël bombardeert de herinnering aan de Holocaust kapot

Herdenken Zolang het Westen Israëls oorlogsmisdaden niet expliciet veroordeelt, staat de herinnering aan de Holocaust onder druk. Het risico is volgens Jos Palm dat antisemitisme verder zal toenemen omdat Israël en het Jodendom steeds vaker op één hoop worden gegooid.

Een bezoeker van het Nationaal Holocaustmuseum in Amsterdam kijkt naar een video waarop Joden worden gedeporteerd.

Het is een ongemakkelijke vraag die rond 4 en 5 mei toch maar eens gesteld moet worden: hoe herdenken we straks de Shoah als Israëls oorlogsmisdaden niet ophouden? Kan de genocide die de nazi’s pleegden op miljoenen Europese Joden dan nog steeds het morele ijkpunt zijn? Want wie ogen en oren heeft kan niet anders dan concluderen dat elke bom op Gaza en Libanon, weliswaar onbedoeld, een aanval op de herinnering aan de Holocaust is.

Jos Palm (1956) is historicus en journalist.

Iedere bom vernietigt niet alleen mensenlevens, maar ondermijnt ook de ogenschijnlijk heel vanzelfsprekende aanname dat de Shoah ons bindt in onze algemene afkeer van genocidaal geweld. De Shoah zal, als Israël zo doorgaat en het Westen blijft zwijgen, niet langer een samenbindende factor zijn.

De Holocaust zal het land verdelen in burgers die menen dat de lessen eruit blijvend geleerd moeten worden en burgers (dikwijls maar niet uitsluitend met een niet-westerse achtergrond) die vinden dat de aandacht bij Shoah-herdenkingen te beperkt is. Zij wijzen op andere massamoorden, waarvan de geschiedenis er helaas vele kent, en vinden dat we de Holocaust niet meer als unieke gebeurtenis moeten zien, omdat dat een eerlijke omgang met ons verleden in de weg zit. En dan zijn er ook nog mensen, het moet gezegd, bij wie een zekere moeheid optreedt als ze het woord Auschwitz horen.

De bommenregens hebben nog een ander gevolg: ze dragen bij aan het toenemende antisemitisme, dat geen onderscheid maakt tussen Israël en het Jodendom, dat uit woede, onmacht en onwetendheid in iedere Jood een Israëliër ziet, met de daarbij behorende connotaties.

Blinde vlek

Als ik dat geluid hoor, moet ik denken aan mijn oma. Ze verloor in de Tweede Wereldoorlog twee neven in concentratiekampen. Hun asresten stonden bij haar thuis op de schoorsteenmantel. Zij bleef ook later in haar leven geen verschil zien tussen nazi’s en Duitsers – net zoals er nu voor sommigen die zich het Palestijnse leed aantrekken, geen verschil lijkt te bestaan tussen de Israëlische regering en het Jodendom.

Hoe onjuist en afkeurenswaardig dat ook moge zijn: als we de blinde vlek van mijn oma kunnen begrijpen, kunnen we dan niet ook begrip opbrengen – wat dus iets anders is als goedkeuring – voor een vergelijkbare denkfout jegens Joden? 

Waar komt de dreigende inflatie van de Holocaust vandaan? De eerste oorzaak is natuurlijk de door Israël gepleegde genocide in Gaza en de onwil van westerse regeringen om deze expliciet af te keuren. Dit alles wekt verontwaardiging, en het is helaas maar al te menselijk dat zulke verontwaardiging zich vervolgens uit in bedenkelijke sentimenten.

Maar er is ook iets anders aan de hand met de status van de Shoah. De uitroeiing van de Joden is namelijk, na aanvankelijk min of meer te zijn verzwegen, het middelpunt geworden in het denken over de Tweede Wereldoorlog. In Nederland gebeurde dat vanaf 1965, toen het boek Ondergang van de historicus Jacques Presser uitkwam, over de vernietiging van het Nederlandse Jodendom. ‘Wij’ werden ons bewust van het falen tegenover ‘onze’ Joden en kregen het gevoel aan de verkeerde kant van onze eigen geschiedenis te hebben gestaan. In andere westerse landen voltrokken zich soortgelijke processen. Het leidde uiteindelijk tot de VN-resolutie in 2005 over de Holocaust als onherstelbare beschavingsbreuk.

Auschwitz werd, in de woorden van zowel historicus Frank van Vree als socioloog Herman Vuijsje, een nieuwe publieke godsdienst. Het idee dat Israël koste wat kost behouden en verdedigd moest worden, liftte als vanzelf mee met deze collectieve westerse ervaring en op dit schuldgevoel, en werd een soort aflaat voor het eigen tekortschieten, een dogma dat het opperste vergrijp moest compenseren. Het zou in Duitsland zelfs tot Staatsräson worden verklaard. De Holocaust werd op die manier gepolitiseerd en andere landen, waaronder Nederland, gingen daarin mee.

Dat er ook andere massale, geplande uitroeiingen waren, wordt niet zozeer verzwegen, maar ze verbleken als het ware bij de aandacht voor de Shoah. Zo heeft de Nederlandse regering nog altijd de Armeense genocide niet erkend, is het besef nog vrij jong dat slavernij en slavenhandel ook een vorm waren van georganiseerde genocide, en is de Duitse massamoord op de Herero- en Namabevolking begin twintigste eeuw in het huidige Namibië geen onderdeel van het mondiale historische bewustzijn.

Ultieme illustratie

Voorbeelden als deze voeden het onbehagen van degenen die menen dat ‘hun’ geschiedenis en ‘hun’ genocides onvoldoende gezien worden. Het gevoel bestaat dat je aan de ene kant ‘onze’ doden hebt, en aan de andere kant die van ‘hun’. Westerse slachtoffers tegenover niet-westerse slachtoffers. De ultieme illustratie bij dat gevoel is de herinneringsbevoorrechting van de Holocaust.

Dat gevoel van veronachtzaming moeten we serieus nemen. We zouden iets moeten doen aan de schijn van exclusiviteit die rondom de Shoah hangt, juist om de betekenis ervan te behouden, want niemand wil dat deze les vergeten wordt.

Wát we dan precies moeten doen, is niet makkelijk te zeggen. Een cruciale eerste stap is in ieder geval de depolitisering van de Holocaust door het ondubbelzinnig veroordelen van de Israëlische oorlogsmisdaden door onze regering. Dat zou een mooi begin zijn, belangrijker voor de bestrijding van het groeiende antisemitisme dan de ongetwijfeld welgemeende zorgen die politici erover uitspreken.

Tweede Wereldoorlog

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next