Spitfire, Mustang en Lancaster zijn bekende vliegtuignamen uit de Tweede Wereldoorlog. Deze toestellen, en nog wat andere iconen, hebben één ding gemeen: hun motor. De Rolls-Royce Merlin was de belangrijkste krachtbron van het conflict. Tijd voor een nadere blik op deze vliegende legende.
"Ik denk terug aan een nacht op een vliegveld. Ik keek naar Mosquito's die opstegen met hun bommen van 2.000 kilo, op weg naar Berlijn. Een paar uur laten kwamen ze terug, voor brandstof en nieuwe bommen, om weer op te stijgen voor een nieuwe missie. En zo wonnen we de oorlog, ondanks Duitse technische hoogstandjes."
Dat zei Cyril Lovesey, de Britse engineer die een sleutelrol speelde in de ontwikkeling van de Rolls-Royce Merlin. Dankzij deze motor wonnen de geallieerden de Tweede Wereldoorlog, wordt vaak gezegd. Een onmogelijk te bewijzen stelling.
Maar de legendarische vliegtuigmotor speelde zonder twijfel een gigantische rol. Dat vergt wat uitleg. Hoe draagt een vliegtuigmotor bij aan de zege in een mondiaal conflict?
Voorop staat dat het hier vooral gaat om de overwinning op nazi-Duitsland. De Merlin vocht ook wel tegen Japanse vliegtuigen, maar op een schaal die niet te vergelijken is met het Europese strijdtoneel. Daar droeg de Merlin een flink steentje bij aan het keren van de opmars van de nazi's.
Dat zit zo: in Europa worden de Britten vanaf 1939 geconfronteerd met de Duitse Luftwaffe en haar geavanceerde Messerschmitts, met sterke motoren van Daimler-Benz. Militaire vliegtuigen zijn dan uitgerust met grote verbrandingsmotoren. De Duitse Messerschmitt BF109, de belangrijkste jager van de Luftwaffe, begint de oorlog met een dikke twaalfcilinder (omgekeerde V12) met een cilinderinhoud van 33,9 liter. Ter vergelijking: straatauto's hebben anno 2026 vaak een cilinderinhoud van een liter.
Daar moeten de Britten wat tegenover zetten. 'Gelukkig' is er Rolls-Royce, dat in de jaren dertig de Merlin heeft ontwikkeld. Met een cilinderinhoud van 27 liter is deze V12 iets kleiner dan de Daimler-Benz. Bovendien staat de Britse motor in de conventionele stand, dus met de brede kant van de 'V' boven.
Deze positie draagt bij aan een van de herkenbaarste vormen van de Tweede Wereldoorlog: de Supermarine Spitfire. Aan deze jager wordt de Britse overwinning in de Slag om Engeland in het najaar van 1940 toegeschreven. De Spitfire is mede dankzij de Rolls-Royce Merlin een fenomenaal toestel, maar helemaal eerlijk is de glansrol niet.
Het werkpaard van de Royal Air Force in 1940 is een andere jager. Meer dan de helft van de Duitse vliegtuigen in de Battle of Britain werd neergehaald door de Hawker Hurricane. Dat doet niets af aan de glansrol van de Merlin: ook de Hurricane maakt gebruik van de Rolls-Royce-motor.
Met het vermogen van de Merlin (aan het begin van de oorlog ruim 1.000 pk) kunnen de Britten de Luftwaffe aan. Al zijn er ook problemen. In een duikvlucht slaat de motor vaak af door een probleem met de brandstoftoevoer.
Duitse piloten hebben daar geen last van: Daimler-Benz gebruikt dan al brandstofinjectie. Een vondst van engineer Beatrice Shilling lost dit probleem tijdelijk op. Vanaf 1943 krijgt de Merlin carburateurs onder druk, waarmee het voorgoed verleden tijd is.
Dat is in een notendop het verhaal van de Merlin in de Tweede Wereldoorlog: door continue ontwikkeling en innovatie wordt de motor steeds krachtiger (tot ruim 2.000 pk), steeds efficiënter, steeds kleiner en lichter (33 procent) en steeds beter op grote hoogte. Ook ontwikkelingen in brandstof met een hoog octaangehalte aan geallieerde zijde speelden hierin een grote rol.
Vooral presteren op hoogte is cruciaal. Met hoogte krijgen piloten een tactisch voordeel, zijn ze veilig voor luchtafweer op de grond, zijn vijandelijke vliegtuigen makkelijker te onderscheppen en is er ruimte om snelheid op te bouwen en zo in de aanval te kunnen.
Op grote hoogte wordt de lucht alleen steeds dunner, dus is er ook minder zuurstof voor de motor om brandstof mee te verbanden. Daardoor neemt het vermogen af, is het lastig om de prestaties stabiel te houden en is de kans op problemen groter door de zware belasting.
Dit wordt opgelost met een toevoeging aan de motor: de supercharger. Dat is feitelijk een luchtpomp die door de motor zelf wordt aangedreven en de benodigde lucht in de motor pompt. Vooral de Merlin 61, die in 1942 verschijnt, maakt hierin een verschil. Met een tweefasensupercharger heeft de motor tot op grote hoogte een ruime en stabiele luchttoevoer - cruciaal om de strijd aan te gaan met verbeterde Duitse vliegtuigen.
Veel mensen denken bij de Rolls-Royce Merlin aan de legendarische Spitfire. Maar de motor maakt ook andere succesvolle toestellen mogelijk. We pikken er twee uit.
Maar misschien wel het belangrijkste kunstje leverde de Merlin op een Amerikaans vliegtuig, dat ook werd 'gered' door de Britse motor. Met de Rolls-Royce op de North American P-51 Mustang ontstond nóg een icoon van de Tweede Wereldoorlog.
De Britten haalden een niet zo succesvolle Amerikaanse motor van dit vliegtuig en schroefden er een Merlin op. Die gingen de Amerikanen ook zelf bouwen.
Uiteindelijk leverde dit een jager op die tot op grote hoogte en tot diep in nazi-Duitsland bommenwerpers kon escorteren. De P-51 gaf de Luftwaffe de laatste nekslag en gaf de geallieerden een cruciaal luchtoverwicht in Europa. Dat was zonder de Rolls-Royce Merlin niet gelukt.
Source: Nu.nl algemeen