Home

Het bleef 2-0 voor Nederland en mijn vader kreeg nog op de tribune van de Duitsers een pak slaag

Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant.

In Koblenz hadden wij het Deutsches Eck bezocht, die scherpe punt waar de Moezel de Rijn ontmoet en waar het standbeeld van keizer Wilhelm I hoog te paard over het tweestromenland uitkijkt, toen we te horen kregen dat we de voetbalwedstrijd Schalke 04-Fortuna Düsseldorf konden bijwonen. Schalke zou na drie jaar kunnen terugkeren in de Bundesliga, een gebeurtenis die in Duitsland zoveel publiciteit en emoties genereerde dat de prestaties van Bayern München even leken op die van een provincieclubje. De wedstrijd was tot in de nok uitverkocht, maar als wij ons op een bepaalde tijd op een bepaalde plaats zouden vervoegen, zou technisch-directeur Youri Mulder ons in geval van nood hoogstpersoonlijk over de hekken naar binnentrekken.

Dus reden we al drie uur van tevoren richting het stadion in Gelsenkirchen. Helaas kwamen we nog op de snelweg tot stilstand. Een kilometerslange slang van auto’s strekte zich uit op de rechterrijstrook. Taxi’s, campers en enorme bussen reden langs ons heen en probeerden zich ertussen te wurmen, ergens verderop. Ik pakte mijn verrekijker en ontwaarde in de verte een brug die de snelweg overspande. Daarop zag ik een colonne van gespannen mannen lopen, bijna allen gekleed in blauw clubtenue en gewapend met vlaggen. Zo’n veertigduizend in getal, begreep ik later, allemaal op weg naar het stadion.

Die brug moesten wij ook over, maar intussen stonden we stil. Minuten verstreken en ik moest aan mijn vader denken. In 1923 kwam hij, 18 jaar oud, als volontair te werken bij persbureau Vaz Dias, dat later op zou gaan in het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP). Dankzij een zender, die door de Nederlandse Seintoestellen Fabriek was geplaatst op het dak van de Amsterdamse effectenbeurs, had Vaz Dias de wereldprimeur van een rechtstreeks radioverslag: de interland Nederland-Denemarken. Ook mijn vader werd eropuit gestuurd, al ging het bij hem wat primitiever. Te midden van het publiek stond hij met een telefoon op de tribune en gaf, al dan niet in code, het scoreverloop door.

Het hoogtepunt van zijn carrière als sportverslaggever vond plaats in 1932, toen hij in het Rheinstadion van datzelfde Fortuna Düsseldorf de wedstrijd Duitsland-Nederland moest verslaan. Buiten speelden zich enorme vechtpartijen af, want er waren veel te veel kaarten verkocht. Het werd helemaal penibel op het moment dat Nederland met 2-0 voor kwam te staan, wat mijn vader uiteraard jubelend doorgaf. Daar werden die Duitsers – nee, niet moffen schrijven – om hem heen zo boos over dat ze expres voor zijn neus gingen staan en pas opzij stapten, toen hij 10 mark uit zijn zak had gehaald. Het bleef 2-0 voor Nederland en mijn vader kreeg nog op de tribune een pak slaag.

Intussen was een uur verstreken en stonden we nog steeds stil op de snelweg. Waar is de Duitse politieagent als je hem nodig hebt? We overwogen onze plek in de file op te geven en direct naar huis te rijden, toen er enige beweging te bespeuren was. Na twee uur bereikten ook wij de brug, die wij al twee uur eerder hadden gezien. Wilden we nog op tijd aankomen dan was het zaak overal voor te dringen en niet bang te zijn voor een kras in de lak. Een uitgestrekt parkeerterrein verder en nog eens honderd betontrappen bergop arriveerden we precies drie minuten voor aanvang van de wedstrijd – nog juist op tijd om het zingen van Steigerlied mee te maken. Dat is het lied van de mijnwerkers, de arbeidersbevolking waaruit Schalke 04 is voortgekomen.

‘Glück auf, Glück auf! Der Steiger kommt und er hat sein helles Licht bei der Nacht, schon angezündt’, klonk het uit volle borst uit zestigduizend kelen. In het Duits, zoals alleen Duitsers het kunnen zingen. Er was ook een voorzanger die steeds een nieuw lied aankondigde en wiens Duitse stem een schorheid benaderde die ik in het verleden weleens eerder heb gehoord. Het geluid was oorverdovend en ik was even bang dat het dak van het stadion af zou vliegen, de met zwarte regen gevulde wolken tegemoet.

Maar het was ook onvergetelijk en ik heb zoiets nooit eerder meegemaakt. Naarmate de wedstrijd vorderde en Schalke de leiding nam, begonnen mannen zich van hun kleren te ontdoen om elkaar te omhelzen en te beknuffelen. Omdat Fortuna bij een nederlaag dreigde te degraderen, waren de spelers van beide teams te nerveus om een bal te raken, maar bij het eindsignaal verkeerde het stadion in volle extase.

De technisch-directeur begeleidde ons persoonlijk naar de uitgang. Hij werd overal toegeroepen, aangeraakt en gekust. Mocht ik gedacht hebben dat voetbal een sport is, dan heb ik mij vergist. Meer nog dan een theater met helden is het een religie met goden, godenzonen, aanbidders en misplaatste atheïsten.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Source: Volkskrant

Previous

Next