Onderwijs In totaal 185.454 eindexamenleerlingen preppen optimaal voor hun toetsen. Hoe doen ze dat? NRC leert een middag mee met vier scholieren. „Je probeert de stress bij jezelf te houden: we willen elkaar niet gek maken.”
Eindexamenleerlingen studeren in bibliotheek Eemland in Amersfoort voor hun examens Vanaf links: Hanna, Dante, Carmen en Sara.
Er hangt een zweem van spanning in de bibliotheek van Het Eemhuis in Amersfoort. Vanwege de eindexamens, die vrijdag beginnen, liggen de studietafels bezaaid met schriften, examenbundels, samenvattingen, laptops en grafische rekenmachines. Aan die tafels zitten leerlingen te blokken, de concentratie is van hun gezichten af te lezen. Soms is ook de wanhoop zichtbaar, als een leerling het hoofd in de armen op tafel legt.
Eenzelfde soort geladenheid is voelbaar aan de tafel van vwo-leerlingen Hanna (18), Dante (17), Sara (18) en Carmen (18). Hun leven wordt deze periode beheerst door de eindexamens, zo vertellen de leerlingen van het Farel College in Amersfoort. Zelfs hun algoritmes staan er „vol mee”. Irritant, zegt Carmen: „Dan denk ik: rot óp TikTok, ik ben al de hele dag aan het leren.”
Iedere scholier blokt anders. Dante, deze middag in de weer met natuurkunde, maakt veel gebruik van AI. Voor de taalvakken is hij vooral bezig met proefexamens, maar: „hoe meer diepgang, hoe meer AI”. Natuurkundige afleidingen, bijvoorbeeld, uploadt Dante in Microsoft Copilot en dan laat hij per tussenstap het antwoord toelichten. Dat Dante Copilot gebruikt en geen ChatGPT is een financiële afweging, want „anders kan je maar een beperkt aantal van dit soort handelingen per dag gratis doen”. Bang voor een AI-dwaalspoor is hij niet. Het klopt „bijna altijd wel” en ter controle vergelijkt hij de Copilot-uitleg met de modelantwoorden van de examenbundel.
Ook Dantes tafelgenoten gebruiken AI. Hanna wanneer ze „een antwoord op een examenvraag niet snapt”, Carmen laat ChatGPT van een „lange lap tekst” oefenvragen maken en Sara gebruikt haar om „specifieke vragen” over examenstof te stellen.
Eindexamenleerlingen studeren in bibliotheek Eemland voor hun examens, met laptop én papier.
Toch valt het vanmiddag op hoeveel papier door de handen gaat. De leerlingen schrijven, onderstrepen en markeren, het meeste studiewerk wordt verricht op papier. Op tafel liggen schriften met aantekeningen en antwoorden, afvinklijstjes en examenbundels en samenvattingen. Volgens Hanna loopt het vooral thuis uit de hand. „Het papier ligt dan overal, mijn hele kamer is na een dag studeren een bende”, zegt ze met een bundel bedrijfseconomie voor haar op tafel.
Intussen slaakt Carmen een diepe zucht. Ze is aanbeland bij de Verlichting, voor het vak geschiedenis, maar „geeft elke keer hetzelfde foute antwoord” bij het proefexamen. Ze luistert ook naar geschiedenispodcasts, maar dat mag voor deze examenvraag nog niet baten. Dat is stressvol, al „hoort dat er ook wel weer een beetje bij”.
Stress is tijdens alle voorbereidingen inderdaad nooit ver weg, zo stellen de vier leerlingen. Sara heeft moeite haar hoofd „rustig” te houden, waardoor ze een halfuur voor een examen ‘anti-stresspillen‘ met bètablokkers inneemt. Dat helpt haar „lichaam rustig te houden”. Carmen gebruikt ook pillen, die „zorgen voor ontspanning”. Ook Hanna herkent zich in de stress. „Soms word ik wakker en denk ik: Oh my god. Als ik het niet haal, heb ik het gevoel dat ik de twee jaar na de havo voor saus [niets] heb gedaan.”
Een grote stressfactor is de zogeheten 5,5-regel: alle cijfers voor de eindexamens moeten gemiddeld minstens een 5,5 opleveren. Sara vindt die regel „stom”, zo zegt ze. „Ik sta er nu goed voor, maar als je voor een paar vakken een laag cijfer haalt, is het alsnog klaar.”
Bovenste rij: Carmen en Hanna. Onderste rij: Dante en Sara.
Toch wordt de examenstress volgens de vier leerlingen onderling niet veel besproken. Waarom niet? „Je probeert het bij jezelf te houden, omdat we elkaar niet gek willen maken”, zegt Carmen, doelend op het delen van noodscenario’s, studeerplanningen en cijfers voor proefexamens. Hanna: „Je weet namelijk nooit of je wel op de goede manier leert, dat geeft ook stress.”
Maar als de leerlingen elkaar niet gek maken, doet hun telefoon dat wel voor ze, zeggen ze. Het blijft een uitdaging om gefocust te studeren met de verleidingen op hun telefoon. Carmen probeert TikTok zoveel mogelijk te vermijden, want anders „ben ik weer een uur verder en heb ik geen zin meer om te leren”. Leerlingen proberen hun telefoons in een andere kamer te houden, of buiten handbereik – al lukt dat niet altijd.
Onderaan de streep trachten de leerlingen, zo goed en kwaad als het gaat, positief te blijven. Volgens Dante staat of valt het succes van de eindexamens met een „positieve mindset”. „Je hebt een eigen ritme en je moet aardig blijven voor jezelf.” Ook Hanna is optimistisch: „Als je het al jaren kan, waarom nu dan niet? Je hoeft niet alleen maar tienen te halen.”
Toch is het vanaf vrijdag pompen of verzuipen, met een hoge inzet. Slagen of zakken, of, in de woorden van Dante, „een hele grote plus, of een hele grote min”.
Op vrijdag 8 mei beginnen de centrale schriftelijke eindexamens. Met dit jaar ruim 144.000 kandidaten: 54.149 vmbo’ers, 53.455 havisten en 36.635 vwo’ers. Ze krijgen op donderdag 11 juni de uitslag te horen. Voor 41.215 leerlingen die de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo volgen, begonnen de examens al eerder. Tussen 1 april en 17 juli maken ze praktijkexamens voor de beroepsgerichte vakken. Ze horen op 3 juni of ze die succesvol hebben afgelegd. Daarnaast maken deze leerlingen in deze periode digitale centrale examens voor de algemene vakken – zoals Nederlands, Engels en wiskunde.
Het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) heeft zoals elk jaar een site en telefoonlijn geopend, waarop scholieren kunnen klagen over de examens. Daarnaast is dit jaar voor het eerst een ‘stresslijn’, voor leerlingen met behoefte aan een luisterend oor.
Het LAKS is ook een petitie begonnen om de 5.5-regel af te schaffen. Ook vindt het LAKS dat de centrale examens te veel druk leggen op leerlingen en het pleit voor alternatieve toetsen. „Zo kan er bijvoorbeeld worden gekeken naar flexibele en digitale examens voor alle leerrichtingen, zoals nu binnen het vmbo en voor sommige vakken op het havo en vwo al gebeurt”, zegt voorzitter Thijmen Widlak.