Louwrens Hacquebord (1947-2026) | geograaf en archeoloog Poolpionier Louwrens Hacquebord zette het Nederlandse poolonderzoek op de kaart. De Groningse emeritus-hoogleraar Arctische en Antarctische Studies overleed vorige week op 78-jarige leeftijd.
Louwrens Hacquebord, in 2013.
Juli 2000, acht uur ‘s avonds. De zon staat nog hoog aan de hemel boven de toendra op Spitsbergen. Tien studenten en twee begeleiders lopen met grote rugzakken door het terrein, zwoegend over rolkeien en een zachte, kleiige ondergrond. De studenten zijn moe, na een lange dagmars met veel hoogteverschil. Maar de hoogleraar, voorop en met een geweer over de schouder, beent nog met ferme passen voort.
Daarginds wil hij kamperen: vlak, droog en met uitzicht over de baai. Nog even doorlopen dus, maant hij streng. En passant wijst hij nog even op een pol paarse steenbreek, een overvliegende roofmeeuw, een bevriezingspatroon in de bodem. Pas later, bij de tenten, ontspant hij. Dan zien we zijn brede lach doorbreken, onder zijn markante snor. Kleurrijk vertelt hij over de oude walvisvaart, over het ontstaan van dit ruige landschap, over zijn ontmoetingen met ijsberen én met mensen in het poolgebied.
Frits Steenhuisen kookt ontbijt. Foto’s tijdens de studentenexcursie in 2000. Foto’s Nienke Beintema
Foto’s tijdens de studentenexcursie in 2000. Foto’s Nienke Beintema
Foto’s tijdens de studentenexcursie in 2000. Foto’s Nienke Beintema
Foto’s tijdens de studentenexcursie in 2000. Foto’s Nienke Beintema
Het is Louwrens Hacquebord ten voeten uit. Als directeur gaf hij jarenlang vorm aan het Arctisch Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen. En hij had een blijvende invloed op het Nederlandse poolonderzoek, -beleid en -onderwijs. Een van die studenten in 2000, dat was ik. Ook toen realiseerde ik mij al: wát uniek, dat een hoogleraar elke twee jaar studenten meeneemt op een trektocht, op dit onherbergzame eiland.
Hacquebord studeerde fysische geografie, historische geografie en archeologie in Utrecht en Groningen. In 1984 promoveerde hij cum laude aan de Universiteit van Amsterdam op zijn onderzoek naar Smeerenburg, de zeventiende-eeuwse Nederlandse walvisvaartnederzetting op Spitsbergen. Als eerste had hij daar de resten opgegraven van traankokerijen, huizen en graven. Hij had daarmee informatie blootgelegd die nog niet bekend was uit geschriften of schilderijen. Die schetsen vaak een romantisch beeld van de walvisvaart, maar het werk van Hacquebord liet zien dat er niets romantisch aan was. Smeerenburg was een efficiënte, industrieel georganiseerde seizoensnederzetting waar jonge mannen werkten onder barre omstandigheden – en vaak niet oud werden. De wollen mutsen die het team vond, en die opmerkelijk goed bewaard zijn gebleven, zijn nog steeds te zien in het Rijksmuseum. Ze werden symbolisch voor hoe achter simpele objecten een heel stuk geschiedenis kan schuilgaan.
Voetsporen in de sneeuw van een ijsbeer en een meeuw op Spitsbergen.
Eind jaren 70 kwam Hacquebord in dienst als onderzoeker bij het Arctisch Centrum in Groningen, waarvan hij later directeur zou worden. Hij leidde onderzoeksexpedities naar Spitsbergen, Groenland, het Russische poolgebied en ook Antarctica. Een van de hoogtepunten was zijn veldwerk rondom het Behouden Huys op Nova Zembla, waar Willem Barentsz en zijn mannen overwinterden in 1596-97. Ook hier wierp zijn onderzoek nieuw licht op het dagelijks leven. De mannen bleken zich in de donkere winter te hebben vermaakt met houtbewerking, en poolvossen te hebben gegeten. Ook liet Hacquebord zien dat het Behouden Huys op historische platen steevast in spiegelbeeld staat afgebeeld.
„Louwrens was een doorzetter”, vertelt zijn collega Frits Steenhuisen, zelf al sinds 1992 onderzoeker bij het Arctisch Centrum – en de tweede begeleider tijdens die studententocht in 2000. „Niet alleen in het veld, maar ook als het ging om dingen voor elkaar krijgen.” Vergunningen voor Nova Zembla, financiering buiten de gebaande paden… „Neem nu die studentenexcursies”, zegt Steenhuisen. „In 1994 zei Louwrens tijdens een van zijn colleges: ‘Als je de kans krijgt, moet je echt eens naar Spitsbergen gaan.’ Toen riep er een student door de zaal: ‘Nou, regel dat dan maar voor ons!’ En dat deed hij dus.”
Zo’n excursie was voor studenten een fantastische kennismaking met het poolgebied, benadrukt Steenhuisen. „Dat landschap pakte ze beet – en liet ze vaak nooit meer los. Veel van onze studenten zijn daarna verdergegaan in het poolonderzoek. Daar was Louwrens heel trots op.”
De hoogleraar drukte ook zijn stempel op het internationale beleid. Hij kende overal mensen: bij universiteiten wereldwijd, maar ook in Den Haag en bij andere overheden. Hij regelde dat Nederland in 1998 als waarnemer mocht aanschuiven bij de Arctische Raad, een overlegorgaan van alle Noordpoollanden. „Hij zag er meteen het belang van in dat Nederland daar zou meepraten”, vertelt Steenhuisen. „Vanuit onze historische betrokkenheid, maar om ook invloed te kunnen uitoefenen op het hedendaagse gebruik van het Noordpoolgebied.”
Louwrens Hacquebord vertelt over lepelblad, een plant zo boordevol vitamine C dat hij de walvisvaarders beschermde tegen scheurbuik.
Hacquebord roerde zich ook aan het andere uiteinde van de aardas. In 1990 speelde hij een belangrijke rol tijdens de eerste Nederlandse Antarctica-expeditie – een onderneming die serieuze wetenschappelijke publicaties opleverde, maar er ook aan bijdroeg dat Nederland stemrecht verkreeg in het Antarctisch Verdrag. En jarenlang maakte hij zich hard voor structurele financiering van het Nederlandse poolonderzoek.
Juist doordat Hacquebord zo rechtdoorzee was, kreeg hij zoveel voor elkaar, stelt Steenhuisen. „Hij kon soms wat direct overkomen, maar dat was dus wel heel effectief”, zegt hij met een lach. „En tegelijkertijd was Louwrens ook heel zorgzaam, voor zijn studenten en zijn collega’s. En hij had veel vertrouwen in zijn mensen.”
Hacquebord maakte ook graag een breder publiek enthousiast voor het poolgebied. Hij schreef een dozijn boeken en kon zeer energiek vertellen in podcasts en interviews, bijvoorbeeld in het boekenprogramma van Wim Brands. „Dat is wat me misschien wel het meest bijblijft”, besluit Steenhuisen. „Hoe Louwrens zijn passie voor het poolgebied kon overdragen op andere mensen. Dat proberen wij voort te zetten.”
Mikkelsen Harbour, op Trinity Island bij het Antarctisch Schiereiland.