Home

De uiteenlopende voorstellingen van Theater Na de Dam grijpen je naar de keel

Na de dodenherdenking werden dit jaar door het hele land 153 voorstellingen uitgevoerd voor Theater Na de Dam. De Volkskrant bezocht er vijf.

Stel dat Hitler kinderen had gehad, wat hadden die gezegd tegen hun vader? Wat heeft een conflict dat 3.000 kilometer verderop ontspoort te maken met een strijd van 85 jaar geleden? En waarom liet toneelschrijver Bertolt Brecht de Roma-achtergrond van het titelpersonage onbenoemd in Moeder Courage, zijn klassieke anti-oorlogsstuk uit 1939?

Het zijn enkele intrigerende vertrekpunten van de voorstellingen die dit jaar zijn gemaakt voor Theater Na de Dam. Jaïr Stranders en Bo Tarenskeen begonnen dit theaterproject in 2010, uit zorg over de afnemende zeggingskracht van de nationale dodenherdenking.

In vijftien jaar is Theater Na de Dam uitgegroeid tot landelijk fenomeen, met dit jaar 153 voorstellingen, vertolkt door jongeren, ouderen en kinderen, zowel professionals als amateurs. Vijf recensenten gingen kijken in Amsterdam, Zwolle, Utrecht, Dordrecht en Rotterdam.
Annette Embrechts

Amsterdam: ‘Nog niet afgelast’ met Maria Kraakman

Nerveus komt ze op, Thea Kaptein, creatief producent. Actrice Maria Kraakman speelt haar als amateur met podiumvrees. Het is spijtig, maar de voorstelling Nog niet afgelast, is… nou ja, tóch afgelast.

In lijn met spanningen in de samenleving kwam hun productie voor Theater Na de Dam onder druk te staan, vertelt Kaptein. Herdenken roept immers steeds vaker de vraag op wie of wat nu precies wordt herdacht. En of er, als we stilstaan bij de Holocaust, ook ruimte kan bestaan voor een gesprek over bijvoorbeeld Gaza.

Nou, dat kon niet. En nu heeft iedereen zich teruggetrokken: acteurs, dansers, koorzangers. In de piste van Carré zijn de stoelen van de orkestleden leeg, op hoboïst Kees na.

Maar Kaptein wil de ruim 1.750 bezoekers in Carré toch vertellen wat de voorstelling had moeten zijn. Daarbij doet ze een beroep op ons voorstellingsvermogen. Stel je voor dat het koor nu Poulenc inzet. Dat een levensgrote ‘engel van de geschiedenis’ uit de nok neerdaalt. En dat daar 193 spelers – unisono! – een gedicht voordragen. In de soepele regie van Ludwig Bindervoet schiet Kraakman over het toneel om alles uit te beelden.

De afgelaste productie, die het gedachtegoed van Hannah Arendt en Walter Benjamin koppelde aan mensenrechtenschendingen nu, zou een topzware, overvolle voorstelling zijn geworden, blijkt uit de mooie tekst van Vincent van der Valk. Het goede eraan was zonder twijfel dat er ruimte was voor een veelheid aan ervaringen en perspectieven, zoals dat kan in de kunst. We hoeven het ons alleen maar voor te stellen.

Inlevingsvermogen, verbeeldingskracht: deze menselijke vaardigheden zijn cruciaal voor ons onderlinge begrip. Maar in deze gepolariseerde tijd staan ze onder druk. Zijn we ze aan het verliezen?

Nee, bewijzen Van der Valk en Bindervoet in het schitterende slot, waarbij 1.750 toeschouwers zwijgend de karaokeversie van John Lennons Imagine op groot scherm bekijken. Er klinkt geen muziek, maar we horen het allemaal in ons hoofd. Wat er dan gebeurt vanuit de zaal, dat kunt u zich misschien voorstellen.
Herien Wensink

Zwolle: ‘Ongedierte’ door Theatergroep De Jonge Honden

Samen met zijn makkers in zijn eenheid rookte en dronk Wojtek voortdurend en sliep dan zijn roes uit. Tijdens hevige gevechten droeg hij artillerie naar het front, en als ze vrij waren worstelde hij voor de lol met de soldaten. Wojtek was echt een van hen, al was hij geen mens. Hij was een beer.

In Ongedierte van de Overijsselse Theatergroep De Jonge Honden (regie Billy de Walle en Scott Beekhuizen) komen verhalen aan bod van dieren tijdens oorlogen. Dieren zoals Wojtek, die dicht bij het vuur zaten, en dieren die verder van de strijd verwijderd waren maar die wel de gevolgen ervan voelden, zoals hongerige Amsterdamse zwerfkatten.

Vijftien leerlingen van de acteursopleiding aan het Deltion College Zwolle, waarmee De Jonge Honden elk jaar voor Theater Na de Dam samenwerkt, vertolken vol geestdrift de dieren. Haarbanden met oortjes, staarten aan jassen en bruine bontkragen transformeren ze in honden, katten of bavianen.

De vele korte verhalen, kostuumwisselingen en snelle dialogen maken Ongedierte een dynamische voorstelling. Het Zwolse publiek (veel leeftijdsgenoten van de spelers) lacht om grapjes zoals de titel van de memoires van Blondi, Hitlers hond: Ich habe das niet gewufft.

Er komt een aantal interessante thema’s aan bod, die soms iets meer ruimte hadden verdiend. Want zijn dieren heldhaftig te noemen als ze gedwongen werden deel te nemen aan de oorlog, zoals duif Cher Ami die tijdens het bezorgen van een belangrijke boodschap beschoten werd?

Uiteindelijk beklijven de verhalen van individuele dieren het meest; de foto’s die we aan het eind zien zijn ontroerend. Het is bijna niet te bevatten hoeveel impact oorlog heeft op alle levens op aarde. Daarmee past de voorstelling mooi in de lijn van Tweede Wereldoorlogverhalen over stille getuigen en slachtoffers waar tot nu toe weinig aandacht voor was. Laten we in oorlogstijd ook de dieren niet vergeten.
Mina Etemad

Dordrecht: ‘Nummer zonder naam’ met Sem Ben Yakar

De eerste zin van een boek verraadt alles, zei zijn vader altijd, en dat klopt: een einde zit vaak al in het begin besloten. Nummer zonder naam, tijdens Theater Na de Dam te zien in een voormalig schoolgebouw in Dordrecht, begint met warme jeugdherinneringen van een Joodse tiener.

Hij vertelt over zijn vader, rommelend in zijn boekwinkel. Over zijn altijd zingende moeder. Over zijn zusje, die hij stilletjes bezwoer altijd te beschermen. Zo kleurt acteur Sem Ben Yakar het plaatje eerst helemaal in, om vervolgens alle kleuren uit te gummen. Wat overblijft zijn hooguit contouren.

Regisseur Erwin van Heusden schreef een fictieve monoloog over een 18-jarige Joodse jongen die tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau. Of nee: hij schreef over Efraïm, een levenslustige tiener met kunstzinnige aspiraties, die hield van slechte grappen en een duik in de rivier, maar die gaandeweg alles wat hem typeert moest afleggen.

Ben Yakar speelt hem jeugdig, met overslaande stem soms, als iemand die niet kan bijbenen wat hem overkomt. Als Efraïm, met kaalgeschoren hoofd, rillend de zaal inkijkt, zie je soms nog een glimp van die levendige jongen. Als een mantra herhaalt hij: ‘Ik ben nog steeds Efraïm, ik weet wie ik ben.’

Hij wordt bijgestaan door violist Moniek de Leeuw, die met haar prachtige muziek soms schoonheid in alle gruwel aanbrengt. Wel had het verhaal ontegenzeggelijk aan zeggingskracht gewonnen als Ben Yakar meer ruimte had gekregen om tegen de tekst in te kleuren, en zo diepte en gelaagdheid aan te brengen. Ook de visuele effecten, die vóór hem op een doorzichtig gaas worden geprojecteerd, voegen niets toe, maar scheppen veel afstand tot het personage.

Als Efraïm uiteindelijk eindigt bij het begin, bij die mooie herinneringen waaraan hij zich in zijn laatste momenten vastklampt, grijpt Nummer zonder naam absoluut naar de keel.
Sander Janssens

Utrecht: ‘Zo’n prachtige dag, en ik moet gaan’ met Oda Spelbos

Waarom steunt de een klakkeloos een dictatoriaal regime en komt een ander juist meteen in verzet? In Zo’n prachtige dag, en ik moet gaan van regisseur Raygin Fullinck stelt docent Sophie, die als kind ooit lid was van de Hitlerjugend, zichzelf deze vraag.

In de kleine zaal van Theater Kikker speelt Oda Spelbos een zelfverzekerde docent, die vertelt over haar fijne jeugd in West-Duitsland. In 1933, toen ze 12 was, hoorde ze dat haar broer Hans bij de Hitlerjugend ging. Hoewel hun vader het afkeurde, wilde Sophie niets liever dan in haar broers voetsporen treden. Tegen haar vader zei ze: ‘Maar houd jij dan niet van Duitsland?’

Dan verschijnt er een nors kijkende man (Marien Jongewaard), die op de vrijwel kale speelvloer achterin op een stoel gaat zitten. Hij schilt een appel en kijkt Sophie nu en dan lichtelijk diabolisch aan. Als de man zonder naam en tekst (Is het haar broer? Haar vader?) Sophie aankijkt, verduistert de zaal, schijnt er een spot op hem en wordt de gemoedelijke sfeer ijzig. In de slotscène blikt Sophie op absurdistische wijze terug op haar noodlot, waaruit ook blijkt welke verwoestende rol deze man in haar leven heeft gespeeld.

Het schrijftalent Koen Caris liet zich voor Zo’n prachtige dag, en ik moet gaan onder meer inspireren door de jonggestorven Duitse verzetsheldin Sophie Scholl (1921-1943), die de overstap maakte van de Hitlerjugend naar de verzetsgroep Weisse Rose. In de ontroerende en goed opgebouwde tekst laat Caris haar langzaam twijfelen over haar rol in de oorlog.

‘Ik ben erin getrapt, niet slim genoeg geweest,’ zegt Spelbos, die met haar vloeiende tekstbehandeling en warme stem Sophies zelfonderzoek invoelbaar maakt. Een stem die je ook overtuigt dat in ‘de dictatuur van het kwaad’ de route naar vrede, gerechtigheid en rijke mensenlevens begint met moreel verzet.
Ela Çolak

Rotterdam: jongerenvoorstelling ‘Heimat’ door Theater Rotterdam

Zestien jongeren, met koffers, tassen en een gitaar, beloven ons een reis door een fabriekshal in Rotterdam, waar vroeger aluminium zonweringen werden gemaakt. We lopen over gescheurd beton, betegelde trappen, versleten tapijt, om drie verhalen te horen. De tieners vertalen waargebeurde oorlogsherinneringen naar videoscènes, toneelspel en muziektheater, op basis van gesprekken met nazaten.

Een groepje maakt een schoolvideo over een NSB-gezin met vier zonen, die op één na de kant van de Duitsers kiezen. Een andere groep verbeeldt de onzekerheid van een kapitein die zijn koopvaardijschip ziet ontploffen. Een derde groep legt uit hoe een Joods gezin probeert te vertrouwen op een uitruilcertificaat, een papiertje dat een nieuw thuis belooft.

Tijdens gesprekken met nazaten hoorden de makers over angsten, ruzies en scheuringen binnen families hierover. De meesten van de jonge, onervaren spelers kennen die van dichtbij. Een aantal is gevlucht voor oorlog (uit Oekraïne, Syrië, Iran of Angola). Ze banen zich een weg door gebroken Nederlands of trekken zich op aan Nederlandse leeftijdgenoten. Niet alles is goed verstaanbaar, maar de emoties zijn voel- en zichtbaar.

In regie van Jasper Vaillant, Floor Hengeveld en Ernesto Samson ontstaat discussie tussen de spelers. ‘Vertellen is verwerken’, zegt eentje. ‘Nee’, briest Arshia uit Iran. ‘Vertellen is verzuipen in de bullshit van het leven.’ Een ander sust: ‘Vertel met een verdrietig hart.’

Het meest sprekend zijn de momenten waarop ze hun pijn en gemis even over die van 85 jaar geleden leggen. Neem de Oekraïense, wier vader bij de Poolse grens uit de vluchtauto werd gezet. Terwijl water golft en een gitaar kabbelt, leeft ze mee met het lot van de dolende kapitein, die zijn gezin mist: ‘Ik houd koers. Ik ga vooruit’, zegt ze ferm.

Na tien kwartier ‘verteltheater met verdrietig hart’ worden we de fabriek uitgebonjourd. Om middernacht sluit de poort.
Annette Embrechts

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next