Home

Dat vrouwen mannen ‘als groep’ zouden afschrijven is een aantijging zo oud als het feminisme zelf

is historicus.

Op het eerste moment in de geschiedenis dat het voor vrouwen mogelijk is om een onafhankelijk leven te leiden, heeft Sander Schimmelpenninck zich in een column over heterofatalisme de vraag gesteld of ‘afdruipen met een kat of Deens reageerbuisje omgaan met teleurstellingen (is) of een positieve keuze’. ‘Het simpele feit dat veel vrouwen pertinent weigeren een man te daten met een lager opleidings- of inkomensniveau’ – een feit zo simpel dat het geen reflectie behoeft – zegt volgens hem ‘veel over hun halfhartige emancipatie’.

Dat vrouwen mannen ‘als groep’ afschrijven is een anti-feministische aantijging die zo oud is als het feminisme zelf. De strijd voor het kiesrecht ging al gepaard met billenknijpen over vrouwen die huis en haard zouden verlaten. Maar smeuïge essays en socialemediaposts daargelaten, zijn verreweg de meeste vrouwen te verzot op mannen om ze bij voorbaat af te wijzen. Geen seks, geen liefde: zelfs op de toppen van bevrijdingsgolven zijn feministen er nauwelijks in geslaagd. Ergens in de kloof tussen theorie en praktijk tast de mens in het duister.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Of het vrouwelijke verlangen naar een gelijkwaardige relatie inderdaad wijst op ‘onmogelijke en ronduit discriminerende eisenpakketten’ valt te betwisten. Zeker is dat carrièresucces voor vrouwen op de datingmarkt niet voordelig uitpakt, integendeel: sommige vrouwen besluiten hun universitaire titels niet meer te noemen op datingapps.

De groeiende mismatch tussen mannen en vrouwen ontstaat doordat het huwelijk dezelfde maatschappelijke rol heeft behouden, inclusief ouderwetse rollenpatronen, terwijl de contractuele structuur volledig is veranderd, betoogt de Amerikaanse econoom Corinne Low. De oorspronkelijke deal: financiële zekerheid voor haar, in ruil voor verzorging, emotionele ondersteuning en een zuivere bloedlijn voor hem, is vandaag de dag onhoudbaar: van één inkomen valt nauwelijks te leven.

Tegelijk stijgen de emotionele verwachtingen van relaties. Zijn huwelijk is vrijer en gelukkiger: historici wijzen op een verschuiving waarbij ontevredenheid van vrouwen een steeds belangrijkere oorzaak is van echtscheidingen, die dan ook veel vaker door vrouwen worden aangevraagd. Wie financieel onafhankelijk is kan de lat hoger leggen.

Volgens genderwetenschapper Alice Evans is de vraag naar mannelijke partners door de confluentie van economische ontwikkelingen en het vrijer worden van de samenleving drastisch gedaald. En dat treft vooral praktisch opgeleide mannen. Het maakt van steeds meer mannen ‘double losers’, ze vinden geen werk en geen partner, wat de toegang tot geld, een huis, seks, en nageslacht bemoeilijkt.

Mannen zijn slechte verliezers. Ze zijn wereldwijd – ongeacht leeftijd, inkomen of opleidingsniveau – oververtegenwoordigd in het anti-democratische kamp. Ook wanneer vrouwen hun moederlijkheid inzetten om extreemrechts salonfähig te maken, vormen mannen de drijvende kracht achter fascistische politiek.

Zijn vrouwen goede winnaars? Afgezien van de hoogste regionen van economische en geopolitieke macht hebben vrouwen een razendsnelle, ongekende toename van macht en invloed doorgemaakt. Dit feministische succesverhaal – ik heb er ook wel eens een handje van – wringt. Het is eenzijdig en simplistisch.

De sociale definitie van het man-zijn, door de geschiedenis heen en nagenoeg overal ter wereld, is het hebben van middelen om vrouw en kinderen te onderhouden. Bovendien heeft juist op het moment dat politiek-juridische gelijkheid tussen man en vrouw een feit werd, de moderne overtuiging dat mannen en vrouwen elkaar aanvullen, en dus verschillend zijn, terrein gewonnen. Deze nieuwe vorm van genderongelijkheid raakt vrouwen disproportioneel, maar zet mannen eveneens klem.

De tragedie van heterofatalisme, zo schreef ik al eerder, is dat alle partijen zich miskend voelen. Vrouwen én mannen betwijfelen of ze door de ander als gelijkwaardig worden beschouwd. In 1981 schreef een man in reactie op een feministische enquête dat er van hem verwacht werd een kruising te zijn tussen John Wayne, Hugh Hefner, en een bank. ‘We zijn ook maar mensen, in godsnaam.’ Het is lang wachten op nieuwe invullingen van mannelijkheid, losgezongen van kostwinnerschap.

Wat mannen in emotioneel opzicht te brengen hebben, als partners en als vaders: het lijkt me een prachtonderwerp voor mannelijke columnisten en schrijvers.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next