Monumentenzorg Het bedrijf dat het Nationaal Monument op de Dam van rode verf ontdeed, heet Kunstwacht. Dat onderhoudt voor honderd gemeenten kunstwerken en monumenten in de openbare ruimte, vertelt directeur Jesper Schreuder. „We zien de laatste jaren vaker leuzen die te maken hebben met de huidige oorlogen.”
Het monument op de Dam werd in de nacht voor Dodenherdenking beklad met rode verf. Specialisten van Kunstwacht waren de hele dag bezig met het 'schoonstomen' van het monument.
Iets na 5.00 uur gaat maandag de telefoon bij het Delftse bedrijf Kunstwacht. Twee blauwe busjes rukken uit naar het hart van Amsterdam. Bij aankomst is het even schrikken. „Het was veel verf, heel veel rode verf”, vertelt directeur Jesper Schreuder aan de telefoon.
„We wisten niet direct of het zou lukken om het op tijd vóór de herdenking die avond schoon te maken. Het Nationaal Monument is gemaakt van travertijn, dat is een vrij zachte steensoort. Het leek misschien of we het met een hogedrukspuit hebben bewerkt, maar we hebben het schoongestoomd. Eerst gingen er twee busjes richting Amsterdam, uiteindelijk zijn we opgeschaald naar vijf busjes en acht medewerkers.”
Schreuder werkt al ruim achttien jaar bij Kunstwacht. Hij kwam er via via terecht. Eerst hield hij zich bezig met het onderhoud van kunst, sinds 2025 runt hij het bedrijf, samen met drie partners.
Voor ruim honderd gemeenten in Nederland beheert en verzorgt Kunstwacht publieke beelden, monumenten, gedenktekens, muurdecoraties en bijzonder straatmeubilair: met 3,6 miljoen euro omzet (2024) is het het grootste bedrijf in Nederland dat zulk onderhoud verricht.
„In 2002 werd Paul Schulten, mededirecteur van Kunstwacht, door de gemeente Delft gevraagd om mee te denken over het beheer en onderhoud van alle kunst en monumenten in de stad. Hij had op dat moment een ander bedrijf, Archeoplan, dat archeologische vondsten restaureerde. Dat is het begin geweest van het dit bedrijf. Daarna ging het snel.”
Het Nationaal Monument op de Dam vereist meerdere keren per jaar onderhoud, vertelt Schreuder. „Voor 4 mei voeren we standaard een schoonmaakbeurt uit. Meestal ronden we dat een paar dagen voor de herdenking af. Op de dag zelf komen we altijd nog een keer langs voor de laatste check. Normaal gesproken zouden we om zeven uur ’s ochtends starten, gister zijn we wat eerder begonnen.”
„We zijn met twintig man. Die hebben allemaal verschillende specialiteiten. We hebben houtspecialisten, keramiekspecialisten, mensen die zich bezighouden met fijne restauraties, specialisten in reiniging, we hebben mensen die kunnen lassen. Zo breed als je het maar kan verzinnen.”
„Kunstwerken zijn zo divers. Sommige stukken zijn enorm fragiel. Andere zijn weer van natuurlijke materialen gemaakt, zoals boomstammen of gras. De spullen die we bij een schoonmaak of restauratie gebruiken kunnen daarom variëren. Ik zou een lijstje willen opnoemen, maar dat zou oneindig zijn. Maar denk aan bladgoud, restauratiemortels, voegmiddelen, hout, beton, polyester. Alles waarvan kunstwerken gemaakt worden, gebruiken wij ook.”
„Tot in de jaren negentig waren er nauwelijks budgetten voor onderhoud van kunst in de openbare ruimte. Als een kunstwerk omviel, werd het bij wijze van spreken gewoon weer rechtgezet. Nu zijn gemeenten er bewuster mee bezig, door budgetten op te stellen. Maar er is nog steeds niet altijd geld voor. We proberen gemeenten daarom zo goed mogelijk te adviseren. Een kunstwerk dat zodanig is verouderd dat het gevaarlijk wordt of technisch niet meer in orde is, heeft natuurlijk meer prioriteit dan een werk dat alleen verkleurd is.”
„Bij ons komen de meest uiteenlopende meldingen binnen. Denk aan bekladdingen – de laatste jaren vaker leuzen die te maken hebben met de huidige oorlogen. Maar het komt ook voor dat er bomen op kunstwerken vallen of dat er auto’s tegenaan gereden zijn.”
„Gelukkig niet, ik klop het direct af. We hebben met dit soort werk zelden haast, de bekladding gisteren op de Dam was echt een uitzondering.”