Perstoegang Gaza Israël laat sinds 7 oktober 2023 geen buitenlandse journalisten in de bezette Gazastrook toe, met uitzondering van georganiseerde tours met het Israëlische leger. Internationale petities en juridische stappen in Israël haalden niets uit.
Israëlische soldaten bekijken de verwoeste stad Jabalia in Gaza van een uitzichtpunt in Israël.
De heuvel van schaamte. Zo wordt het uitzichtpunt buiten de zuidelijke Israëlische stad Sderot genoemd door journalisten in Israël. Het is een van de weinige plekken waar zij het verwoeste Gaza kunnen bekijken.
Sinds 7 oktober 2023 is de heuvel een vaste plek voor live-verslaggeving omdat toegang tot Gaza door de Israëlische regering wordt geblokkeerd. Op dezelfde plek komen Israëliërs dagelijks met verrekijkers naar de verwoesting in Gaza kijken.
Ondanks het officiële bestand sinds 8 oktober 2025 in Gaza laat Israël geen buitenlandse journalisten toe in het bezette gebied. Palestijnse journalisten zijn al tweeënhalf jaar de ogen en oren van de wereld om verslag te doen van de genocide in Gaza.
Sinds 7 oktober 2023 zijn zij doelgericht aangevallen. Ruim 250 Palestijnse journalisten in Gaza zijn door Israël gedood. De aanvallen zijn onderdeel van een „bewuste poging om de documentatie, berichtgeving en publieke bekendmaking van Israëlische wreedheden tegen Palestijnen de kop in te drukken”, aldus de Palestijnse mensenrechtenorganisatie Al Mezan in een rapport. Ook het Committee to Protect Journalists (CPJ) schrijft dat door de pers de „mond te snoeren” Israël het zwijgen oplegt aan „degenen die vastleggen en getuigen van wat mensenrechtenorganisaties en VN-deskundigen unaniem als genocide bestempelen”.
De afgelopen tweeënhalf jaar hebben diverse organisaties tevergeefs opgeroepen onafhankelijke toegang tot Gaza toe te staan. De Foreign Press Association (FPA) in Jeruzalem, die honderden journalisten in Israël en bezet Palestina vertegenwoordigt, spande in december 2023 een rechtszaak aan bij het Israëlische Hooggerechtshof. De zaak werd afgewezen, het hof onderschreef de motivatie van de regering.
Israël gebruikt al sinds oktober 2023 het argument dat het om veiligheidsreden geen journalisten toelaat in Gaza: de aanwezigheid van internationale media zou een strategisch gevaar kunnen zijn voor het leger, en Israël zou de veiligheid van journalisten niet kunnen waarborgen.
„Het is aan de media zelf om te beslissen of het te gevaarlijk is in Gaza”, zegt Tania Kraemer, correspondent voor Deutsche Welle en voorzitter van de FPA, telefonisch vanuit Jeruzalem. „Een van onze argumenten is dat er een mechanisme kan zijn voor het toelaten van journalisten, net als er is voor buitenlandse humanitaire werkers die in Gaza werken”, zegt Kraemer, ook al worden die laatsten ook in toenemende mate geweerd. Tijdens eerdere Gaza-oorlogen, zoals in 2008, wist de FPA wel succesvol toegang te eisen via het hof.
Nadat de FPA begin 2024 opnieuw een zaak aanspande, verleende het hof de regering tien keer uitstel om daarop te reageren. Op 4 januari dit jaar kwam de regering met een reactie waarin het opnieuw de veiligheid van journalisten aanhaalde als reden voor de ban van buitenlandse media.
Ook verwees de regering naar de zoektocht van het lichaam van een sinds 7 oktober 2023 in Gaza vastgehouden Israëlische soldaat, die zou worden belemmerd door de aanwezigheid van journalisten. Inmiddels is dat lichaam gevonden, na de doorzoeking en verwoesting van een Palestijnse begraafplaats, maar de ban is nog steeds van kracht.
Een journalist doet verslag van de oorlog vanuit Israël met op de achtergrond Gaza.
Verslaggevers bij een vrachtwagen met humanitaire hulp bij de grensovergang Kerem Shalom.
Volgens critici houdt de FPA door de juridische weg te bewandelen de façade in stand dat er sprake is van eerlijke rechtsspraak in Israël. „Doorgaan met deelname aan deze schijnvertoning dient niemand, behalve de Israëlische regering”, aldus +972 Magazine, een Engelstalig journalistiek platform over Palestina en Israël.
„Wat is het alternatief?”, reageert Kraemer. De FPA heeft volgens de voorzitter tevergeefs een beroep gedaan op verschillende regeringen en diplomaten, in de hoop dat zij zich zouden inzetten voor toegang. „Overal waar we aanklopten, bleven de deuren voor ons gesloten.”
De FPA is niet de enige organisatie die zonder succes toegang heeft geëist. Afgelopen juli begonnen enkele journalisten het online initiatief Freedom to Report: Gaza mission. Ze stelden een open brief op waarmee zij de Israëlische regering en Hamas opriepen journalisten toe te laten. De brief werd door ruim tweeduizend journalisten ondertekend.
„Dit gaat niet alleen over Gaza. Het gaat om het verdedigen van het universele recht op onafhankelijke verslaggeving ter plaatste in conflictgebieden overal ter wereld”, aldus de brief. De Braziliaanse fotograaf André Liohn, een van de initiatiefnemers, noemt de houding van journalisten „passief”: „Ze zijn bang om als activist gezien te worden. Israël is er een meester in om dat label tegen journalisten te gebruiken,” zegt hij telefonisch uit Noorwegen.
De petitie heeft ook tot kritiek geleid. Zo is de oproep zowel gericht aan de Israëlische regering als aan Hamas. Dat is opmerkelijk, want zonder toestemming van Israël als bezettingsmacht van Gaza, dat hermetisch is afgesloten van de buitenwereld, komt geen journalist Gaza in.
In het verleden hadden journalisten, wanneer zij Gaza in konden, ook toestemming nodig van de Hamas-autoriteiten. De petitie is om die reden zowel aan de Israëlische regering, als aan een Hamas-vertegenwoordiger in Qatar gestuurd, zegt Liohn. Er is geen reactie gekomen, niet uit Israël, noch uit Qatar.
De brief benoemt het hoge aantal Palestijnse journalisten dat is gedood in Gaza, maar doet geen expliciete oproep voor hun bescherming. Ook lijken de bewoordingen van de brief een contrast te suggereren tussen onafhankelijke buitenlandse journalistiek en Palestijnse journalisten ter plaatse. Vergelijkbare kritiek viel de FPA ten dele.
„We vragen niet om toegang omdat onze Palestijnse collega’s hun werk niet doen”, benadrukt Kraemer. „Integendeel: ze hebben geweldig werk verricht in onmogelijke omstandigheden; ze zijn onze ogen en oren in Gaza. Wat we zeggen is dat ze deze last niet alleen hoeven te dragen. We zouden samen met onze Palestijnse collega’s moeten kunnen werken.”
Een auto staat in brand na een aanval van het Israëlische leger in Gaza Stad waarbij volgens Palestijnse autoriteiten Al Jazeera-correspondent Mohammed Wishah werd gedood op 8 april 2026.
In juni en augustus 2025 riepen de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ) en Free Press Unlimited (FPU) in een brief aan toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Caspar Veldkamp (NSC) op om druk uit te oefenen op Israël voor de bescherming van Palestijnse journalisten en onafhankelijke toegang tot Gaza.
Afgelopen december herhaalden zij hun oproep aan demissionair minister van Buitenlandse Zaken David van Weel (VVD). In een reactie van het ministerie van 18 september 2025, ingezien door NRC, staat dat de minister de kwestie van onafhankelijke mediatoegang tot Gaza heeft benoemd tijdens de ontbieding van de Israëlische ambassadeur op 29 juli. Algemeen secretaris van de NVJ Thomas Bruning noemt de reacties van de ministers „diplomatieke antwoorden”.
Op 1 september 2025 kleurden de voorpagina’s en sites van ruim 250 mediaorganisaties zwart uit protest tegen de Israëlische aanvallen op journalisten in Gaza. Volgens Mouin Rabbani, Midden-Oosten-deskundige en redacteur van het online tijdschrift Jadaliyya, hadden (hoofd)redacteuren van internationale media zich veel resoluter kunnen opstellen en druk kunnen uitoefenen op Israël. Hij noemt het „scheef” dat veel media wel vermelden dat zij geen onafhankelijke toegang hebben tot Gaza, maar dat zelden wordt gemeld dat in Israël zelf militaire censuur van kracht is.
Volgens Rabbani hadden media meer Palestijnse journalisten kunnen inhuren. „In plaats daarvan zie je dat media als de BBC zich enerzijds volledig neerleggen bij de beperkingen die Israël heeft opgelegd, en anderzijds Palestijnse journalisten zwartmaken.” Rabbani verwijst naar de bewering van de BBC dat de in augustus door Israël vermoorde Palestijnse Al Jazeera-journalist Anas al-Sharif, die door Israël als „terrorist” werd gelabeld, eerder voor een mediateam van Hamas werkte, zonder bronnen of uitleg te geven.
„Media hadden gezamenlijk heel duidelijk moeten maken: als wij geen toegang krijgen, krijgen jullie ook geen toegang, door geen Israëlische politici of functionarissen meer te citeren.” Het tegenovergestelde is het geval, zegt Rabbani. „In berichtgeving worden consequent Israëlische bewindspersonen en woordvoerders geciteerd. Je moet als journalist nu eenmaal bewindspersonen citeren. Maar het wordt vaak gedaan zonder enige context. ‘Israël zegt…’ is geen journalistiek.”
De enige manier om Gaza binnen te komen als buitenlandse journalist, is embedded (ingebed) te gaan met het Israëlische leger. Het leger houdt daarbij de volledige controle over het gebied dat wordt bezocht en wat mag worden gedocumenteerd. Met Palestijnen spreken gebeurt niet. Video’s en foto’s moeten voor publicatie worden gedeeld met de militaire censor.
Sinds oktober vinden die tours van het Israëlische leger plaats binnen de „gele lijn”, het oostelijke deel van Gaza dat onder volledige controle van het leger staat en circa 58 procent van het grondgebied beslaat.
Met name Israëlische journalisten zijn veelvuldig meegegaan, en in beperkte mate journalisten voor internationale nieuwsorganisaties zoals de The New York Times en de BCC die daarvoor een directe uitnodiging van het leger ontvangen. Dat laatste geldt doorgaans niet voor kleinere media.
De Israëlische journalist Noga Tarnopolsky, correspondent voor France 24, deelde haar ervaringen tijdens een embed met het CPJ: „Journalisten konden zich niet vrij bewegen, geen contact leggen met burgers en niet onafhankelijk verslag doen. Ieder van hen mocht slechts een kort, gecontroleerd gesprek voeren met de woordvoerder van het leger”, aldus Tarnopolsky. „Alles was in scène gezet. We hebben geen enkel persoon gezien, we konden niets vastleggen. Dit was geen journalistiek werk – het was theater.”
FPA-voorzitter Tania Kraemer noemt de afweging om mee te gaan op perstours van het leger een „dilemma” voor journalisten, omdat het „de enige manier is om de verwoesting te zien. Tegelijkertijd blijven wij benadrukken dat embeds geen vervanging zijn van onafhankelijke toegang”. Diverse nieuwsorganisaties hebben volgens haar besloten niet (meer) met de tours mee te gaan.
Joeri Boom, voormalig oorlogsverslaggever voor onder meer NRC die zowel embedded als onafhankelijk werkte in onder meer Afghanistan, Irak en Soedan, spreekt ook van een dilemma. „Zodra je je aankondigt als journalist bij strijdende partijen worden er zaken voor je weggehouden. Het is altijd eenzijdige journalistiek.”
Volgens Boom moeten redacties goed bekijken wat het doel is, en waar de morele ondergrens van deelname ligt. „Soms biedt het een opening om los van de strijdende partijen zelf op onderzoek te gaan. Maar als het ter plekke onmogelijk is om te controleren wat je gastheer zegt, en je alleen maar gestuurd wordt, dan kan ik me voorstellen dat het beter is dit niet te doen.”
Naast de inhoudelijke risico’s en de veiligheid van de journalist schuilt er een ander gevaar in deelname aan de embeds van in Gaza, zegt Boom: „Zij kunnen laten zien ‘Kijk, media gaan naar Gaza met het Israëlische leger’. Als journalist kun je gebruikt worden als propagandapoppetje om oorlogsmisdaden goed te praten.”
In oktober 2024 leidde het Israëlische leger journalisten van onder andere de BBC, The New York Times en The Associated Press rond door dorpen in het door Israël bezette Zuid-Libanon.
Het Libanese journalistieke platform The Public Source analyseerde de verslaggeving die voortkwam uit deze tours. De met name in Israël gevestigde deelnemende journalisten namen in hun verslaggeving de legitimeringen van het leger voor de invasie van Zuid-Libanon over, aldus het medium, en citeerden veelvuldig Israëlische militairen en functionarissen.
„Laten we het voorbeeld van Oekraïne nemen”, zei Mohamad Bazzi, universitair hoofddocent journalistiek en directeur van het Centrum voor Nabije-Oostenstudies aan New York University, tegen The Public Source. „Als Rusland een soortgelijke ‘embed’-operatie zou opzetten, is het onwaarschijnlijk dat westerse journalisten zouden instemmen (…) onder dergelijke omstandigheden, met Russische troepen op Oekraïens grondgebied.”