Door 4 mei te verbreden naar hedendaagse conflicten zoals dat in Gaza ontstaat het risico dat herdenken een strijdtoneel wordt van actuele politieke standpunten, betoogde oud-politicus Rob Oudkerk. Volkskrant-lezers reageren.
Ik heb er alle begrip voor dat Rob Oudkerk niet wil dat de dodenherdenking van 4 mei niet wordt verbreed. Het heeft inderdaad het nadeel dat de verschrikkingen van de Holocaust iets minder aandacht krijgen als we óók stilstaan bij al het andere leed in de wereld. Toch ben ik er voorstander van om de nationale dodenherdenking wél breder te trekken. De Jodenvervolging is bepaald niet het enige afschuwelijke wat er gebeurd is. En herdenken heeft weinig zin als we niet de vertaalslag maken naar het heden.
Overigens was de dodenherdenking aanvankelijk ook niet bedoeld om de omgekomen Joden te herdenken, maar alleen de omgekomen verzetsmensen. Gelukkig werd dat in de jaren zestig rechtgezet. Zo is het nu zeer passend om de dodenherdenking te verbreden naar al het andere leed in de wereld: niet alleen van de Holocaust, maar ook van Gaza, Iran, Syrië, Soedan, Oeigoeren en Tibet.
Welke verschrikkingen we wel en niet landelijk herdenken op 4 mei is niet eenvoudig te bepalen. Misschien moeten we dat overlaten aan ieder mens en iedere organisatie die daarvoor bij het eigen geweten te rade kan gaan. Steeds opnieuw. Zodat wij nooit vergeten tot welke verschrikkingen wij mensen in staat zijn, als we de aanloop onvoldoende herkennen en er onvoldoende begrip en liefde tegenover stellen.
Maarten Stoffers, Leiden
Ik ben het roerend eens met Oudkerks oproep om 4 mei te behouden als herdenking van en collectieve herinnering aan de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog.
Het is alleen zo jammer en onnodig dat hij en passant in twijfel trekt of ‘genocide’ een passende term is voor ‘hedendaagse conflicten’ (lees: Gaza).
Stijn van Deursen, Haarlem
Rob Oudkerk opent zijn opiniebijdrage op 4 mei, dag van de dodenherdenking, met een vermeend citaat, dat achter de bijgeleverde link naar 4meinclusief.nl niet is terug te vinden: ‘Wij organiseren dit naar aanleiding van de oorlog in Gaza: burgers worden daar slachtoffer van geweld, uitsluiting en dehumanisering.’ Waarop Oudkerk het whataboutism dat zijn complete opiniërende vervolg inhoud moet geven ophangt: ‘Dat is inderdaad afschuwelijk, net zoals in vele andere oorlogen.’
Behalve dat hem het bijzondere verband tussen de ‘historische Holocaust’ en de even historische ontstaansgeschiedenis van het politieke zionisme volledig (en verwijtbaar) ontgaat, maakt hij de inclusiviteit van de Haagse ‘alternatieve nationale herdenking’ verdacht.
De cruciale vraag of we in deze tijd ritueel, gesloten, de slachtoffers van WO II moeten herdenken, of beter de gewelddadige voortzetting van die geschiedenis, zet hij badinerend weg door 4 Mei Inclusief ‘een strijdtoneel van actuele morele en politieke standpunten’ te noemen, die de ‘stille tijdlijn van het verleden uit de ether drukt’.
Oudkerks ‘stille tijdlijn van het verleden’ zou iedere dag oorverdovend de media moeten halen, want deze is ongebroken en voert rechtstreeks van het verleden naar de actualiteit, met iedere bezetting, onderwerping, vernietiging van het leven van iedere burger en de dood van miljoenen militaristische krijgers over de hele wereld. Zijn opiniebijdrage op deze inderdaad gewijde dag is in die context een ongepaste blindganger.
Jouke Kleerebezem, Amsterdam
Het opiniestuk van Rob Oudkerk verschaft foutieve informatie over de bijeenkomst van ‘ 4 mei inclusief’, de alternatieve dodenherdenking.
Ten eerste herdenken wij niet alleen de slachtoffers van de oorlog in Gaza, maar staan we ook nadrukkelijk stil bij de slachtoffers van oorlogen in Soedan, Oekraïne, Libanon, Iran en andere conflicten en natuurlijk ook de Tweede Wereldoorlog. Ook geven we aandacht aan de doorgaande schendingen van rechten en internationale verdragen die ons moeten beschermen tegen de gruwelijkheden van de Tweede Wereldoorlog. Dat doen wij omdat er nauwelijks wordt opgetreden tegen deze cruciale rechtenschendingen, waardoor oorlogen en machtsmisbruik gemakkelijker worden.
Dit brengen wij in alle communicatie naar voren: in de speeches van sprekers, in sociale media, website, en persberichten. Herdenken schept verantwoordelijkheid voor het heden.
Ten tweede suggereert Oudkerk dat wij niet om 20 uur twee minuten stilte in acht nemen, maar dit om 19 uur doen. Dit is onwaar en wordt ook in alle communicatie benadrukt. Ons programma begint om zeven uur in de avond en om acht uur zijn we twee minuten stil, na een traditioneel taptoesignaal door een trompettist. Wij hechten aan dit deel van de nationale herdenking omdat het een waardig moment van bezinning is.
Tessa Terpstra, namens Comité van Waakzaamheid Nu, Den Haag
Waarom zou het conflict in het Midden-Oosten de aanleiding moeten zijn voor een ‘inclusieve herdenking’, is de vraag die Rob Oudkerk in zijn opiniestuk stelt. Een retorische vraag natuurlijk, hij is er immers van overtuigd dat zijn antwoord op die vraag het enige juiste is.
Maar zijn antwoord kan alleen dan juist zijn als zijn uitgangspunt – dat de industriële Duitse massamoord op de Joden uniek was – correct is. Als ik meega in die redenering, moet ik die uniciteit vervolgens natuurlijk wel meenemen naar het heden. Waarin het dus net zo uniek is dat nazaten van hen die de moorddadige Duitse dans wisten te ontspringen, inmiddels zélf dader zijn geworden. Alle reden dus voor die ‘alternatieve herdenkingen’, zou ik zeggen.
Klaas Slooten, Amsterdam
Ik kan me nog wel herinneren dat Rob Oudkerk ‘nooit meer’ het belangrijkste vond aan de nationale herdenking op 4 mei. Wel, meneer Oudkerk: nooit meer is nú!
Ric van Vugt, Leiden
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant