Historisch drama In het gehavende Boedapest van 1957 wordt de jonge Andor benaderd door een ongemanierde slager die zegt zijn vader te zijn. Dat terwijl Andors moeder hem altijd een ideaalbeeld voorhield. ‘Orphan’ is een rijke, maar wat eenvormige film van de regisseur van ‘Son of Saul’.
Andor (Bojtorján Barabas) met Berend (Grégory Gadebois) op de motor, door de straten van Boedapest.
Orphan. Regie: László Nemes. Met: Bojtorján Barabas, Andrea Waskovics, Grégory Gadebois. Lengte: 132 min.
Te zien in de bioscoop.
De films van de Hongaarse regisseur László Nemes verweven persoonlijke verhalen met de grote geschiedenis: de Holocaust in zijn verpletterende debuut Son of Saul (2015), de vooravond van de Eerste Wereldoorlog in het weerbarstige Sunset (2018) en in zijn nieuwe film Orphan is het de moreel verwarrende nasleep van de Tweede Wereldoorlog.
Orphan begint in 1949 als moeder Klára haar zoontje Andor komt oppikken uit het weeshuis waar hij de naoorlogse jaren verbleef. „Pas op, hij zal weer aan je moeten wennen”, krijgt Klára te horen. Dan verplaatst de handeling zich naar 1957, een jaar na de door de Sovjets neergeslagen Hongaarse opstand. De straten van Boedapest zijn nog zwaar gehavend van de oorlog, leuk als speelplaats voor de 12-jarige Andor en zijn vriendinnetje Sári, maar ook goed om in te schuilen. Zo verstopt Sári’s revolutionaire broer zich in een leegstaand huis voor de communistische autoriteiten.
Op een avond staat er een motorrijder voor de deur van het appartement waar Klára en Andor wonen. We zien nog geen gezicht, horen alleen het dreigende gebrul van zijn motor met zijspan. Het is een fraaie introductie van het ploertige personage Berend: een ongemanierde slager bij wie de Joodse Klára tijdens de oorlog ondergedoken zat.
Berend ontsteekt in woede als blijkt dat Klára niets doet om Andors heilige geloof over wie zijn vader is te ontkrachten. Voor Andor is de Joodse ondernemer Hirsch zijn vader, iemand die in 1944 verdween en sindsdien niet meer is gezien. De kwajongen biecht dagelijks tegen een brommende boiler die in de kelder staat – een soort gesprekken met de afwezige maar geïdealiseerde Hirsch. Maar is deze Hirsch wel echt zijn vader?
Andor (links) in het kapotgeschoten Boedapest.
Voor het lange Orphan, deels gebaseerd op zijn vaders leven, werkte Nemes weer met zijn vaste cameraman Mátyás Erdély. Hij laat Boedapest baden in nostalgische bruine en goudgele tinten, en via prachtige camerabewegingen volgen we Andor door de kapotgeschoten straten van Boedapest.
Alles is gefilmd in bijna vierkante kaders, met doorkijkjes en kaders in kaders. Af en toe zien we Andor als silhouet: een mooie metafoor voor iemand voor wie de waarheid in schaduwen gehuld is. Probleem is dat Andor de hele film lang boos is op Berend, die beweert zijn vader te zijn. Dat maakt deze verhaallijn wat eenvormig.
Verder is Orphan een rijke film die veel (te veel?) aanstipt. Naast een Vatersuche gaat het over de Joodse identiteit en over aanhoudend antisemitisme In Hongarije. Daarnaast wordt er impliciet een verband gelegd tussen de onderdrukking door de Duitsers en de keiharde repressie van de communistische dictatuur. Na een wat slepend tweede uur maakt een sterke climax in een ronddraaiend reuzenrad veel goed. Maar niet alles.