Home

Hoe een gerucht over de vergiftiging van Mozart (onder andere) ‘Amadeus’ inspireerde

Heruitgave Milos Formans Oscarwinnende meesterwerk ‘Amadeus’ wordt opnieuw uitgebracht in Nederland. In de film brengt componist Salieri zijn rivaal Mozart ten val – maar dat is nooit gebeurd. Waar komt het gerucht vandaan, en waarom vond het zoveel weerklank bij kunstenaars?

Tom Hulce (links) als Wolfgang Amadeus Mozart en F. Murray Abraham als Antonio Salieri in 'Amadeus'.

„Het ging zó toch?” In het hof van de Oostenrijkse keizer zit Wolfgang Amadeus Mozart achter een klavier. Zojuist heeft hij een compositie van hofcomponist Antonio Salieri gehoord. Of eerder áángehoord. Het muziekstukje plempt noten als dooie vissen voor de voeten van de keizer. Desalniettemin speelt Mozart het feilloos na. Dan kijkt hij op. „Maar… zou je het niet zó doen?” Salieri’s dooie compositie begint spontaan te dansen. Mozart doet het moeiteloos; hij kijkt erbij als een apporterende hond.

Dit is de sleutelscène uit Milos Formans Amadeus. Hierin blijkt Salieri „de patroonheilige der middelmatigen” en Mozart een genie – zo briljant dat men lang dacht dat baby’s die zijn muziek horen, spontaan schaakgenieën zouden worden.

Maar Salieri wordt in deze scène niet alleen vernederd door Mozart – ook door God. Want hoe kan Hij ‘Zijn stem’ gunnen aan deze frivole zondaar? En niet aan de vrome Salieri? Zo ongeveer drie uur later eindigt de film met Mozart in een juten zak, en Salieri in een gekkenhuis.

Én met acht Oscars. Amadeus was een megasucces in 1984. „Alle verwachtingen zijn overtroffen”, zei de distributeur destijds tegen NRC. Mozart-platen waren nooit zo hip: de Amadeus-soundtrack werd zesenhalf miljoen keer verkocht. En zelfs Salieri werd weer gedraaid – eventjes dan.

Maar de film had nog een onbedoeld effect. Een smadelijk negentiende-eeuws gerucht werd wéér wijdverspreid: dat Salieri verantwoordelijk was voor de dood van ’s werelds grootste genie. Nu Amadeus opnieuw uitgebracht wordt in de Nederlandse bioscopen, opgepoetst in 4K, rijst de vraag: waarom wordt Salieri al tweehonderd jaar lang valselijk beschuldigd van moord?

Mozart (links, Tom Hulce) en Salieri (rechts, F. Murray Abraham).

De Italiaanse opera

Muziekhistorici weten het zeker: hij heeft het niet gedaan.

Italiaan Antonio Salieri was al Europees beroemd, toen Mozart zich in 1781 vestigde in Wenen. Hij was hofcomponist van keizer Franz Josef II, het gezicht van de populaire Italiaanse opera. En de vermaard leraar van Schubert (vijf jaar lang), Beethoven (zeker drie jaar) en zelfs Mozarts eigen (middelmatige) zoon. Hoe vreemd de omgangsvormen aan het Weense hof ook waren – ook daar liet je een zoon niet onderwijzen door zijn vaders moordenaar.

Voor zover bekend waren Salieri en Mozart ‘concullega’s’. Ze bezochten elkaars premières en werkten samen aan een cantata. In de kleine wereld der Weense muziek stonden ze heus weleens tegenover elkaar. Zoals bij een compositiewedstrijd, georganiseerd door Franz Joseph op 7 februari 1786 – toen prefereerde het publiek Salieri’s Prima la musica e poi le parole boven Mozarts Der Schauspieldirektor.

Het vergiftigingsgerucht ontstond door Mozart zelf. In de weken voor zijn plotselinge dood op 36-jarige leeftijd, beweerde hij vergiftigd te zijn, vertelde echtgenote Constanze aan zijn biograaf. Later bleek dat Mozart in brieven aan zijn dominante vader had geschreven over een cabal van Italianen aan het Weense hof, die samenspande tegen Mozart en de Duitstalige opera.

Al kort na Mozarts overlijden (nierfalen), wezen vingers daarom naar de hoofd-Italiaan aan het hof: Salieri. Dat gerucht bleek hardnekkig, mede omdat er in die jaren inderdaad strijd was tussen de aristocratische Italiaanse opera, en de opkomende Duitstalige Singspiel en opera. Een verwijzing naar het gerucht werd zelfs gevonden in de ‘gespreksboekjes’ van de dove Beethoven.

Salieri maakte het er vervolgens niet beter op, toen hij ‘de moord’ in 1823 bekende, tijdens zijn eigen stervenswaan. Vlak voor zijn dood, in een Weens gekkenhuis in 1825, kwam hij toch nog één keer in verzet.

„Ik weet het, deze ziekte zal mijn laatste zijn”, zei hij tegen zijn leerling Ignaz Moscheles. „Daarom zeg ik u, op mijn woord en op mijn geloof: er is niets waar van dat absurde gerucht. U weet wel – Mozart, ik zou hem vergiftigd hebben. Maar neen, kwaadsprekerij, louter kwaadsprekerij! Zegt u het de wereld, beste Moscheles, de oude Salieri, die weldra sterft, heeft het u gezegd.”

Vijf jaar later werd het vergiftigingsgerucht onderdeel van de wereldliteratuur.

Gif in de vriendschapsbeker

Twee maanden lang zat Alexander Poesjkin, de grootste Russische dichter, vast op zijn vaders landgoed in Boldino, wegens een van de talloze cholera-epidemieën van die tijd („de hondendood”). Die quarantaine werd een van zijn productiefste periodes. Poesjkin schreef 30 gedichten, vijf novelles, twee hoofdstukken van Onegin én vier Kleine Tragedies, waarvan één: Mozart en Salieri.

Salieri wordt daarin gek van jaloezie (in slechts 200 blanke verzen) en besluit zijn vriend Mozart te vergiftigen. Poesjkins Salieri heeft alles geofferd voor de muziek maar ziet in dat hij nooit in de buurt zal komen van het genie van Mozart, die daar niks voor heeft geofferd. Sterker: Mozart is nogal blasé. „Er spookten een paar ideetjes door mijn hoofd”, zegt hij, voordat hij Salieri totaal wegblaast op de piano.

Salieri klaagt: „Welk schrijnend onrecht, dat talent, genie […] niet het loon is voor zelfverloochening […] gebeden, ijver, tomeloze arbeid. Maar dat een zot, een losbol en een leeghoofd ermee gezegend wordt?.. O Mozart, Mozart!” En hij giet vergif in „de vriendschapsbeker”.

Poesjkin leek niet geïnteresseerd in de waarachtigheid van het gerucht – de eerste zin van de tragedie is: „Er is geen waarheid”. Maar wel in de ideeën die het bij hem inspireerde. Over de tragiek van talent, dat oneven en immoreel wordt verdeeld. En zoals het een Russisch literator betaamt, kon hij het niet laten een filosofische gedachte centraal te stellen. „Genialiteit en kwaad zijn niet verenigbaar”, zegt Mozart voor hij het gif drinkt. Te weten: Salieri is geen genie.

Het toneelstuk ging op 27 januari 1832 in première in Sint-Petersburg – als enige toneelstuk van Poesjkin gedurende zijn leven. Het bleef ver na zijn dood invloedrijk. In 1897 gebruikte componist Nikolaj Rimski-Korsakov de tekst als libretto voor zijn gelijknamige opera, die ook decennialang regelmatig werd opgevoerd.

Een scène uit ‘Amadeus’.

Wraak op God

In de jaren 1970 las de Britse toneelschrijver Peter Shaffer het stuk van Poesjkin. Dat was vlak na het gigantische succes van zijn drama Equus, waarin een jongen zes paarden de ogen uitsteekt met een hoefschraper, om Gods oordelende oog te verblinden. In Mozart and Salieri zag Shaffer een gelijkaardig thema: een verzet tegen God. Het werd de basis van zijn Amadeus.

Toen regisseur Milos Forman (One Flew Over the Cuckoo’s Nest) de Londense première bijwoonde in 1979, zag hij onmiddellijk een film. Hij overtuigde scenarist Shaffer om het origineel „te slopen en opnieuw uit te vinden”. Vier maanden lang sloten de twee zich op in een „martelkamer” – ofwel een boerderij in Connecticut – waar ze, met Mozart op de pick-up, urenlang ruzieden over elk woord en beeld van Amadeus. 

Salieri werd daarmee steeds kwaadaardiger. „We waren niet bezig met feiten”, zei Shaffer tegen The New York Times, „maar met de onmiskenbare wetten van het drama”. In Shaffers toneelstuk was Salieri te veel „een observant van de calamiteiten die hij zou moeten veroorzaken”, besloot hij. In Amadeus-de-film orkestreert Salieri dus nadrukkelijk de ondergang van Mozart, om diens Requiem te stelen.

Forman en Shaffer gebruikten veel van Poesjkin. Mozart is ook in Amadeus onuitstaanbaar frivool, en Salieri een vrome ploeteraar gedoemd tot middelmatigheid. Maar ze bouwden voort op zijn thematiek. Hun Salieri is niet zozeer jaloers op zijn rivaal, als woedend op God, die Zijn giften zo oneerlijk had bedeeld. Door Mozart te saboteren, slaat hij Gods instrument stuk op de straatstenen.

Toch is er uiteindelijk gerechtigheid. Salieri verdwijnt richting de vergetelheid, met een tussenstop in een Weens gekkenhuis. Mozart? Krijgt het eeuwige leven.

F. Murray Abraham als de oude Antonio Salieri.

Sneer naar de Sovjet-Unie

Amadeus bracht Mozart en Salieri ook naar het atoomtijdperk. Onder regie van Forman zei de film ook iets over de jaren tachtig. Filmcritici en historici zien tegenwoordig een „onmiskenbare sneer” naar de Sovjet-Unie in Amadeus, schreef de BBC in 2024. Mozart vertegenwoordigt het virtuoze, maar vulgaire Westen; Salieri, met zijn conservatieve keizersorde: het Oosten. Net als de Sovjet-Unie gaat hij innovatie niet te lijf met innovatie, maar met spionage en ondermijning.

Eind jaren zestig had regisseur Milos Forman zelf Tsjechoslowakije ontvlucht, toen de Sovjettanks Praag binnenreden. Met zijn Amerikaanse films vierde hij sindsdien de vrijheidsstrijd, en sneerde hij naar de Sovjet-Unie: in One Flew Over the Cuckoo’s Nest is de communistische partij een psychiatrisch ziekenhuis met een voorliefde voor lobotomie.

Met Amadeus keerde Forman voor het eerst in zijn carrière met een cameraploeg terug naar Praag, dat dienstdeed als achttiende-eeuws Wenen. Hij moest het afbrokkelende regime beloven geen politieke dissidenten te ontmoeten. Alsnog werd hij gevolgd en afgeluisterd. Crewleden werden vastgehouden op het vliegveld.

In zijn autobiografie schreef Forman dat leden van de geheime politie zijn figurantenploeg hadden geïnfiltreerd. Als het goed is kun je ze dus zien zitten, daar in het publiek tijdens de première van Mozarts Die Zauberflöte. Forman schreef: „De geest van Kafka hing boven onze productie.”

Plakken we ons wereldbeeld ten onrechte op Mozart en Salieri? Of is dat juist het punt? In tweehonderd jaar dansten de componisten door de wereldgeschiedenis, van het Weense keizershof, via de rebellie tegen God, naar de Sovjet-dictatuur in Praag. En misschien nog wel verder. Uiteindelijk werd ook Salieri daarmee onsterfelijk. Ondanks een leven gewijd aan muziek, werd het gerucht waar hij tot zijn sterven tegen vocht, zijn grootste culturele bijdrage. Het is bijna een tragedie waard.

Tristan Theirlynck

Klassieke Muziek De muziek van Antonio Salieri

Ik kan me niet herinneren dat ik in de afgelopen tien jaar muziek van Salieri live heb gehoord. Toch schreef hij zo’n veertig opera’s en allerlei orkest- en kamermuziek, die tijdens zijn leven niet alleen in thuisstad Wenen werd uitgevoerd, maar in heel Europa. Na zijn dood werd zijn muziek al snel minder uitgevoerd. Hardnekkige geruchten dat Salieri Mozart vermoordde zullen niet geholpen hebben.

Maar er zijn meer redenen dat Salieri al snel ‘vergeten’ werd. Salieri staat in een rijtje van ettelijke componisten die de pech hadden dat ze muziek schreven in een tijd dat het publiek niet twee keer hetzelfde wilde horen. Sterker nog, in die tijd hoorde je veel muziek maar één keer in je leven. Muziek moest nieuw, nieuwer, nieuwst. Muzio Clementi, Giovanni Paisiello, Domenico Cimarosa (opvolger van Salieri aan het hof van Wenen)? Daar hoor je weinig meer van. De generatie ervoor, met onder meer übercomponist Johann Sebastian Bach, was destijds al vergeten – die werd een hele tijd later pas herontdekt.

Het publiek wilde luisteren naar de vólgende generatie componisten, met als ultiem wonder Beethoven – die nota bene grotendeels tegelijk met Salieri leefde, maar veel opwindender componeerde. Beethoven was zelfs zo spannend, dat we achteraf zeggen dat hij de nieuwe muzikale stroming ‘romantiek’ voorbereidde. Dat kun je van Salieri niet zeggen.

Tegenwoordig luisteren we anders naar klassieke muziek. Nog steeds zijn de componisten die hun tijd vooruit waren relatief populair, maar tegenwoordig worden muziekstukken die in hun tijd ‘gewoon goed’ waren, regelmatig uitgevoerd. Gewoon omdat we ze mooi vinden, omdat ze tot ons spreken, en soms gewoon omdat musici er gelukkig van worden.

Voldoet de muziek van Salieri daar dan niet aan? Of hij Mozart nou vermoord heeft of niet, je ontkomt er niet aan dat Mozarts muziek van de buitencategorie is, en die van Salieri niet. Zelfs Haydn, Mozarts iets oudere tijdsgenoot die de tijd wel heeft overleefd, blijft altijd een beetje de dupe van Mozart. Haydn en Mozart klinken heel gelijkaardig, maar negen van de tien keer gok je goed met de vuistregel: is het verrassend speels? Mozart. Is het tóch een beetje saai? Haydn. Zij samen hebben al zó veel muziek gemaakt; waarom naar Salieri luisteren, als je je tijd ook met Mozart of Haydn kunt doorbrengen?

Maar kom, er zal toch wel iets leuks tussen zitten? Ik heb eens wat Salieri zitten luisteren en me daar best mee vermaakt. Hij is soms net wat ongeïnspireerd, of maakt een net te simpele afslag, maar neem zijn Sinfonia in D ‘La Veneziana’. Dat is een prima stukje muziek. De ouverture van zijn opera Les Danaïdes verraste me ook positief. Zet Salieri vooral eens op als je al vertrouwd bent in de klassieke muziek, om zelf je mening over hem bij te stellen. Ben je nieuw in deze contreien, doe jezelf dan een lol, en begin gewoon – zoals iedereen – met het Klarinetconcert van Mozart.

Het is trouwens niet helemaal waar dat Salieri nóóit wordt uitgevoerd in Nederland. Opera Nijetrijne in Friesland heeft zich het vorige decennium als pleitbezorger opgeworpen. Al zullen ook zij zijn laatste opera, ‘Die Neger’, waarschijnlijk netjes in de la laten liggen.

Rahul Gandolahage

Film

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next