Na de 1-1 in Madrid was Arsenal in eigen huis met 1-0 te sterk voor Atlético Madrid. Daardoor gaat Arsenal voor het eerst sinds 2006 naar de finale van de Champions League, het toernooi dat het nog nooit won.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Boedapest, finalestad van de Champions League, moet zich voorbereiden op een enorme invasie van hongerige en ongetwijfeld ook dorstige Arsenal-supporters. Hongerig natuurlijk vooral in figuurlijke zin. Nooit won Arsenal het grootste clubtoernooi, eenmaal haalde het de finale precies twintig jaar geleden met Robin van Persie en Dennis Bergkamp in de selectie. Die ging verloren tegen het FC Barcelona van Frank Rijkaard. Straks op 30 mei zal het opnieuw de underdog zijn tegen Bayern München of Paris Saint-Germain, die morgen hun sterrenslag vervolgen bij een 5-4-stand voor PSG.
Arsenal-Atlético was dinsdagavond altijd gedoemd het voorproefje te zijn. Het werd net als een week eerder een lauwe hap wat betreft brille, lef en grote kansen, zeker voor rust. Met dank ook aan Atlético-coach Diego Simeone, die de prachtspelers Julian Álvarez en Antoine Griezmann al na 65 minuten wisselde in een poging de vlak voor rust opgelopen 1-0 achterstand goed te maken.
Dat werd een sof, hoezeer de Argentijnse coach ook met zijn armen zwaaide, gilde en opsprong terwijl zijn ogen bijna uit de kassen knalden. Wéér geen Champions League-trofee voor hem, de eeuwige Atlético-trainer.
Het werd de avond van Arsenal, van coach Mikel Arteta die de Noord-Londense club in zijn eerste periode liet swingen en dit seizoen met een meer pragmatische aanpak een heel eind op weg is naar twee hoofdprijzen: de landstitel en de Champions League. ‘Arsenal, Arsenal, Arsenal,’ was de eentonige maar hartstochtelijk geschreeuwde aanmoediging in het uitzinnige, op het laatst ronduit emotionele Emirates Stadium.
Mooi, de close-up van een roodharige dame die vijf minuten voor tijd al huilde, van de kale man die aan het bidden was. Eindelijk is het hun tijd.
Vlak erna kwam er zowaar eindelijk een flinke kans voor Atlético-invaller Alexander Sørloth, die het dus moest gaan doen voorin voor Simeone, maar hij maaide lelijk naast de bal.
Het was tekenend voor de wedstrijd, toch wel. Zeker, liefhebbers van (tactische) discipline, lage blokken en hysterisch meelevende coaches waanden zich in een vijfsterrenrestaurant. Beide ploegen hebben simpelweg andere wapens dan Bayern en PSG. Is ook helemaal geen schande, zelfs knap dat ze zover zijn gekomen. Atlético schakelde Barcelona uit, Arsenal was vooral in de groepsfase ongenaakbaar met louter winstpartijen (waaronder op Bayern), ook in de knock-outfase verloor het nog niet.
Het centrale duo van Arsenal Gabriel-Saliba is een van de beste ter wereld. Declan Rice is overal. Er zijn - net weer fitte - artiesten in Bukayo Saka en Martin Ødegaard, snelheid met Gabriel Martinelli, schotkracht met Leandro Trossard en werklust met spits Victor Gyökeres en nog wel wat goede spelers, maar geen wereldtoppers.
Het was fijn dat er vlak voor rust eindelijk eens een scheurtje zat in een van de Berlijnse muren die beide coaches bij balverlies lieten verrijzen. Meerdere muren waren het feitelijk, kort voor elkaar opgesteld, wie een nanoseconde te laat aanstalten maakte, werd met woedende armgebaren door zijn coach gemaand sneller terug te hollen.
Arsenal probeerde met ingestudeerde hoekschoppen een bres te slaan. Atlético deed dat via de briljante Griezmann die inzakte en met een subtiele aanraking Giovanni Simeone, Marcos Llorente of Álvarez diep stuurde. Op die manier was de Spaanse ploeg in het begin wat gevaarlijker. Arsenal had meer balbezit zonder in open spel iets te kunnen forceren.
Maar goed, toen brak de 45ste minuut aan en besloot Ben White, vervanger van de geblesseerde Nederlander Jurriën Timber, tot een dieptepass die oud-Feyenoorder David Hancko net niet kon onderscheppen. Ineens had Gyökeres de opties voor het uitkiezen. De bal kwam bij linksbuiten Trossard die geweldig kort kan schieten. Atlético-doelman Jan Oblak redde fraai, maar Saka tikte de rebound binnen.
Goed voor de wedstrijd, goed van Arsenal, waar vijf wissels waren doorgevoerd door Arteta. Arsenal ruikt de landstitel na een loodzware strijd met Manchester City, maar dat komt met een fysieke prijs. Benen zijn vermoeid, al zal het vrije zicht op de eerste landstitel sinds 2004 de geest goed doen.
Ødegaard en Havertz begonnen, net terug van blessures, op de bank. Saka kon een uur meedoen. Atlético heeft op papier een betere voorhoede. Moeten die voorwaartsen wel in vorm zijn, en dat was met name linksbuiten Ademola Lookman totaal niet.
Vijf minuten na rust leek Simeone op weg naar de 1-1, maar hij werd tegengehouden door de voet en een handje van William Saliba. Simeone was woedend, net als zijn coachende vader langs de kant, maar het was te weinig voor een strafschop.
Twee (feilloos benutte) strafschoppen werden er vorige week wel uitgedeeld in Madrid door Danny Makkelie. Beide ploegen waren er nu weer veel te nadrukkelijk naar op zoek, maar vingen telkens bot.
Arsenal kreeg ook nog een grote kans toen invallers Ødegaard en Piero Hincapié de bedrijvige Gyökeres lanceerden, maar de Zweed trapte de stuiterende bal over.
Griezmann, in zijn laatste Europese wedstrijd voor Atlético, en Álvarez moesten er vlak daarna uit. Teambuilder Simeone, al vijftien jaar aan het roer en in die periode tweemaal verliezend finalist in het grootste clubtoernooi, koos nog meer voor de kracht van het team. Een slechte keus, zo bleek.
Source: Volkskrant