Home

‘Het is nu best moeilijk om mensen te ontmoeten. Als kind vraag je gewoon: wil jij m’n vriend worden?’

Verkopen bleek tóch niet zijn ding, en glazen wassen kon hij altijd nog doen. Na wat omwegen vond Carlo Claes, die dit jaar 25 wordt, uiteindelijk het juiste beroep voor hem. ‘Wat ik echt leuk vind, is buiten werken en met m’n handen bezig zijn.’

schrijft voor Volkskrant Magazine.

Waar ben je opgegroeid?

‘In Waddinxveen, een klein dorp bij Gouda, met mijn ouders en zus. We lijken niet op elkaar. Mijn ouders zijn heel andere types, mijn zus en ik ook, en wij lijken ook niet op onze vader en moeder. Zowel qua uiterlijk als qua innerlijk. Mijn zus is de gevoelige van ons twee. Zij praat makkelijker over gevoelens, terwijl ik dingen juist laat als ze me dwarszitten.

‘M’n vader werkt bij een Japans zadenbedrijf. Ik weet niet precies wat hij doet, maar hij heeft een hoge funtie op kantoor. Hij houdt ook van houtbewerken en meubels maken. Ik vind het wel jammer dat-ie daar nooit wat mee heeft gedaan. Hij had een serieuze business kunnen hebben.

‘Mijn moeder zit bij hetzelfde bedrijf. Daar hebben ze elkaar niet leren kennen, hoor, dat was in Hongarije toen m’n vader daar een tijdje werkte. Mijn moeder is Hongaars en is opgegroeid in de Sovjettijd. M’n zus en ik denken dat ze daarom zo’n flinke werkmentaliteit heeft. Ze gaat zelfs in de weekenden door.’

Ging je in Waddinxveen naar de basisschool?

‘Nee, ik ging vanaf groep drie naar Ter Aar. Bij mijn oude school werd gezegd dat ik niet goed kon schrijven en moest blijven zitten, maar mijn ouders waren het daar niet mee eens, en dus werd het een andere school. Die school was zelfstandiger, je mocht zelf plannen wanneer je rekenen of taal ging doen. Dat was wel top. Ik ben iemand die niet stil kan zitten en raakte soms afgeleid. Vooral omdat ik veel praatte over voetbal. Er lag namelijk zo’n groot veld voor de school. Helaas kon ik door de afstand niet vaak met mijn vrienden spelen: ik moest bijna anderhalf uur fietsen.’

In de serie 25 in ’26 vragen we jongeren die dit jaar 25 (zijn ge)worden hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in26@volkskrant.nl

Was je middelbare school daar ook?

‘Nee, dat was in Alphen aan den Rijn. De keus ging tussen die plek of Gouda, maar ik vond de school in Alphen er moderner uitzien. Ik ging vmbo-basis doen. Op die school had je van die grote praktijklokalen, eentje voor techniek, dat was een soort garage met auto’s, eentje voor zorg, en een soort restaurant. Ik koos voor dat laatste, en kookte een keer in de twee weken op donderdag voor mijn docenten. Daarin was ik echt zelfstandig.

Carlo Claes wordt 25 op 7 december.

Woonplaats Gouda

Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? ‘Ik heb een leuke vriendin, een leuk appartement en een baan met een stabiel inkomen. Een 8.’

Voel je jezelf onderdeel van een generatie? Na lang nadenken: ‘Nee, denk ik. Ik lijk qua mentaliteit niet echt op mensen van mijn leeftijd.’

Waar ben je over 7 jaar? ‘Ik hoop niet in Gouda. Het liefst ergens op een boerderij op het platteland met natuur om me heen, m’n vriendin en dieren.’

‘Sommige leerlingen moesten een ei kloppen en waren dan met een vork langzaam rondjes in de kom aan het draaien. Ik vond het koken echt leuk en kon het goed, uitjes snipperen en zo. Dat deed ik al van kleins af aan in de keuken van m’n moeder. Bij het eindexamen zag je mensen ook struggelen. We moesten een pasta maken, met een recept, dat was uitdagend voor velen.

‘Ik vond het bord opmaken eigenlijk leuker dan het koken. Helaas hadden ze niet de mooiste borden daar, maar ik kon wel leuk van die basilicumblaadjes op het gerecht leggen. Toch vind ik het wel jammer dat ik niet voor een school in Gouda gekozen heb, dan had mijn sociale leven meer een boost gehad.’

Hoe bedoel je?

‘Alphen is toch een stuk verder. Ik zag m’n klasgenoten na het slagen een stuk minder, omdat we te ver uit elkaar woonden. Mijn sociale kring is nu niet zo groot. Dat vond ik altijd prima, maar uiteindelijk mis je toch wel vrienden om je heen. Ik probeer nu mensen te ontmoeten tijdens het boulderen.’

Hoe gaat dat?

‘Het is best moeilijk. Ik denk ook wel door de leeftijd. Als kind vraag je gewoon: wil jij m’n vriend worden? Als je ouder bent is er meer oordeel, heb ik het idee. Dan wordt er gelijk gedacht dat je een bepaald persoon bent, en wordt er verder niet meer gechild, als je maar één keer hebt afgesproken.’

Waar vind je mensen om mee af te spreken?

‘Bijvoorbeeld via een vriendschapsapp. Dat lukt niet altijd – soms wordt de app ook gebruikt voor mannen om een romantische relatie mee te vinden, maar dat merk je meestal al wel tijdens het chatten. Ik heb wel leuke vriendschapsmatches gehad met twee personen, alleen wonen die in het buitenland. De een in Hongkong, de ander in Schotland. We spreken elkaar best regelmatig, om te vertellen hoe het gaat, maar je kunt natuurlijk niet even een drankje samen doen. Dat vind ik jammer.

‘Recentelijk heb ik wel met iemand afgesproken, we gingen een rondje lopen. Dat ging zo goed dat we ook samen hebben gegeten. Ik kan goed met hem kletsen, maar ik hoop ook nog iemand te vinden die dezelfde interesses heeft. Dan kunnen we samen padellen, bijvoorbeeld. Het zou ook helpen als ik veel collega’s had, maar ik werk nu maar met één persoon.’

Waar werk je?

‘Ik werk als hovenier. We doen onderhoud en aanleg van tuinen. Vooral dingen aanleggen vind ik leuk, van planten weet ik nog niet zoveel.’

Ben je na de middelbare een hoveniersopleiding gaan doen?

‘Nee, toen heb ik een mbo-opleiding verkoper gedaan. Ik zie overal handel in, dus dat leek me wel een match. Op school verkocht ik altijd kleding via United Wardrobe. Dat waren kleine inkopers en kleine bedragen, dus besloot ik verder te gaan met Vespa-onderdelen. Dat ging wat minder goed. Het leek me leuk een eigen webshop te hebben, maakt niet uit in wat, als ik maar kon handelen. Voor mijn stage stond ik als verkoper in een scooterwinkel, maar dat vond ik minder. Ik begon te twijfelen of verkopen wel wat voor mij was.

‘Ik begon als glazenwasser. Dat was al m’n bijbaantje op het mbo. Ik werkte met een man van in de vijftig, echt een leuke collega, waar ik altijd mee praatte over handel en potentiële verkoop. We zijn nog steeds goede vrienden. Maar toen de werksfeer veranderde, ben ik ermee gestopt.’

En toen?

‘Jaartje niks gedaan. Ik woonde nog thuis, maar paste soms op katten voor mensen die op vakantie waren. M’n vriendin deed dat ook, dus dan waren we toch iets zelfstandiger. Verder deden we gewoon leuke dingen, op de scooter naar Noordwijk. Toen zij weer ging studeren, vond ik het tijd worden weer wat te gaan doen, en dus ging ik weer glazen wassen.’

Was dat weer even leuk?

‘Ja, dat was prima. Ik heb het twee jaar gedaan. Tussendoor heb ik ook nog even sushi bezorgd en later als zonweringsmonteur gewerkt, maar de reistijden waren heel lang. Na een tijdje ging ik toch weer glazen wassen, dan begon ik al om vijf uur ’s ochtends en was ik om twee uur al klaar. Maar het putte me wel uit, dat merkte m’n vriendin ook.’

Vriendin Sofie, vanaf de bank: ‘Je was te moe om iets gezelligs te doen en ging altijd om acht uur naar bed.’

Carlo: ‘Ja. Ik begon daarom in een gereedschapswinkel, maar een collega vond dat ik te veel met klanten praatte, dus werd ik op het matje geroepen. Ik vond dat onzin, je moet klanten gewoon advies geven. Als dat niet kon, wilde ik liever in het magazijn staan. Dat vonden ze niet de mentaliteit. Aju paraplu, dacht ik, en ik werd weer glazenwasser. De baas vond dat ik het met die ene collega te gezellig had, dus we mochten minder samen werken. Hier en daar zeiden mensen tegen me: je kunt altijd nog glazen wassen, wil je niet eens iets anders proberen?’

Wat werd dat?

‘Ik bedacht wat ik echt leuk vind: buiten werken en met m’n handen bezig zijn. Op de boerderij van mijn schoonmoeder vind ik het altijd heerlijk om gras te maaien en onderhoud te doen, dus besloot ik bij hoveniers rond te vragen of ze een leerling konden gebruiken. Dat was lastig zonder ervaring, maar uiteindelijk vond ik een hovenier in Pijnacker die superenthousiast reageerde. Voor m’n sollicitatiegesprek gingen we bij een kroegje zitten, en op mijn proefdag mocht ik meteen een looppad met boomstammetjes aanleggen bij een kinderdagverblijf. Ik vertrouw je, zei hij, doe maar wat je denkt dat goed is.

‘Nu doe ik een opleiding tot ecologisch hovenier, en misschien ga ik daarna verder leren om tuinarchitect te worden. Ik werk er echt met veel plezier. Ik denk dat ik nu echt m’n vak heb gevonden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next