Home

Ruim 7.000 asielkinderen in noodopvang, kinderrechtenclubs luiden noodklok

Het aantal asielkinderen in een noodopvanglocatie is te hoog. Er slapen nu ruim 7.000 kinderen in opvangplekken als dit. Dat heeft grote impact op hun welzijn. Daar moet dringend verandering in komen, vinden kinderrechtenorganisaties.

In juli 2022 sliepen er 2.282 kinderen in een sporthal, schip of andere uit nood geregelde locatie voor asielzoekers. In april dit jaar waren het er 7.019, ongeveer hetzelfde aantal als in 2025. En dit terwijl het kinderrechtencomité van de Verenigde Naties Nederland in 2022 al opriep om de situatie van de kinderen te verbeteren.

"Sindsdien is er niets gebeurd. Het aantal kinderen is verdrievoudigd", zegt Marc Dullaert, voorzitter van het Kinderrechtencollectief. Dit is een verzameling van verschillende groepen in Nederland die zich inzetten voor kinderrechten. In oktober 2024 trok het collectief ook al eens aan de bel.

Volgens Dullaert zorgt het verblijf in een noodopvang voor stress en angstproblemen bij kinderen. "Een sporthal is heel luidruchtig. Het geluid is heel hol", zegt hij. Vaak slapen asielzoekers met meerdere mensen in een kleine ruimte, is er geen privacy en is er veel lawaai.

Dat kan volgens Dullaert voor veel angst en stress zorgen bij kinderen. "Je moet je voorstellen dat je in een sporthal zit waar niet genoeg ruimte is om alle mensen te herbergen, of waar het licht altijd aanstaat, of waar er geen toezicht op je is."

De huidige situatie voor de noodopvang is in strijd met het VN-kinderrechtenverdrag, stelt Dullaert. Zo moeten kinderen in een noodopvang veel verhuizen tijdens hun asielaanvraag, soms zes tot acht keer in een procedure. Hierdoor krijgen kinderen last van bindingsproblemen en zorgt het voor leerachterstanden.

Zo moeten kinderen in een noodopvang vaak lang wachten op onderwijs. Kinderen moeten binnen drie maanden naar school kunnen, maar door gebrek aan ruimte in de klas of scholen in de buurt lukt dat lang niet altijd.

Ook de medische zorg laat te wensen over. Kinderen moeten lang wachten voor ze een dokter kunnen spreken en er wordt niet altijd gecontroleerd op infectieziektes als kinkhoest of mazelen. Daarbij komt nog dat als een kind psychische problemen heeft of met iemand wil praten, er meestal geen vertrouwenspersoon is waarmee gepraat kan worden.

Als voorbeeld noemt Dullaert het asielschip Silja in Rotterdam, waar 2000 asielzoekers op verblijven. "Daar is te weinig medische zorg", zegt hij. "Twee weken geleden is daar schurft uitgebroken. Bij kinderen is geconstateerd dat ze angstproblemen hebben. Dat komt door de locatie."

"Kinderen moeten nu uit asielboten en sporthallen gehaald worden. Dat zijn de ergste locaties", zegt Dullaert. Maar na meerdere oproepen lijkt het voor hem alsof er niets mee gebeurt.

Dat het tijdens een vergadering Asiel en Migratie op 13 mei niets over asielkinderen besproken wordt, stoort hem mateloos. "Stel je voor dat je nu 7.000 Nederlandse kinderen en gezinnen op dit soort locaties zet. Het land zou te klein zijn. Blijkbaar vinden we dat bij kinderen uit andere landen wel oké."

Het Kinderrechtencollectief hoopt dat het kabinet snel de omstandigheden voor asielkinderen kan verbeteren. "Het vraagt politieke wil en prioriteit", zegt Dullaert. "Het lijkt alsof die er niet is."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next