Het kabinet-Schoof staat al een tijdje in het rariteitenkabinet van de politieke geschiedenis, ergens tussen het eerste kabinet-Balkenende, met de LPF, en het kabinet-Colijn V, dat er in 1939 maar twee dagen zat. Het kabinet van PVV, VVD, NSC en BBB is voer voor quizvraagmakers, satireschrijvers en politieke geschiedschrijvers geworden, veilig opgeborgen in het collectieve geheugen.
Toen eerder dit jaar het kabinet-Jetten aantrad, met D66, VVD en CDA, beloofde de nieuwe premier te breken met de chaos die onder zijn voorganger Dick Schoof was aangericht in Den Haag. Jetten had het in zijn regeringsverklaring impliciet over een terugkeer naar het oude Den Haag. Politiek moest weer saai worden, was de boodschap. En als je die dagen ambtenaren sprak, was de opluchting merkbaar: we gaan eindelijk weer normaal doen in Den Haag.
Maar beide beelden kloppen niet, denk ik, nu ik het kabinet-Jetten tien weken aan het werk heb gezien. De geest van Dick Schoof waart nog rond in Den Haag, en onder Rob Jetten blijkt de oude politieke cultuur hardnekkig. Er is helemaal niet gebroken met het kabinet-Schoof, de oude politieke cultuur is voortgezet.
Schoof was barok, Jetten is eerder brutalistisch. Het geklungel onder Schoof oogde grotesk, operette-achtig, terwijl dat drama nu ontbreekt. Er regeert ook geen uiterst rechtse partij meer, zoals toen de PVV. Wel schoof de VVD opnieuw aan. Maar veel elementen van die tijd, waar in de verkiezingscampagne nu juist zoveel kritiek op was, zijn opnieuw terug te zien: rammelende wetgeving, geen afstemming tussen de coalitiepartijen, openlijke ruzies, een obsessie met beeldvorming, een verwaarlozing van bestuurlijke discipline, en, misschien nog wel het meest: geen overkoepelend verhaal, geen plan.
De asielwetten die minister Bart van den Brink (Asiel en Migratie, CDA) tevergeefs door de Eerste Kamer probeerde te krijgen, onder meer tegengewerkt door coalitiepartijen D66 en CDA, zijn een voorbeeld waarin alles samenkomt. Het gaat om wetten die zijn ingediend door het vorige kabinet, door een PVV’er nog wel, Marjolein Faber, om alles nog extra ironisch te maken. Afgekraakt door de Raad van State, de gemeenten, de politie, eigenlijk door iedereen, maar het kabinet zette ze door.
Het onvermogen van het kabinet is ook op andere momenten zichtbaar. In de mislukte AOW-bezuinigingen bijvoorbeeld, in de ruzie met links én rechts over UNRWA-geld, in het gebrek aan coördinatie om op zoek te gaan naar meerderheden. Jetten beloofde veel in de campagne. Maar nu hij regeert, moet hij resultaten behalen. Gebeurt dat niet, dan beschadigt het vertrouwen in politiek. Uiterst rechts zal daar als eerste van profiteren.
Waar is het verhaal waarmee het kabinet Nederland wil besturen? Waar blijft de urgentie? De vele Haagse instituties, de hoge colleges van staat, de wetenschap, de ambtenaren en, ja, ook de journalistiek, hadden (terecht) bakken met kritiek op Schoof. Jetten heeft die kritiek nog niet gekregen. Waarom eigenlijk niet?
Het begint te wringen dat Jettens kabinet steeds wordt vergeleken met de kabinetten vóór Schoof. Alsof er een oude situatie hersteld is en Schoof de anomalie was. Er is alleen een nieuw normaal ontstaan in Den Haag. Het is het normaal van chaos, gebrek aan samenwerking en interne samenhang, van gebrek aan respect voor deugdelijke wetten. Jettens kabinet is een product van dat nieuwe normaal. De invloed van Schoof en zijn coalitie is blijvend. We moeten alleen nog aan het idee wennen.
Guus Valk vervangt deze week Gemma Venhuizen