Alain Berset | secretaris-generaal Raad van Europa Verhindert het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, onderdeel van de Raad van Europa, een strenger migratiebeleid? „Als negen landen zo’n discussie aanslingeren, dan moeten we het daarover hebben.”
Secretaris-generaal van de Raad van Europa Alain Berset in Kyiv in februari 2025.
Als rechters in de politieke belangstelling staan, valt het debat al snel uiteen in twee ruziënde kampen. Het ene kamp wil de invloed van rechters beteugelen. Het andere kamp vreest de gevolgen van zulke politieke inmenging voor de vrije rechtspraak.
Zo leek het ook te gaan met de kritiek op rechters en mensenrechtenverdragen in de migratiediscussie. Conservatieven in Europa richten hun pijlen al jaren op de rechters van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, die toetsen aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, het EVRM. De afgelopen tijd zagen ze hun kritiek plots gangbaarder worden, tot in de hoogste kringen.
In een open brief sprak een groep van negen Europese premiers – uit onder meer Denemarken, België, Italië en Oostenrijk – zich vorig jaar uitzonderlijk hard uit. Het Hof zou hun pogingen om het migratiebeleid aan te scherpen, bijvoorbeeld bij het uitzetten van criminele vreemdelingen, in de weg zitten.
Bij de interpretatie van het EVRM, zo schreven ze, beschermde het Hof te vaak „de verkeerde mensen”. (Het kabinet-Schoof was verdeeld, tekende de brief niet en viel kort daarna over asiel).
Dus je zou denken: nu schieten ze bij de Raad van Europa, de hoeder van het Hof, vol in de verdediging. Onlangs nog spraken mensenrechtenorganisaties zich uit tegen de „aanhoudende aanvallen” op het internationaal recht, ook op het EVRM.
Aanvankelijk leek dat ook de koers van de hoogste baas van de Raad van Europa, secretaris-generaal Alain Berset: „Een juridisch orgaan moet nooit onder politieke druk staan”, was zijn afgemeten eerste reactie op de brief.
Maar dat is niet het hele verhaal, blijkt op de werkkamer van Berset in Straatsburg, waar de Raad van Europa zetelt, een organisatie waar 46 Europese landen bij zijn aangesloten en die zich toelegt op democratie, rechtsstaat en mensenrechten. Met onder andere een tribunaal en een claimscommissie werkt de raad aan rekenschap voor de Russische oorlog tegen Oekraïne. Op een steenworp afstand zit het Hof waar de discussie over is losgebrand. En dat is prima, wil de secretaris-generaal duidelijk maken. „Als negen landen zo’n discussie aanslingeren en druk zetten op het Hof, dan zit er een zorg achter. En ik vind: oké, dan moeten we het daarover hebben.”
Dat neemt niet weg dat Berset het opneemt voor het Hof en zijn rechters. Die worden soms wel erg gemakkelijk als zondebok aangewezen. Voer de discussie zuiver, benadrukt hij, in de politieke arena en zonder verwijten aan de rechters zelf.
In de Moldavische hoofdstad Chisinau vindt half mei een bijeenkomst plaats van ministers uit de 46 lidstaten – waaronder veel niet-EU-landen zoals het VK en Turkije. Die zal uitmonden in een politieke verklaring over het EVRM.
Die verklaring zal, zo is de verwachting, van rechters vragen de ruimte van regeringen om hun eigen migratiebeleid op te stellen zwaarder mee te wegen. Zo’n tekst is niet bindend, maar heeft doorgaans wel invloed op rechterlijke uitspraken.
„Ik heb er geen geheim van gemaakt dat ik de manier waarop deze discussie begonnen is verkeerd vond. De keuze voor een open brief, die niet eens aan ons was geadresseerd en die wel de EU en de NAVO noemt, maar niet de Raad van Europa… Officieel hebben we hem nog steeds niet ontvangen.
„Maar dat gezegd hebbend: die brief was er wel, de zorgen ook. Ik vond wel: laten we er dan ook een goede, politieke discussie van maken, waar die thuishoort, met inspraak van álle aangesloten landen.”
„Ik kan natuurlijk ook zien, en iedereen met mij, dat er in een fors aantal landen een terugkerende discussie is over migratie. Wat doen we daarmee? Welk beleid hoort daarbij? Dat is een legitiem gesprek.”
„Ik had kunnen zeggen: nee, dit gaan we niet doen, niet onze zaak. Met mijn politieke ervaring kan ik u precies vertellen wat er dan zou zijn gebeurd. Dan zou de druk verder zijn opgelopen, en nog verder, en op een gegeven moment ben je alle controle kwijt en explodeert het. Óf je kiest ervoor dat proces te kanaliseren. Dat vond ik het juiste om te doen, en daar sta ik achter. Ziet u die tekst daar?”
Hij wijst naar een opengeslagen boekwerk in een vitrine, in de hoek van zijn werkkamer.
„Die tekst, dat is het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dat verdrag dateert van 4 november 1950. Kunt u nagaan, vijf jaar na het einde van de oorlog, en het is getekend door Duitsland en Frankrijk, elkaars grote vijanden in de oorlog. Dat was nooit gelukt zonder dat men bereid was het gesprek aan te gaan met andersdenkenden, met mensen die elkaar misschien helemaal niet mochten.
„Ik wil maar zeggen: we zijn niet opgericht voor kalme, rustige tijden. Nee, we zijn juist opgericht om moeilijke tijden te doorstaan. Ik wil deze tijd natuurlijk niet met toen vergelijken, maar we zijn er wel om lastige discussies met elkaar voeren.”
„Onze organisatie bestaat bij de gratie van de landen die er lid van zijn. We zijn niet zomaar uit de hemel komen vallen. En de benoeming van de rechters is nu eenmaal grotendeels een politiek proces. Wie stellen de rechters aan? De lidstaten zijn verantwoordelijk voor een voordracht, zij stellen drie gekwalificeerde namen voor. Daarna wordt er gestemd door de parlementaire assemblee van de Raad van Europa, en daar zitten leden uit alle nationale parlementen [Nederland heeft zeven vertegenwoordigers, uit de Eerste en Tweede Kamer]. Dat zijn stuk voor stuk verkozen politici.”
„Dat is aan hen. Dat is toch democratie: dat we daadwerkelijk de ruimte geven aan democratisch gekozen organen om eigen beslissingen te nemen. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat een democratische regering niet naar de ander, naar de oppositie, naar alle delen van de bevolking moet luisteren. Laat dat duidelijk zijn. Democratie is nu eenmaal niet altijd comfortabel.”
„De onafhankelijkheid van onze rechters is een groot goed en een van mijn belangrijkste rollen is om die onafhankelijkheid te beschermen. De rechters lezen ook de krant, zij zien dat er politieke druk wordt uitgeoefend op het Hof. Ik wil dat ze weten: het is niet jullie taak bij het Hof om hier een antwoord op te geven. Dat antwoord moet niet op de rechters worden afgeschoven, dat is aan politici.”
„Het risico van de discussie die we nu zien is dat het EVRM een zondebok wordt voor de politieke discussie over migratie. Het Hof heeft in de afgelopen tien jaar meer dan 430.000 zaken behandeld. Daarvan waren 450 zaken die verband hielden met migratie, een per duizend. Het EVRM is gewoon niet de grote barrière die sommige landen erin zien.”
„In mijn tijd als minister in Zwitserland [dat ook lid van de Raad van Europa is], heb ik een referendum meegemaakt over het uitzetten van criminele vreemdelingen. Het parlement was in meerderheid tegen, de regering ook. Maar u weet, Zwitserland is een directe democratie, dus kon de bevolking erover stemmen en men stemde voor. Die harde regels staan nu in de wet. En we hebben geen enkel probleem gehad met het EVRM, noch bij het invoeren, noch bij het handhaven van deze wet.”