Non-fictie In hun nieuwe boeken maken Karin Amatmoekrim en Lotfi El Hamidi zich zorgen over een wereld waarin ‘de ander’ steeds vaker tot vijand wordt uitgeroepen. Beiden menen dat er van de westerse beschaving weinig meer over is.
Een Rode-Lijnprotest in Amsterdam tegen de genocide in Gaza, op 5 oktober 2025.
Karin Amatmoekrim: Grenzend aan Liefde. Een nieuw verhaal over Nederland. Prometheus, 152 blz. € 15,99
In 2023 stemden 2,3 miljoen Nederlanders op de PVV en maakten de partij van Wilders daarmee de grootste van Nederland. Voor veel Nederlanders met een migratieachtergrond brak daarmee een ongemakkelijke tijd aan. Wat betekent het als zoveel landgenoten een stem geven aan iemand die nota bene veroordeeld is voor zijn racistische uitspraken? Er volgden een genocide in Gaza en de ICE-terreur van Trump. Weliswaar overzeese malheur, maar gevoelsmatig komen moordpartijen en deportaties akelig dichtbij.
Wat doe je als de beschaving om je heen instort? Lotfi El Hamidi stopte in februari 2025 als chef van de opinieredactie van NRC en ging terug naar De Groene Amsterdammer. Hij schreef een afscheidsessay over de morele spagaat waarin hij zat. ,,Je kunt niet van mensen verwachten dat zij het grootste morele vraagstuk van het moment parkeren alsof het om een persoonlijke preoccupatie gaat. (…) Een ‘neutrale’ houding is een uitvlucht.”
Amatmoekrim stopte in oktober 2025 tijdelijk met het schrijven van haar column in deze krant. Om aan haar geschiedenis van Suriname te werken, maar ook omdat de anti-immigratieprotesten haar diep raakten en ze behoefte voelde tot afstand.
Lotfi El Hamidi: Stakkers en wolven. Pluim, 160 blz. € 22,99
En allebei schreven ze een boek. In Grenzend aan Liefde – een nieuw verhaal over Nederland analyseert en beantwoordt Amatmoekrim de vraag waaróm ‘de ander’ zo succesvol tot vijand wordt uitgeroepen. In Stakkers en wolven. In de schaduw van Gaza legt El Hamidi uit hoe dat voelt, met name na de aanval van Hamas op 7 oktober en de daaropvolgende genocide op de Palestijnen in Gaza.
Amatmoekrim toont zich met Grenzend aan Liefde – een nieuw verhaal over Nederland een geweldenaar. Haar korte, essayistische pamflet komt binnen als een mokerslag. In het ongure tijdsgewricht waarin extreemrechts groeit en de democratie lijkt te wankelen, geeft zij richting, weg van de misère, naar het licht toe.
Eerst stompt ze wel even alle lucht uit je longen, met enkele snoeiharde hoofdstukken over het morele faillissement van de westerse wereld. Haarfijn ontleedt ze het construct van ‘De Ander’, speciaal opgetuigd om met de trans-Atlantische slavenhandel geld te verdienen. Hoe je het als christen verkocht krijgt om andere, vers bekeerde christenen te ketenen, verschepen en als vee tot loeizwaar werk te dwingen met geweld? Door ze beesten te noemen.
Wie zich nog in de luxepositie waant om de doorwerking van deze ontmenselijking te ontkennen, wordt door de auteur fijntjes op de feiten gedrukt. In enkele alinea’s somt ze bijvoorbeeld een handvol van de meest gruwelijke, onbegrijpelijke moorden door Amerikaanse politieagenten op.
Het zal voor sommige mensen even slikken zijn, om het idee van westerse beschaving bij te stellen. Maar Amatmoekrim maakt er gehakt van. Neem de menselijke dierentuinen, waarvan de laatste nog in 1958 in Antwerpen te zien was. Alsof het nog niet mensonterend genoeg was om mensen eeuwenlang tot slaaf te maken, werden ze daarna achter tralies gezet om te bekijken. Ze trekt de parallel met de oerwoudgeluiden in het voetbalstadion – ook al zo’n lichtend voorbeeld van een bastion der beschaving.
Ze laat zien hoe vakkundig verhalen verwrongen worden, tot een nieuwe waarheid. Zoals politici Caroline van der Plas (BBB) en haar voormalig partijgenoot Mona Keijzer, die mensen willen laten geloven dat moslims de grootste bedreiging zijn voor Joden. Ware het niet dat het toch echt het ‘verlichte’ Westen was dat 6 miljoen Joden vermoordde tijdens het naziregime.
Het boek vervlecht moeiteloos beknopte historische analyses met persoonlijke ervaringen en observaties. Het laatste levert aangename zinnen op zoals: ,,Wat ik had leren kennen als de prototypische Hollandse volkscultuur van onversneden racistisch zijn, vermengd met warme jovialiteit dat klonk als ‘je bent een buitenlander, maar je bent wel ónze buitenlander’, maakte plaats voor iets nieuws.”
Je zou kunnen denken dat het boek een aanklacht is tegen extreemrechts en racisme, maar het is ook een vlijmscherpe analyse van wat er mis is met de wereld en een handreiking voor een oplossing. Net als Anil Ramdas, op wie Amatmoekrim promoveerde, ziet zij kansen voor mensen met een migratieachtergrond om ons uit de crisis te helpen, omdat juist zij ervaring hebben met het zich handhaven in een veranderende wereld en met een identiteit die onder druk staat.
El Hamidi reflecteert in tien essays onder meer op de winst van Wilders, de Maccabi-rellen, op een Nederland dat racistischer wordt en hoe hij dat als moslim en Nederlander met Marokkaanse achtergrond ervaart. Hij is slim en belezen en maakt daar geen geheim van. Nu is El Hamidi een uitstekende auteur met een vlotte pen en een onberispelijk moreel kompas. Helaas wordt dat alles op momenten geflankeerd door een ietwat drammerige en misnoegde toon. Niet geheel verwonderlijk: er is ook veel om kwaad over te zijn. De Palestijnse genocide is dan ook een rode draad in het werk.
Lezers van De Groene en NRC zal veel materie bekend voorkomen. Zo nam El Hamidi zijn laatste, reflecterende essay voor NRC op en zit er een voor dezelfde krant geschreven afscheidsessay aan Rotterdam in als intermezzo. Er zijn essays over slachtofferschap, beschaving en een bedevaart, allemaal eerder verschenen in De Groene, net als een lezing over herdenken, die hij op aanvraag schreef en voordroeg tijdens de herdenking van het Rotterdamse bombardement op 14 mei 1940.
In deze H.J.A. Hoflandlezing beschrijft hij hoe hij in 2010 naar Syrië reisde, een land dat inmiddels zo wordt geassocieerd met oorlog dat je bijna zou vergeten dat het ooit de ‘bakermat van de beschaving’ was. El Hamidi trekt mooie parallellen tussen de verwoesting van Aleppo, het bombardement van Rotterdam en de Palestijnse genocide. Hij betoogt dat eenieder die getuige is van een oorlog, ook als dat alleen in woord en beeld is, de verantwoordelijkheid heeft stelling te nemen en zich uit te spreken. De materie is op zichzelf interessant, maar toch komt het essay wat uit de lucht vallen en versterkt het de impressie dat het boek wat fragmentarisch is. Daardoor ontbreekt een overkoepelende boodschap, behalve misschien dat er van westerse beschaving geen sprake meer kan zijn. Wat dat betreft ligt zijn werk dicht bij dat van Amatmoekrim: zij leunt in haar argumenten op een bredere, eeuwenoude geschiedenis, terwijl El Hamidi inzoomt op de Palestijnse genocide.
De kracht van het boek van Amatmoekrim zit hem misschien juist in de afstand die ze neemt van de lezer. In die ruimte creëert ze een confronterend verhaal, dat in al zijn ogenschijnlijke eenvoud een klein meesterwerk is, vol prachtige zinnen, rake geschiedenis en ontroerende, persoonlijke anekdotes. Zo is er een prachtig verhaal over twee zwarte jongens bij een Black Lives Matter-protest, die verwonderd om zich heen kijken en zeggen: „Zijn al die mensen hier voor ons?”
Haar boek knuppelt zonder wrok neer, om je daarna liefdevol op te pakken met een troostende, hoopvolle boodschap over een sombere toekomst, die we mogelijk samen nog kunnen afwenden. Met empathie, fatsoen, mededogen én: liefde. Juist als alles verloren lijkt. Het is een moedig, inspirerend appèl.