Home

Iraans-Nederlandse filmmaker zoekt haar ‘thuis’ in Sexbierum, maar kan dat als je wortels zo anders zijn?

Vette plek, dacht de Iraans-Nederlandse Tina Farifteh toen ze naar Sexbierum verhuisde. Haar leven in het Friese dorp met de leuke naam werd een serie over hoe je tot elkaar komt als je verschillende wortels hebt. Met een glansrol voor oud-aardappelboer Auke, haar nieuwe beste vriend.

Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant, met bijzondere aandacht voor de koloniale geschiedenis.

De voordeur van het kleine voormalige diaconessenhuisje te Sexbierum is amper open, als het van de overkant, vanachter een vers gewassen auto, klinkt: ‘Ik heb die van jou ook even gedaan, Tina.’

‘Hoi!’, zegt een stralende verschijning met veel en lang zwart haar: kunstenaar en filmmaker Tina Farifteh.

‘Je onkruid’, wijst de buurman, richting sprietjes tussen de tegels. Vrolijk: ‘Gif!’

Eenmaal binnen maakt Farifteh (1982, Teheran) koffie in haar minikeuken. Ze vertelt over haar buren. Bauke, van het onkruid. Rients, met de nette tuin. Vanuit haar woonkamer vol boeken wijst ze op haar wilde achtertuin: ‘Aan deze kant heb ik Anna, zij geeft illegaal mijn planten water en houdt ze in leven.’

Zulke flarden dorpsleven vindt Farifteh, die nooit eerder in een dorp woonde, na bijna vijf jaar nog altijd fascinerend. Zoals die ene keer, toen ze wilde wegrijden met haar oude voor de deur geparkeerde Golf. Een overbuurvrouw kwam naar buiten hollen: ‘Er zit een kat onder je auto!’

Aanstekelijke lach. ‘Er zat inderdaad een kat. Ik denk dan: wow, goed dat je het zegt. Maar ook: vreemd dat je het weet.’

Drang om niet op te vallen

Reden voor een bezoek aan Farifteh: de driedelige docuserie Tina in Sexbierum, binnenkort te zien op NPO en Omrop Fryslân – een ontwapenende, soms droogkomische, soms schurende ontleding van het vraagstuk ‘thuis’.

Eerst was er geen project, trouwens. Was Farifteh gewoon verhuisd. Vanwege hoge huurprijzen in de hoofdstad en haar wens om autonoom werk te kunnen blijven maken. Via Google Maps en Funda koos ze het Friese dorp met de leuke naam. ‘Ik dacht: als ik in Moddergat of Koehool ga wonen, komen mijn vrienden nooit langs.’

Ze was 13 toen ze in Nederland aankwam met haar moeder en broertje. Haar vader ging hen voor. Een nieuwsgierig meisje met een observerende blik. En een intense, leeftijdsgerelateerde drang om vooral niet op te vallen, om ‘normaal’ te zijn.

Ze begreep de ongeschreven regels van het migrantendom, voelde wat er van haar werd verwacht. Om ‘een goede’ te zijn, moet je je aanpassen. Meedoen, niet laten zien dat je anders bent. En dus ook: een groot deel van jezelf ‘uitwissen’. ‘Dat gaat onbewust.’

Het Mongolië van Nederland

In 2021 studeerde Farifteh af aan de Haagse kunstacademie (KABK). Sindsdien won ze de ene na de andere prijs met haar werk. Werk waarin ze toeschouwers confronteert met vooroordelen, hen uitdaagt zich te verplaatsen in de positie van vluchtelingen. Zoals The Flood, een video-installatie met beelden van een kolkende zee en stemmen van politici die angst aanjagen, pratend in watermetaforen over vluchtelingen: een stroom, tsunami, overspoelen.

Of de korte documentaire Kitten of vluchteling?, waarin ze de werking van empathie onderzoekt, waarom we onze huizen openstellen voor de een en de ander laten verdrinken aan de randen van Europa.

Impulsief is ze ook. Ooit trok ze op de bonnefooi naar Mongolië. Ze had gehoord dat daar ‘niets’ was. ‘Ik wilde wel weten hoe niets eruitziet. Het bleek spectaculair. Ik heb koeien gemolken en schapen geherderd.’

In haar hoofd werd Friesland ‘het Mongolië van Nederland’. En zo verruilde ze Amsterdam voor Sexbierum: een dorp met 1.749 mensen en 3.453 schapen, 1 kroeg, 1 supermarkt, 1 bakker, 1 slager, 1 hotel, 2 tankstations, 2 kerken en 3 bushaltes.

Ze begreep niet waarom vrienden daar zo van slag van waren. Suïcidaal zou ze worden, vreesde vriendin Esther. Vriend Sam zei: je vriest daar dood. Farifteh, lachend: ‘Die dacht: zo’n Iraanse in Friesland gaat het vooral heel koud hebben.’

Zelf dacht ze vooral: vette plek. Ze had weinig beeld bij of vooroordelen over het leven in een dorp. ‘Ik ben opgegroeid in Teheran, een metropool. In Nederland heb ik altijd in grote steden gewoond.’

Voor haar afstudeerproject, The Flood, kwam ze langs alle watergrenzen van Nederland. Zo belandde ze op de Sedyk (zeedijk) bij de Waddenzee en werd op slag verliefd. Op het landschap, weids, desolaat. De horizon, het licht dat continu wisselt, de zee, soms vlak als een spiegel, soms woest. Hoe ze de zon en de maan gelijktijdig kon zien. En op de schapen, die overal opduiken.

En toen bleek haar verhuizing tóch een project. Farifteh plaatst de dorpelingen, met en zonder lange stamboom in de natte klei, voor de camera en stelt hun vragen. De fietsenmaker, huisarts, dominee en kapster Esther (‘import’, van elders in Friesland). De Syrische Baidaa met haar foodtruck, Olga en Roman in de witloffabriek en Salah uit Jemen, die in Sexbierum een huis kreeg toegewezen, op straat scheve blikken krijgt als hij in het Arabisch belt, en niet begrijpt dat Farifteh er vrijwillig kwam wonen.

Rake woorden

Wanneer is iemand ergens thuis? Hoe voelt het om geworteld te zijn? Kun je, in een maatschappij die je geregeld existentieel afwijst, je ergens thuisvoelen waar het zo anders dan waar je vandaan komt? Uiteindelijk gaat de serie over de vraag hoe je elkaar vindt. In een dorp, samenleving of wereld, als je niet dezelfde wortels hebt.

Het zijn vragen die zich aan Farifteh opdrongen na haar verhuizing. ’s Nachts rijdend langs de dijk (opgeschrikt door plots in haar koplampen verschijnende schapen, die slapen op het warme asfalt), luisterend naar melancholische Iraanse muziek. Overdag, dwalend over aardappelvelden richting de dijk, in de supermarkt, waar gesprekken soms stilvallen als ze langsloopt, en thuis, in het huisje waar de wind soms gierend door de kieren waait. Scrollend door haar tijdlijn langs beelden van protesten in haar geboorteland die met telkens extremer geweld worden neergeslagen door het Iraanse regime.

Van dorpsgenoot Baidaa leert Farifteh wat ze als 13-jarige had willen weten: dat je een thuis ook meedraagt in jezelf. Buurman Rients (van de nette tuin) geeft onverwacht rake woorden aan haar pijn. ‘Maar jij bent niet vrijwillig gegaan, jouw wortels zijn er gewoon uit gerukt.’ Even kreeg ze geen lucht, toen hij dat zei. ‘Ik dacht: misschien onderschatten we elkaars inlevingsvermogen wel?’

Pietenpruiken

Ongemak en wrijving komen ook in beeld. Mensen verkleed als Arabier op het dorpsfeest, de pruiken van de pieten, een opgestoken middelvinger vanachter een vitrage. In de mienskip (gemeenschap) zijn er ook mensen die moeten wennen aan het veranderde sinterklaasfeest, aan ‘dat je tegenwoordig niet alleen mannen en vrouwen hebt’.

Door naderbij te komen, open te staan, nieuwsgierig te zijn, worden dingen ‘rommelig’, zegt Farifteh. ‘Ik vind sommige dingen pijnlijk, dat benoem ik, maar ik luister ook. Want het betekent niet dat iemand een slecht persoon is, of dat je niet meer met diegene om moet gaan.’

Onopgemerkt blijven in Sexbierum, iets wat in Amsterdam vanzelf ging, was onmogelijk. ‘Grote steden zijn magneten voor andere ontheemden. Hier is de gemeenschap overal voelbaar, iedereen praat met elkaar, kent elkaar, weet van elkaar, mensen doen vrijwilligerswerk, staan achter de bar op het dorpsfeest, zingen in het koor, zitten in de schoffelploeg op het kerkhof, bij de fanfare of de lokale kaatsvereniging.’

Glansrol in de serie is voor haar nieuwe beste vriend: de 83-jarige oud-aardappelboer Auke, die iedereen in het dorp kent (‘levend en dood’). Ze filmt hem – gepassioneerd orerend over de aardappel – in een aardappelveld, als passant die toevallig het beeld in fietst en tegen de achtergrond van zijn woonkamer in bruintinten, in comfortabele wollen trui als hij schaterend uitlegt dat de naam Sexbierum ‘populair is in heel Nederland’. Want: ‘Alles zit erin: sex, bier en rum.’

Twee verhalenvertellers

Twee straten verderop gaat de voordeur open zonder aan te bellen. De belangrijkste tv-acteur van Sexbierum, zoals ze hem bij de klaverjasclub in Wijnaldum noemen, zag de bezoekers al aankomen vanuit zijn leunstoel met schapenvacht.

Na een uitbundige begroeting (‘nog meer Tina’s!’, zoals Auke Fariftehs vriendinnen uit de stad noemt), nog staand in de gang: ‘Ze kennen je nu ook in Wijnaldum en Oosterbierum, ik heb over je geschreven in de nieuwsbrief.’ Met scheve grijns: ‘Tina wist niks van aardappelen. Ze dacht dat aardappelen aan de boom hingen.’ Farifteh: ‘Niet waar!’

Tegen de verslaggever zegt Auke: ‘Ik schrijf ook stukjes, voor de dorpskrant en voor Silhouet (een lokaal blad, red.).’

Farifteh: ‘Met de hand op papier en dan belt hij mij.’

Auke: ‘Tina moet dan een foto e-mailen naar de redactie.’

Farifteh: ‘We zijn allebei kunstenaars, verhalenvertellers.’

Auke: ‘Nou, ik ben geen kunstenaar.’

Farifteh: ‘Ik vind van wel. Je hebt zoveel geschreven.’

Auke: ‘Dat is waar, ik heb in mijn leven honderden verhalen geschreven.’

Farifteh: ‘En verteld.’

Auke: ‘En verteld.’

Farifteh: ‘En verzonnen.’

Auke, korte stilte: ‘Het moet wel een goed verhaal zijn.’

Ook een goed verhaal: hoe de twee elkaar ontmoetten, vier jaar terug. Ze vertellen het samen. Op de lokale verhalenavond. Auke’s vrouw Wieke (‘verkering sinds we 16 waren, ik heb ’r gewoon van de weg geplukt, ga je mee achter op de brommer, zo ging dat’) was net overleden. ‘Wieke heeft Tina gestuurd, want vlak daarna ontmoette ik Tina. Dat was meteen bingo.’

Farifteh: ‘Hij was onder de indruk van mijn verhaal en zei: ik kom morgen op de koffie. De volgende dag belde hij aan.’

In koor: ‘Hard en lang.’

Auke, over Farifteh: ‘We zitten helemaal op één lijn. Ik lees nu alle stukjes in de krant over Iran. Dan vertelt ze over haar familie die daar zit en zegt ze ja, daar heb ik geen contact mee. Dan denk ik godverdorie, dat is niet best.’

Aardappeltaal

Hij stuurt haar spraakberichten als hij iets heeft gelezen. Veel mensen willen iets slims zeggen of oplossen. Auke niet, die zegt gewoon dat hij er helemaal niets van begrijpt. Verfrissend, vindt ze. ‘Het simpele feit dat hij zegt dat hij aan mij en mijn familie denkt, betekent zoveel.’

Alles helemaal begrijpen of doorvoelen is misschien ook niet nodig om er voor elkaar te kunnen zijn, concludeert ze. Wat wel helpt: het vinden van een gemeenschappelijke taal om over lastige dingen te praten.

Met Auke is dat ‘aardappeltaal’. ‘Als je een aardappel uit de grond haalt, kan die dan opnieuw wortelen?’, vraagt Farifteh in de serie. Auke: ‘Ja, zo zit de aardappel in elkaar.’

Tina in Sexbierum is vanaf 7 mei te streamen op NPO Start en te zien bij de VPRO (NPO 3, 21.55 uur), vanaf 9 mei bij FryslânDOK (NPO 2, 15.30 uur), en vanaf 10 mei bij Omrop Fryslân (17.00 uur).

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next