Het Chinese ministerie voor Staatsveiligheid waarschuwde vorige week dat ‘buitenlandse vijandige krachten’ jongeren proberen te verleiden tot ‘platliggen’. Daarmee wordt bedoeld: het afwijzen van hard werk en carrièredrang. Jongeren op een terras in Beijing voelen die aantrekkingskracht inderdaad, maar het echt doen? ‘Onmogelijk.’
is correspondent China voor de Volkskrant. Ze woont in Beijing.
Vanuit het perspectief van de Chinese overheid zijn Faye Lao, Jenny Ma en Han (alle drie 31) modelarbeiders. De vriendinnen, die elkaar kennen van hun studie, maken lange dagen bij hightechbedrijven: ze zijn dus precies het soort hoogopgeleide werknemers op wie Beijing rekent om de economie voort te stuwen. ‘Ons bedrijf zit nog volop in de groeifase’, zegt Ma. ‘Dus iedereen werkt waanzinnig hard.’
Toch klinkt onder de drie vrouwen ook scepsis over China’s extreme werkcultuur, bekend als 996: zes dagen per week werken, van negen uur ’s ochtends tot negen uur ’s avonds. Onderuitgezakt in campingstoelen praten ze op deze Dag van de Arbeid, een van China’s spaarzame vrije dagen, over overwerk en uitputting. Ook zij kennen de aantrekkingskracht van tangping, oftewel ‘platliggen’: een leven met minder nadruk op carrière en competitie. ‘Eigenlijk’, zegt Ma, ‘is dat waarnaar we verlangen.’
Het Chinese ministerie voor Staatsveiligheid, eigenlijk een soort algemene inlichtingendienst, waarschuwde vorige week over de platlig-ideologie in een AI-gegenereerd filmpje met dreigende achtergrondmuziek. Volgens het ministerie voeren ‘buitenlandse anti-Chinese vijandige krachten’ een campagne van ‘systematische hersenspoeling’.
De dienst stelt dat Chinese influencers door buitenlandse organisaties worden betaald om boodschappen te verspreiden zoals ‘hard werken is zinloos’ en ‘platliggen is gerechtvaardigd’. Het filmpje toont hoe daartoe dollarbiljetten op tafel worden gestapeld. De ondermijning heeft volgens de inlichtingendienst een helder doel: ‘Ze hopen dat onze jongeren gaan platliggen, zodat China de vruchten van zijn ontwikkeling, zijn strategische kansen en zelfs de nationale toekomst uit handen geeft.’
Slechts een enkeling op dit Beijingse terras twijfelt aan de overheidsclaims. Een 21-jarige, die liever anoniem blijft, noemt de waarschuwing een typisch voorbeeld van hoe de Chinese overheid maatschappelijke onvrede afschuift op het buitenland. Maar het zevental overige jongeren dat de Volkskrant spreekt vindt het verhaal van de overheid helemaal niet onwaarschijnlijk.
‘Ik kan me voorstellen dat buitenlandse krachten de trend zagen en dachten: laten we dit een duwtje in de rug geven’, zegt Xiaoyu (30), die samen met haar vriendin Xiaolü (31) een drankje doet. ‘Dan wordt de volgende generatie lui, en ontwikkelt China zich langzamer.’ Dat het filmpje benadrukt dat die buitenlandse krachten zelf juist keihard werken, wijst volgens hen erop dat het om Amerikanen gaat. Lachend: ‘Europeanen zijn platliggers pur sang.’
Tegelijkertijd benadrukken de vriendinnen dat platliggen wel degelijk ‘natuurlijkerwijs’ in China is ontstaan, in reactie op de hoge druk van neijuan. Dat betekent letterlijk zoiets als ‘ineendraaien’, en verwijst naar de vicieuze dynamiek waarin steeds harder werken steeds minder oplevert: lagere salarissen, minder carrièreperspectief. Werkgevers kunnen de druk op hoogopgeleide jongeren opvoeren, omdat er voor hen een groot banentekort bestaat. De jeugdwerkloosheid is in China al jaren hoog.
Vanaf ongeveer 2020 ontstond hierdoor een online stroming van hoogopgeleide jongeren die bewust afstand deden van de ratrace. De archetypische ‘platligger’ ruilt het hectische leven in de grote stad in voor een eenvoudiger bestaan in hippie-achtige enclaves als Dali, in het zuidwesten van China. Filmpjes van platlig-influencers werden een grote hit op sociale media. Ook Xiaoyu, die als marketeer werkt, kijkt er graag naar. ‘Zoals mensen op dieet ook kijken naar mukbang-filmpjes’, zegt ze, verwijzend naar filmpjes waarin mensen zich volstouwen met eten. ‘Zie je hen slikken, dan voelt het alsof je zelf ook eet.’
Ook Lao, Ma en Han kijken zulke content. Voor zichzelf zien ze er geen kwaad in (‘we hebben al volwassen waarden’, aldus Ma), maar Lao vreest dat de jongste generatie erdoor ‘in de zoete illusie vervalt’ dat het leven één grote vakantie kan zijn. Daarom vindt ze het ook goed dat China een digitale muur rond het internet heeft opgetrokken, die zulke filmpjes buiten het bereik van kwetsbare kijkers houdt.
In september 2025 lanceerde de Chinese overheid een campagne tegen het ‘kwaadaardig aanwakkeren van negatieve emoties’ op sociale media. De censuurinstantie kondigde daarbij aan onder meer te zullen optreden tegen content die stelde dat studeren of hard werken geen zin heeft. Daarna verdwenen veel video’s en accounts van platliggers van sociale media.
Op het terras zijn ook een paar jongeren, die de overheid vermoedelijk als platliggers zou bestempelen. Zoals langharige schoolverlater Yang (20), die vandaag bijklust achter de bar, maar verder niet werkt en bij zijn ouders inwoont. Of de 31-jarige Wang Shan, die afkwam op het gratis concert van neo-daoïstische psychedelische trancemuziek dat vanavond op het pleintje plaatsvindt. Ze woonde jaren in Australië, maar trok twee jaar terug weer bij haar ouders in, en is sindsdien werkloos.
Juist deze jongeren hebben niets op met de term platliggen. ‘Het suggereert dat ik mijn tijd verdoe’, zegt Wang. Daar is geen sprake van: ze schildert, studeert Spaans en leest momenteel Adam Smiths 18e-eeuwse economische standaardwerk The Wealth of Nations. Bovendien zal ze ook op den duur weer een baan moeten zoeken, want ze teert nu langzaam in op het geld dat ze in Australië verdiende. De overheid hoeft volgens haar dan ook niet te vrezen dat platliggers de Grote Heropleving van de Chinese natie zullen dwarsbomen: ‘Echte platliggers kunnen niet overleven in China. Onmogelijk.’
Daar zijn eigenlijk alle jongeren op het terras het wel over eens: platliggen is in China eerder droom dan daad. En die platlig-influencers dan, waar Xiaoyu graag naar kijkt? Voor hen is video’s maken waarschijnlijk ook gewoon werk, zegt ze. ‘Niet meer in loondienst, maar als ondernemer.’
Source: Volkskrant