schrijft elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.
Een kinderwagen behoort tot de duurste aankopen tijdens de zwangerschap. De keuze is overweldigend. Denk aan de Easywalker Harvey 5, de Joolz Day 5 en de Stokke Xplory X. Waar moet je écht op letten?
Vroeger waren kinderwagens robuuste ‘koetsen’ met grote wielen en goede vering. ‘In opvoedboeken van honderd jaar terug werd gewaarschuwd dat je kinderen niet overal mee naartoe moest nemen vanwege trillingen. Die kunnen soms inderdaad schadelijk zijn’, zegt ergonoom Brecht Daams, gespecialiseerd in baby-ergonomie. Ze zit in de Europese normcommissie voor kinderwagens en schreef het boekje Geef je baby de ruimte! En andere tips voor babyproducten.
Tegenwoordig hebben kinderwagens veel minder vering. Het ontwerp van kinderwagens is vooral gericht op mobiliteit en gemak: ze moeten makkelijk inklapbaar zijn en wendbaar op straat. Toch moeten ouders zich niet alleen laten leiden door design en praktische voordelen, meent Daams. ‘Een kinderwagen kan de ontwikkeling van het kind belemmeren of juist bevorderen en dat is voor het kind het allerbelangrijkst.’
Een van de belangrijkste aandachtspunten is de grootte van de kinderwagenbak. Baby’s moeten vrij kunnen spartelen, met hun armen gespreid. ‘Kies bij voorkeur de langste en breedste bak die er is’, adviseert Daams. Voor comfort, maar ook omdat baby’s er idealiter in blijven liggen totdat ze zelfstandig kunnen zitten, vaak rond de negen maanden, al verschilt dat per kind.
Opvallend is dat de Europese normen geen minimale afmetingen voor de kinderwagenbak geven. Daardoor zijn de meeste modellen op de markt volgens deskundigen te krap. Dat heeft gevolgen: kinderen worden dan te vroeg overgezet naar een zitje, terwijl hun lichaam daar nog niet klaar voor is.
Ook belangrijk: kies een kinderwagenbak zonder zachte, gewatteerde randen of kussens. Gewatteerd ziet er comfortabel uit, maar brengt risico’s met zich mee. Baby’s die met hun gezicht tegen de rand liggen, ademen uitgeademde lucht opnieuw in, een fenomeen dat bekend staat als ‘rebreathing’. Die lucht bevat minder zuurstof en meer CO2. Daams: ‘Kinderen worden daar suf van, wat een risicofactor is bij wiegendood, en als het lang duurt, kan het serieuze gevolgen hebben voor de gezondheid.’
Zodra het kind zelfstandig kan zitten, wordt de kinderwagenbak ingeruild voor het stoeltje. Moderne kinderwagens zijn op verschillende manieren in te stellen. Dat maakt het voor ouders lastig: moet de rugleuning rechtop of iets gekanteld? En hoe hoog doe je de voetensteun? ‘Een actieve zithouding is cruciaal: rugleuning praktisch rechtop, voeten naar beneden’, zegt Daams. ‘Hierdoor kan het kindje naar voren buigen, achterom kijken, naar iets reiken en de wereld ontdekken.’
De ergonoom ziet regelmatig kinderen die achterover geleund zitten en met hun benen recht vooruit gestrekt. Dit belemmert de ontwikkeling van rugspieren, beweging en hersenen. Vooruitgestrekte benen trekken het bekken naar achteren en veroorzaken een bolle onderrug, waar de wervelkolom niet voor is gemaakt.
Op de lange termijn kan dit leiden tot permanente afwijkingen van de ruggengraat en zelfs het zenuwstelsel beïnvloeden. Onderzoek van het Erasmus MC onder 559 basisschoolkinderen laat zien dat 73 procent afwijkingen heeft aan de wervelkolom. Volgens Daams begint dat probleem al vroeg, bij onvoldoende beweging en een verkeerde houding in de babytijd.
Ouders laten hun kind soms ook binnenshuis in de kinderwagen slapen, bijvoorbeeld als ze terugkomen van een wandeling. ‘Dat is geen goed idee’, zegt Daams. ‘Kinderwagens zijn ontworpen voor buitengebruik en beschermen tegen kou en wind, maar bieden vaak onvoldoende ventilatie.’
Tot slot heeft Daams nog één boodschap: laat kinderen vooral niet te lang in de kinderwagen zitten. ‘Lopen is heel veel gezonder dan voortgeduwd worden in een kinderwagen. Een kind heeft beentjes, waarmee het verder kan lopen dan je denkt!’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant