Ik zie het vooral als de sfeer informeel is. Bij een bedrijfsuitje of bij een borrel na afloop van een cursus. Het toenemende antiwokegedrag in de werkomgeving.
Witte mannen met een biertje in de hand die lacherig of neerbuigend spreken over vrouwen of duurzaamheid. Verbeeld ik het me, of is er echt sprake van verharding, verruwing en verrechtsing in de werkomgeving?
Eerst de kritische blik. Klopt mijn observatie wel? Misschien bestaat de verruwing die ik zie helemaal niet.
De Volkskrant schreef vorig jaar dat mensen al decennia geloven dat de moraal op zijn retour is. Maar in werkelijkheid verandert bijvoorbeeld de onderlinge solidariteit in Nederland nauwelijks. In het artikel wordt onder meer verwezen naar onderzoek van de psychologen Adam Mastroianni en Daniel Gilbert. Ook zij stellen dat het morele verval dat wij denken te zien een illusie is. Wie objectieve cijfers over menselijk gedrag doorspit, bijvoorbeeld op het gebied van eerlijkheid en behulpzaamheid, moet concluderen dat de ‘goede oude tijd’ niet beter was dan nu.
Dat we daar toch en masse in geloven, heeft twee oorzaken, stellen de onderzoekers.
De combinatie van deze twee factoren zorgt voor een denkbeeldige neerwaartse lijn.
Goed. Het kan zijn dat ik overdrijf, dat het wel meevalt met de verruwing. Maar ik ken ook ander psychologisch onderzoek.
Benjamin Ruisch en Melissa Ferguson stelden vast, op basis van dertien verschillende studies onder ruim tienduizend Amerikanen, dat tijdens de eerste termijn van Trump als president van de Verenigde Staten (2017-2021) de raciale en religieuze vooroordelen onder zijn aanhangers significant groeiden.
Hoewel Trump zich met name negatief uitliet over immigranten, moslims en Mexicanen, namen onder zijn aanhangers de vooroordelen tegenover allerlei minderheden toe. Ook de houding tegenover Hispanics, zwarte Amerikanen, Aziaten, Joden en homo’s werd negatiever.
De onderzoekers stelden vast dat dit niet alleen komt door de uitlatingen van Trump. Ook de sociale normen van de groep waartoe mensen behoren, hebben invloed. Wanneer Trump-aanhangers informatie kregen waaruit bleek dat medestanders positief dachten over de ideeën van de president, waren ze meer geneigd hun vooroordelen tegenover minderheden te uiten.
Ruisch en Ferguson stelden vast dat bij de tegenstanders van Trump dit soort vooroordelen juist verminderden in dezelfde periode, waardoor de kloof tussen de aanhangers en tegenstanders van Trump aanzienlijk groter werd.
Betekent dit dat mensen negatiever gaan denken over minderheden, door leiders als Trump? Misschien. Maar het betekent vooral ook dat mensen die al vooroordelen of andere controversiële ideeën koesterden, dat ook hardop durven te zeggen als personen naar wie zij opkijken én de mensen om hen heen er net zo over lijken te denken. Onderzoekers noemen dat ook wel het emboldening effect, in goed Nederlands: het aanmoedigingseffect.
Dit effect is een zusje van het ‘Overton-venster’. Zo noemen politicologen de verzameling van meningen die je hardop kunt uitspreken in een maatschappij. En het is een broertje van de ‘zwijgspiraal’, een theorie uit de communicatiewetenschap die beschrijft dat je, wanneer je denkt dat je mening niet lekker valt, liever zwijgt, om sociaal isolement te voorkomen.
Wat is de grote lijn? Misschien gaat het over het algemeen helemaal niet zo slecht met onze maatschappij. Maar het lijkt me intussen ook niet vergezocht dat mensen met een stevige rechtse mening over onderwerpen als migratie en inclusie zich door de verkiezingsuitslagen van de laatste jaren aangemoedigd voelen eens wat meer van zich te laten horen. Thuis, op straat, en ook op het werk. En dat kan behoorlijk bedreigend voelen als je lid bent van een minderheidsgroep.
Terug naar het bedrijfsuitje en de borrel, waar ik mee begon. Zojuist, tijdens het officiële gedeelte, ging het nog over gedeelde waarden als respect en solidariteit. Nu worden opeens dingen gezegd, zogenaamd grappig, die je niet verwacht van je collega’s, maar eerder van een groepje aangeschoten corpsballen. Wat doe je in zo’n geval?
Het beste advies dat ik ken, is ‘grommen bij de grens’. Ik gebruikte de term al eens eerder op deze plek en ken hem uit het onderwijs. Wie als leraar orde wil houden in de klas, moet bij ondermijnend gedrag niet wachten en hopen dat het overgaat, maar meteen duidelijk aangeven waar de grens ligt.
Vertaald naar de werkomgeving: als collega’s dingen zeggen of doen die niet passen bij de normen van de organisatie, moet je dat niet laten passeren, maar er meteen iets van zeggen. Dat geldt ook bij kantoorhumor. Grappen die collega’s buitensluiten of beledigen, zijn niet leuk.
Grommen bij de grens werkt het beste als je het met elkaar afspreekt. Ook hier geldt: je spreekt je makkelijker uit als je weet dat je sociaal gesteund wordt.
Grommen is niet leuk om te doen. De overtreder zal niet opeens het licht zien, je bedanken en zijn leven beteren. Wel zal hij voortaan iets eerder zijn mond houden. Zeker als jij erbij bent.
En dat is prima. Meestal gaat externe beteugeling vooraf aan zelfbeheersing. Dat heb ik niet zelf bedacht, dat komt van de beroemde socioloog Norbert Elias. Dit proces heet beschaving. En daarvan heb je niet gauw te veel.