Leersumse veld Na de grote natuurbranden van vorige week ging landbouwminister Jaimi van Essen op werkbezoek bij de heide in Leersum. Volgens de brandweer, de boswachter en regionale politici is meer geld en apparatuur nodig om natuurbranden in de toekomst te voorkomen of te stoppen.
In de speciale brandweerwagen: minister Jaimi van Essen (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) tijdens een werkbezoek aan de Utrechtse Heuvelrug.
Als er hier, op het Leersumse veld, een brand ontstaat – nú, met deze wind – dan „gaat-ie als een malle over de heide”, zegt Marcel Geluk, natuurbrandspecialist van de Veiligheidsregio Utrecht. Hij wijst naar een randje bomen in de verte: „Dat bosperceel zou de brand remmen, dus je kunt zeggen: deze natuur is hier zo ingericht dat een brand beheersbaar is.”
Maar de gevaren blijven groot, zegt Geluk. Net achter de bomen ligt een grote school, over de weg een asielzoekerscentrum, aan de andere kant van het natuurgebied het dorp Leersum. „In Nederland is bebouwing nooit ver weg, een brand komt snel in de buurt van mensen. We moeten echt meer doen om met natuurbranden om te gaan. Specialistische spullen hebben we nodig, maar we zullen de natuur ook anders moeten inrichten. Op een gegeven moment hebben alleen meer brandweerauto’s geen zin, dan zijn we kansloos.”
Alarmerende woorden deze woensdag bij het werkbezoek van minister Jaimi van Essen (D66, Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) aan het Leersumse veld op de Utrechtse Heuvelrug. Hij laat zich bijpraten over de risico’s van natuurbranden en maatregelen om die te voorkomen of beheersbaar te houden. Van Essen zou hier in de zomer langskomen om te praten met vertegenwoordigers van regionale en lokale overheden, de brandweer en organisaties die natuur beheren, maar na de grootschalige natuurbranden van vorige week is het bezoek naar voren gehaald.
Commissaris van de Koning Adema (links) en minister Van Essen (wit overhemd) krijgen uitleg van de brandweer.
De minister hoorde vorige week van de branden via pushberichten, en al snel kreeg hij appjes en foto’s binnen van burgemeesters die midden in de brandgebieden zaten. Het werd de grootste golf aan natuurbranden in de afgelopen jaren, met die op ’t Harde, de Veluwe, als uitschieter. Donderdagmiddag ging het tegelijkertijd om vijf grote branden en vele kleinere eromheen. Buitenlandse brandweerlieden schoten te hulp. Op sommige plekken moesten brandweermensen zichzelf in veiligheid brengen. Een asielzoekerscentrum werd ontruimd, een vliegveld tijdelijk gesloten. Van Essen: „Je hoopt dan dat het niet op nog meer plekken misgaat, want dan waren we door onze hoeven gezakt.”
„We staan hier relatief rustig, nu er geen slachtoffers zijn gevallen. Maar dat blijft niet zo als we niet méér doen”, zegt Ina Adema aan de rand van het veld. Zij is commissaris van de Koning in Noord-Brabant en namens de Kring van commissarissen gaat ze over natuurbrandpreventie. In 2024 stelde het toenmalige kabinet eenmalig 70 miljoen euro beschikbaar voor betere beheersing van natuurbranden, waarvan nog 45 miljoen beschikbaar is. Er wordt onder meer een landelijk expertisecentrum opgezet, en dat is volgens Adema hard nodig.
Ze wijst naar een aantal dode bomen in het heideveld: „Staatsbosbeheer zal zeggen: goed voor de biodiversiteit. Maar de brandweer ziet droge bomen die een brand kunnen versnellen. Ik denk dat iedereen z’n best doet om samen te werken, maar we hebben Den Haag nodig om knopen door te hakken. Anders lopen we vertraging op bij de preventie van natuurbranden.”
Boswachter Rein Zwaan van Staatsbosbeheer heeft een tak van een grove den in zijn handen. Die is alomtegenwoordig in Nederlandse bossen, maar ook extreem brandbaar. Er is meer diversiteit nodig aan bomen, zegt hij. Er moeten bomen worden gekapt, nieuwe aangeplant, gebieden ingericht met meer variatie. Er gebeurt al veel, vertelt Zwaan. Rond het Leersumse veld zijn de afgelopen jaren veel waterpunten geslagen, zodat de brandweer altijd snel water bij de hand heeft. De bereikbaarheid van paden voor brandweervoertuigen is sterk verbeterd en er wordt al gewerkt aan het planten van verschillende bomen.
Op de zandweg staat een enorme brandweerwagen, speciaal ontwikkeld om natuurbranden te bestrijden. De brandweerlieden die ernaast staan noemen het de ‘rode tank’. Er zijn er zeventien van in de provincie Utrecht, en er komen er nog vier bij. Minister Van Essen gaat op de bijrijdersstoel zitten en pakt de joystick op het bedieningspaneel. 3.500 liter water kan erin, de wagen heeft een grote spuitkop voorop en meerdere op andere plekken, die op verschillende standen kunnen spuiten. Van Essen drukt de knop in – de brandweerman naast hem zwenkt de straal zodat commissaris Adema, burgemeester Frits Naafs van de gemeente Utrechtse Heuvelrug en gedeputeerde Gijs de Kruif van de provincie Utrecht droog blijven.
De ‘rode tank’ is speciaal ontwikkeld voor het bestrijden van bosbranden.
Als hij is uitgestapt vertelt Van Essen over een statistiek die hij voorbij zag komen. „Ik schrok van het lijntje dat we boven het droogste jaar van 1967 zaten. Het maakt weer eens duidelijk hoe belangrijk het is dat er altijd water beschikbaar is, en dat we rekening houden met brandveiligheid als we aan natuurherstel doen.” Van Essen wil naast de 45 miljoen euro voor natuurbrandpreventie kijken of er iets mogelijk is met de pot van 2,2 miljard euro die voor natuurherstel is gereserveerd. Komende vrijdag wil hij het onderwerp aan de orde brengen in de eerste ministerraad na het reces.
„Ik denk dat de collega’s van Defensie het er ook wel over willen hebben”, glimlacht hij. De brand op ’t Harde ontstond op een militair oefenterrein en ook op verschillende andere oefenterreinen van Defensie braken branden uit. Defensie wil onderzoeken of protocollen rond het oefenen bij droogte moeten worden herzien.
Mensen die op de Utrechtse Heuvelrug wonen, en bij andere natuurgebieden, zullen er rekening mee moeten houden dat er soms een brand in de buurt woedt, zegt Marcel Geluk van de Veiligheidsregio. Net zoals mensen die bij een dijk wonen, leven met de potentiële dreiging van het water. Volgens hem is dan ook meer nodig dan de 45 miljoen uit Den Haag, en vooral: niet eenmalig, maar elk jaar opnieuw. „We moeten ons aanpassen aan deze tijd.”