In het gat in de Europese conventionele afschriking van Rusland tonen zich de nieuwe verhoudingen op het continent: onberekenbare Amerikanen, onoplettende Europeanen en initiatiefnemende Oekraïners.
is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
De Amerikaanse aankondiging dat vijfduizend militairen zouden worden teruggeroepen uit Duitsland was niet vooraf met bondgenoten gecoördineerd en deels een gevolg van irritatie over uitlatingen van bondskanselier Merz. Verrassend of schokkend is het evenwel niet. Trump dringt vanaf het begin aan op het overnemen van de conventionele defensie van Europa door Europa.
Deze relatief kleine terugtrekking valt in dat licht mee en kan zelfs, gevoegd met de protesten ertegen in het Congres, als bevestiging worden gezien van het nut voor de VS van hun militaire aanwezigheid in Europa. Dat werd in de Iran-oorlog, ondanks een paar Europese blokkades die Trump zeer ontstemden, opnieuw duidelijk.
Belangrijker is de mogelijke Amerikaanse weigering een bataljon uitgerust met langeafstands-precisiewapens naar Duitsland te sturen – in weerwil van afspraken uit 2024 tussen de leiders Biden en Scholz. ‘Mogelijk’, want Berlijn zegt dat er nog geen definitief besluit is (ook typerend voor de regering-Trump).
Hoe deze saga ook afloopt, zij richt de aandacht op een cruciaal gat in de Europese afschrikking van Rusland: het vermogen om doelen met conventionele wapens militaire doelen diep in Rusland te raken. Terwijl Ruslands arsenaal aan kruisraketten en ballistische raketten, zeker vanuit Kaliningrad, de meeste Europese hoofdsteden kan treffen. Dat pistool houdt Poetin al jaren tegen onze slaap, zonder dat we er iets tegenover stellen. Dat gemis wordt urgent met een agressief Rusland en een onberekenbare Trump.
De reden dat Europese landen nauwelijks over zulke wapens beschikken, ligt deels in het INF-verdrag uit 1987, dat raketten met een bereik van 500 tot 5.500 kilometer in Europa verbood. President Obama betichtte Poetin al van schending van dit verdrag en onder Trump sneuvelde het definitief (in 2019), maar Europa hield zich eraan. President Poetin ontwikkelde deze wapens wel en schroefde sinds 2022 de productie fors op.
De in 2024 aangekondigde tijdelijke stationering van de Amerikaanse langeafstandswapens moest de leemte in de afschrikking van Rusland tijdelijk vullen, tot Europa ze zelf had. Het initiatief daartoe (afgekort: Elsa) stamt ook uit die tijd, maar de zes deelnemende landen erkennen dat het niet opschiet. Gebrek aan urgentie en aan duidelijke prioriteiten typeren de Europese ‘herbewapening’ tot dusver. De conclusie van een Europese raketexpert is helder: niet Amerikaanse vijandigheid, maar Europese onoplettendheid en incompetentie zijn de grootste dreiging.
Die luxe heeft Oekraïne, dat dagelijks door Rusland wordt bestookt, niet. Daarom is Kyiv zelf kruisraketten en drones gaan maken die steeds verder reiken om Russische agressie bij de bron aan te pakken. Met steeds meer succes. Daarom wil Berlijn hierover nu ook met Kyiv in gesprek.
‘In plaats van alleen praten over wat Oekraïne van ons nodig heeft, moeten we meer gaan nadenken over wat wij van Oekraïne nodig hebben’, zegt de Finse president Alexander Stubb. ‘Niet één krijgsmacht in Europa of de VS is in staat tot moderne oorlogvoering zoals Oekraïne dat nu doet.’
Het is typerend voor deze overgangstijd: terwijl de oude beschermheer weifelt of zijn kruit elders al verschoten heeft, dient zich een Europese bondgenoot aan die steeds meer op eigen kracht overeind blijft – en zo de rest van Europa een spiegel voorhoudt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant