Home

Marines van India en Nederland gaan meer samenwerken, maar inlichtingen delen doen ze niet

Defensie Nu de veiligheid van de handelsroutes afneemt, willen de marines van India en Nederland meer samenwerken. Maar de maritieme relatie is nog pril, blijkt bij een bezoek van het fregat Zr.Ms. De Ruyter aan de zuidelijke marinebasis van Kochi. „We moeten met de allereenvoudigste dingen beginnen.”

Welkomsritueel van de Indiase marine voor het fregat Zr.Ms. De Ruyter.

Rodger de Wit, commandant van het fregat Zr.Ms. De Ruyter en gekleed in smetteloos marinewit, wil net aan zijn praatje voor de pers beginnen als er luid geschreeuw klinkt. De Wit stopt abrupt. Een andere officier kijkt verstoord over de reling. Ah, de oliebevoorrading! Vanaf een platte boot met groene buizen, gevolgd door een flinke plas olie, gebaren verschillende Indiase zeelieden druk naar boven. Het bezoekende Nederlandse fregat moet zijn trossen onmiddellijk uitgooien zodat ze aan hun werk kunnen beginnen.

Na de onderbroken start begint De Wit alsnog met zijn praatje. De ongeveer tien Indiase journalisten, onder meer verslaggevers en fotografen, mogen daarna hun vragen op de Nederlandse commandant afvuren. Heeft de gespannen geopolitieke situatie in de wereld iets te maken met de komst van het fregat naar de grote marinehaven van Kochi in het diepe zuiden van India? Wat kan zijn schip allemaal? En: hebben de commandant en zijn mannen al een bezoekje gebracht aan een van de vele plekken die herinneren aan de handelspost die Nederland ooit had in Kochi (ook bekend als Cochin), van 1663 tot 1795?

Die laatste vraag kan de commandant bevestigend beantwoorden („Ja, we zagen onder meer de Nederlandse begraafplaats”) en op de andere kwesties gaat hij zorgvuldig in. Het zweet parelt inmiddels op zijn voorhoofd. De temperatuur schommelt rond de 32 graden, de luchtvochtigheid is ongeveer 80 procent. Instructies die via alle speakers over het schip schallen, maken de communicatie niet gemakkelijker: „Er geldt vanaf nu een algeheel rookverbod op het hele schip in verband met olie uitladen.”

Het fregat Zr.Ms. De Ruyter in de haven van Kochi, Zuid-India.

Op zich staat het vierdaagse bezoek aan de marinehaven – de De Ruyter ligt in een afgelegen deel – los van de spanningen in de wereld, licht commandant De Wit toe. Maar inderdaad, de internationale onzekerheden maken het bezoek, dat elke twee jaar aan een Indiase haven plaatsvindt – vorige keer deed Zr.Ms. Tromp Mumbai aan – dit keer absoluut urgenter. Toen De Wit en zijn mannen de Rode Zee uitkwamen en naar het oosten zwenkten richting Arabische Zee, zo vertelt hij, „zijn onze radars en de luchtafweersystemen in hoge staat van paraatheid gebracht”.

Korte tijd eerder waren immers Iraanse drones en raketten neergekomen in Saoedi-Arabië. En als de plannen om een bestand in de Straat van Hormuz te handhaven waren doorgegaan, was zijn schip de eerst aangewezene geweest om namens Nederland mee te doen. Het fregat is gespecialiseerd in luchtverdediging.

Narendra Modi komt naar Nederland

Tijdens hun ontmoetingen van deze week wisselden Nederlandse en Indiase marineofficieren hun ervaringen in het gebied uit. Ook de Nederlandse plaatsvervangend Commandant der Zeestrijdkrachten was daarvoor overgekomen. India namelijk is zeer actief bij het escorteren van Indiase tankers in en nabij de Straat van Hormuz. Beide partijen hebben tegenover elkaar ook het grote belang van de vrijheid van doorvaart op de internationale zeeën beklemtoond. „Het helpt als je voor dezelfde waarden staat”, zegt De Wit.

Als ode aan de vrijheid in het algemeen brachten Nederlandse en Indiase officieren een gezamenlijk bezoek aan het monument voor omgekomen bemanningsleden van de Indiase marine en zeevloot, elders in de stad. „Dat was mooi.”

De Indiërs hadden zich geïnteresseerd getoond in het vervolg van de reis van vier maanden van De Ruyter. Die gaat namelijk door de nauwe Straat van Malakka – ook al zo’n gevoelig gebied – richting de Zuid-Chinese Zee. De Wit: „We zullen daar door gebieden varen die de Chinezen ten onrechte als de hunne claimen.” Andere westerse schepen deden dat eerder; China reageerde meestal met diplomatiek gemopper.

Dan is het tijd voor een-op-een-vragen aan de commandant. NRC wil onder meer weten hoe ver de samenwerking met de Indiërs in de praktijk is gevorderd. Over iets meer dan een week komt premier Narendra Modi naar Nederland. Op 16 mei, zo is het plan, tekent hij samen met premier Rob Jetten een strategisch partnerschap. Het betreft een breed verdrag over technologische samenwerking, dat ook gaat over het vergroten van de veiligheid in de wereld. Meer samenwerking van de marines van beide landen past daarbij.

Somalische piraterij in 2008

Die staat echter nog in de kinderschoenen, zo blijkt uit de antwoorden van De Wit. Zo zullen de Nederlanders wat ze in de Straat van Malakka en de Zuid-Chinese zee zien, niet met de Indiërs delen. Er bestaat immers geen inlichtingenrelatie zoals NAVO-partners onderling hebben.

Ook is er te weinig samenwerkingservaring waarop voort te bouwen valt. „We moeten echt met de allereenvoudigste dingen beginnen”, zegt de fregatcommandant. De meest roemruchte ervaring dateert alweer van 2008. Toen zond het Indiase fregat INS Tabar een boot met Somalische piraten naar de zeebodem. Een Nederlands marineschip nam toen deel aan dit gemeenschappelijke optreden, dat later de credits kreeg de Somalische piraterij grotendeels te hebben gestopt.

Rond het bezoek van het Nederlandse fregat aan Kochi waren ontmoetingen tussen Indiase en Nederlandse bemanningsleden georganiseerd.

„Het doel destijds was heel herkenbaar en actueel”, zegt De Wit, „namelijk de vrijheid van handelsroutes beschermen.” Maar de situatie was toen echt anders. „We hadden een zeer los georganiseerd samenwerkingsverband.” Om er iets hechters en duurzamers van te maken, is veel meer nodig. „We hebben deze week bijvoorbeeld naar de verschillen tussen onze trainingen gekeken. En we gaan met een Indiaas fregat nog iets gezamenlijks doen: samen manoeuvreren. Het is een heel klein beginstapje.”

Of het strategisch pact de frequentie van dit soort leermomenten opvoert, is nog de vraag. De kleine Nederlandse marine van zes fregatten (de Indiase heeft er veertien) krijgt veel verzoeken, zeker ook van de NAVO. De Wit: „Vooralsnog blijven deze bezoeken bij één keer in de twee jaar, voor zover ik weet.” Wel zijn er geregeld oefeningen in breder, multinationaal verband.   

Weinig nieuws gehoord

„Nou, dat wordt een klein nieuwsitem”, zegt EV Sreekumar, verbonden aan de Manorama Daily, een grote krant in de regio, bij het verlaten van de De Ruyter. Hij heeft weinig nieuws gehoord, in vergelijking met de talloze bezoeken aan Kochi van marineschepen van andere naties. „Geen idee”, had de Indiase journalist eerder, schaterend van het lachen, geantwoord op de vraag waarom hij naar het Nederlandse marineschip was gekomen. „Het moest van mijn bazen in Delhi.”

De nationale Times of India brengt op woensdag een klein bericht op haar Kochi-pagina, compleet met foto van de commandant. „Het Nederlandse marineschip De Ruyter is in Kochi, wijzend op de groeiende vriendschap tussen India en Nederland op het gebied van maritieme veiligheid.” En even verderop: „De commandant zei dat de bemanning de invloed van Nederlandse architectuur op de huizen had opgemerkt.”

Op 4 mei brachten Indiase en Nederlandse marineofficieren een bezoek aan het monument voor omgekomen Indiase bemanningsleden en zeelieden.

Defensie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next