Rechtszaak Drie burgers probeerden woensdag via de rechter te voorkomen dat het contract voor het onderhoud van onder meer DigiD werd verlengd. Dat lukte niet.
Eisers in de rechtbank zijn bang dat vertrouwelijke gegevens van burgers in handen vallen van de Amerikaanse autoriteiten.
Voorafgaand aan het kort geding bij de rechtbank in Den Haag moeten de drie burgers die het hebben aangespannen nog een beetje op elkaar ingespeeld raken. Dat komt doordat ze elkaar nog maar net kennen, en nu samen een inderhaaste poging doen te voorkomen dat het cruciale online identificatieprogramma DigiD onder Amerikaanse beheer komt te staan. De gedaagde is de Staat der Nederlanden.
Karin Ramaker ageert al langer tegen de overname van het bedrijf Solvinity, IT-dienstverlener voor DigiD, door het Amerikaanse bedrijf Kyndryl. Ze lanceerde in december een online petitie die inmiddels bijna 200.000 keer is getekend. Daarin betoogt ze dat de gegevens van Nederlandse burgers na die overname niet veilig zijn.
Jacqueline Roig raakte ervan overtuigd dat ze in actie moest komen nadat eind april staatssecretaris Eric van der Burg (BZK) toestemming had gegeven het contract met Solvinity te verlengen tot augustus 2028. Want zodra dat bedrijf Amerikaans wordt, kan DigiD kwetsbaarder worden voor spionage of sabotage door de Amerikaanse overheid.
Derde eiser is een zenuwachtige man die liever niet met zijn naam in de media wil, terwijl hij veel wil zeggen (zijn naam is bij de redactie bekend). „We doen dit om op te komen voor de democratie en het Europees privacyrecht”, zegt hij onder meer. Roig en Ramaker knikken bevestigend. Dat is ook voor hen de essentie. „Eigenlijk zou het helemaal niet nodig moeten zijn dat wij hier staan. De Tweede Kamer is heel eensgezind in dit dossier,” zegt Riog, die tot voor kort in de softwaresector werkte en nu een sabbatical heeft. „Wat heeft het voor zin dat we stemmen als daar vervolgens niet naar wordt geluisterd?”
Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft via moties laten blijken dat ze niet wil dat DigiD bij een Amerikaans bedrijf terechtkomt. Zover is het nog niet, maar volgens de drie probeert het ministerie niet eens DigiD in eigen beheer te nemen of het door een ander bedrijf te laten beheren.
„Heb je de spreeknotitie van Pieter ontvangen,” vraagt advocaat Rawaz Sharan de man. Hij doelt op Pieter van Oordt, de privacy officer van Logius, onderdeel van het ministerie van Binnenlandse Zaken voor ict-zaken. Hij zocht onlangs de publiciteit omdat hij ervan overtuigd is dat er binnen de betrokken ministeries naar wordt gestreefd de overname door te laten gaan. Hij is inmiddels op non-actief gesteld en van plan een bodemprocedure te beginnen, vertelt hij telefonisch. Het kort geding laat hij aan anderen.
Een dag voor de zitting schrijft de staatssecretaris in antwoord op Kamervragen dat de contractverlenging volgens hem onvermijdelijk is. „Het is niet mogelijk om voor augustus 2026 over te stappen naar een andere partij zonder dat hierbij de continuïteit en veiligheid van DigiD en andere voorzieningen in gevaar komen,” aldus Van der Burg. Logius heeft bovendien voorlopig niet de kennis en capaciteit in huis om het zelf te doen.
Tijdens de korte civiele rechtszaak kleurt landsadvocaat Jeroen Naves in wat met ‘continuïteit’ wordt bedoeld: als DigiD een tijdje niet werkt, kunnen burgers bijvoorbeeld geen belastingaangifte meer doen, of toeslagen aanvragen.
De betogen laten de informatieongelijkheid zien. De landsadvocaat is betrokken bij onderhandelingen met Solvinity en Kyndryl. Die gesprekken zijn erop gericht te voorkomen dat buitenstaanders – zoals de Amerikaanse regering – te gemakkelijk toegang krijgen tot persoonsgegevens van Nederlandse burgers, mócht de overname doorgang vinden. Hij weet meer dan hij mag delen, laat hij een aantal keer blijken.
„Als je erkent dat dat Trump er met zijn vingers bij kan zitten als die aandelenoverdracht plaatsvindt”, zegt advocaat Sharan, „hoe kún je dan doorgaan?” Hij betoogt dat de staat met de verlenging onrechtmatig handelt, doordat die daarmee de facto het risico aanvaardt dat persoonsgegevens van Nederlandse burgers bereikbaar worden voor Amerikaanse autoriteiten. De drie eisers en hun advocaat nemen hun zorgen als uitgangspunt, en baseren zich in hoge mate op wat ondernemers en ict-experts in media zeggen.
De advocaat, die maar een paar dagen heeft gehad om zich voor te bereiden, zegt een aantal keer dat er andere routes zijn voor de betrokken ministeries. Via (sociale) media hebben diverse bedrijven zich gemeld en er zijn ict-experts die zeggen dat zo’n overstap binnen een paar maanden kan lukken. Als eiser Riog even het woord krijgt, benadrukt ze dat haar zorgen worden versterkt door het gebrek aan transparantie. Als burger heb je geen mogelijkheid om te weten of de Amerikaanse inlichtingendienst toegang tot je gegevens heeft geëist, zegt ze. „Ik begrijp uw zorg”, zegt de rechter.
Het verweer van de landsadvocaat overlapt inhoudelijk met de recente antwoorden op Kamervragen. Zorgvuldigheid heeft tijd nodig, benadrukt de advocaat. En voegt eraan toe dat „de zorgen worden gedeeld”. De staat is ruim vertegenwoordigd bij de zitting: naast landsadvocatenkantoor Pels Rijcken zijn er hoge ambtenaren en de woordvoerder van de staatssecretaris – bij wie het verzoeken om interviews regent.
Hij herhaalt een aantal argumenten die vermoedelijk zwaar hebben gewogen voor de rechter, die vanwege de tijdsdruk eerst meldt dat hij de eisen afwijst, en later de argumenten bij het vonnis op papier zal zetten. Die argumenten blijken vooral over de volgorde in het proces te gaan: de overname is nog geen feit. Die moet namelijk goedgekeurd worden door de minister van Economische Zaken, die wacht op een oordeel van het Bureau Toetsing Investeringen.
Bovendien is het niet onmogelijk dat het contract tussentijds wordt opgezegd, zei de landsadvocaat daarnaast. Een van de gronden waarop dat zou kunnen, is dat het bedrijf van eigenaar is veranderd. Dat is nieuwe informatie, want daar was nog geen duidelijkheid over.
Met de zitting is de juridische druk op de procedure niet verdwenen. Er zijn inmiddels meerdere zaken waarbij mensen of organisaties inspraak eisen of pogen de gang van zaken bij te sturen.
Jacqueline Roig hield voor de zitting al rekening met een negatief vonnis: „Lukt het niet dan lukt het niet. Maar dan zijn we er in ieder geval wel tegen opgestaan.”