Home

Iedereen zijn eigen stilte

Twee jaar geleden betoogde ik in NRC dat het debat over de Nationale Dodenherdenking aan het verschuiven was en mensen minder loyaal leken aan de oorspronkelijke betekenis. Inmiddels kunnen we wel stellen dat het debat allang verschoven is en veel mensen het liefst hun private politieke opvattingen terug willen zien in de herdenking.

Aanvankelijk was de Nationale Dodenherdenking voor mij, als migrantenkind van Turkse ouders, iets abstracts: zes miljoen vermoorde Joden, kransen, stilte. Indrukwekkend, maar op afstand. Ik deed mee, maar in mijn hoofd was ik ergens anders. Soms gingen mijn gedachten uit naar een overleden tante. Veel later, ik was bijna 20, toen Harry Mulisch sprak op 4 mei, kwam het pas echt binnen. Hij gaf woorden aan iets wat ik tot dan toe niet kon begrijpen: dat voor wie de oorlog heeft meegemaakt, herdenken geen ritueel is maar een werkelijkheid die nooit verdwijnt.

Ik denk weleens dat mijn individuele herdenking als kind eerder regel is dan uitzondering. Natuurlijk gaat het tegenwoordig nog steeds over de in de Tweede Wereldoorlog omgekomen Nederlandse militairen, verzetsstrijders en zeelieden, zoals in het begin werd gekaderd. Maar al gauw werd de reikwijdte breder.

Nederlanders hebben hun eigen herdenking gecreëerd, die soms niets te maken heeft met oorlog en geweld. Met name migranten, die nou eenmaal minder zijn verbonden met de vaderlandse geschiedenis, kunnen op 4 mei hun gedachten vrijelijk laten gaan naar bijvoorbeeld een in de Eerste Wereldoorlog overleden grootvader in het Turkse Konya, terwijl de buurvrouw in gedachten verdrietig door concentratiekamp Bergen-Belsen wandelt. En datzelfde geldt eigenlijk ook voor de Nederlanders die hier al generaties wonen; de Nationale Dodenherdenking steeds meer geïndividualiseerd.

De toeloop naar de Dam vermindert. Vóór corona trok de herdenking daar zo’n 20.000 mensen. Tegenwoordig is dat een kwart minder: naar schatting 14.000 tot 15.000 mensen namen maandag de moeite om de stilte en de kranslegging bij te wonen. Misschien had dat dieptepunt te maken met angst. Ik voelde me in elk geval ongemakkelijk en ben thuis voor de televisie gaan zitten, terwijl ik op loopafstand woon en doorgaans in de menigte sta. Na een hele dag te zijn opgejut door de berichten over bekladding en de schoonmaak ervan, besloot ik om de herdenking over te slaan. Actievoerders die het Nationaal Monument met bloedrode verf bekladden zijn tot veel meer in staat, dacht ik. Twee minuten stilte is juist voor hen een perfecte kans.

Ik keek gebiologeerd naar het scherm. Er waren ook vrouwen met hoofddoekjes, waar zouden zij aan denken? Aan hun grootouders die begraven zijn in de bergen van Marokko of aan een gesneuveld familielid op vredesmissie in Afghanistan? Iedereen zijn eigen herdenking. Gold dat ook voor de leden van de actiegroep die het monument bekladde? Wie een nationaal monument gebruikt als decor voor eigen politieke woede, verliest niet alleen gevoel voor verhouding maar ook voor waardigheid. Na de achtste slag van de torenklok van het paleis hield ik mijn adem in.

Dat de herdenkingsstilte is behouden, lijkt een prestatie sinds de ceremonie zo politiek is geworden. Volgens sommigen moet het Nationaal Comité 4 en 5 mei de herdenking nóg breder maken en moet er ook aandacht zijn voor actuele oorlogen in de wereld, zoals Gaza. Maar herdenken is geen optelsom van allerlei oorlogen en conflicten in de wereld. Als je alles herdenkt, herdenk je uiteindelijk niets.

AT5-hoofdredacteur Judith Zilversmit zei tijdens haar 4 mei-lezing te aarzelen om te vertellen wanneer ze Pesach heeft gevierd omdat het antisemitisme opleeft. Van die ingetogenheid hebben de moslims in mijn omgeving geen last: zij voelen zich vrij genoeg om woorden te geven aan islamitische feesten. Op de basisschool van mijn dochter liet een vader openlijk zijn woede blijken dat in afwezigheid van zijn dochter de schoolfotograaf was geweest en er geen rekening werd gehouden met het Suikerfeest.

Er hing dit jaar iets in de lucht dat elk moment had kunnen kantelen, niet omdat mensen dat willen, maar omdat steeds meer mensen een eigen betekenis willen toevoegen. En dat willen ze de samenleving op allerlei manieren laten weten. Daar zit het echte probleem: een stilte die ergens anders voor moet dienen, is geen Dodenherdenking. De saamhorigheid verdwijnt als de betekenis verwatert.

Aylin Bilic

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next