Home

Met de Gen Z-pruillip zeg je (of veins je?): het kan me niets schelen of iemand kijkt of niet

Fotogezicht De duckface, jarenlang dé pose voor een succesvolle selfie, is uit. De nieuwe look is de Gen Z-pout, een subtiele pruillip met een dead stare waarmee je niet langer lijkt mee te doen aan het pleasen van de kijker. Maar dit ‘ongeposeerde’ hoofd is lastig onder de knie te krijgen.

Vergeet de duckface, het nieuwe fotogezicht is de Gen Z-pout.

Het combineert een subtiele pruillip met een dead stare.

Maar let op: deze zogenaamd ongeïnteresseerde anti-pose is niet makkelijk.

Waar is de beruchte duckface gebleven? De foto’s waarop vooral meisjes en vrouwen stonden met ingezogen wangen en getuite lippen domineerden jarenlang het internet. Het liefst maakte je de foto schuin van boven, zette je je hand op je heup, kneep je je ogen een beetje dicht en tuitte je je lippen tot een overdreven kus. Geen mens die er in het echt zo uitzag, maar wat gaf het. Van tienermeisjes tot de Kardashians en de Olsen Twins: het was dé pose voor een succesvolle selfie.

Inmiddels is dit selfiegezicht verguisd. Het geldt tegenwoordig als te geforceerd, en typisch voor millennials. De duckface is cringe. Maar dat betekent niet dat we nu weer allemaal ‘normaal’ lachend op de foto gaan. De opvolger van de duckface heeft zich aangediend: de Gen Z-pout (pruillip). It-girls als Lily-Rose Depp en Rachel Sennott kiezen nu voor een subtiele pruillip gecombineerd met een dead stare: ogen die emotieloos de verte in staren.

Waarom trokken we überhaupt die duckface? Om onszelf ‘mooier’ of ‘sexy’ te maken? De duckface zou je lippen groter en je wangen smaller maken. Ook is de associatie met iets verleidelijks als een zoen (of volgens sommigen zelfs orale seks) snel gemaakt. Hoe kan een gezicht dat ooit in trek was, nu tot gefronste wenkbrauwen leiden?

De blik van de ander

Hoe aanstellerig de duckface ook lijkt, ‘fotogezichten’ zijn van alle tijden. Gezichten op portretten uit de 19de en het begin van de 20ste eeuw tonen vaak een waardige, serieuze blik. Alsof ze eerder voor zichzelf poseren dan dat ze de kijker willen pleasen. In het gouden Hollywood-tijdperk was juist de brede lach de norm. Alles om het publiek te behagen. In de jaren 60 was een slaperige, nonchalante blik populair. In de jaren 80 de speelse blik over de schouder.

Het ideale fotogezicht verschilt per periode, maar allemaal hebben ze één ding gemeen: ze sturen hoe we het liefst gezien worden. Zoals schrijver en kunstcriticus John Berger beschrijft in zijn klassieke boek Ways of Seeing (1972), bekijken we onszelf altijd door de ogen van de ander. In een foto kun je die blik sturen en begrenzen: jij bepaalt wat zichtbaar wordt en wat niet. Zo is elk portret een vorm van regie, waarin elk fotogezicht balanceert tussen gezien willen worden en jezelf beschermen tégen dat gezien worden.

De duckface is de belichaming van die spanning. Dit gezicht ontstond in het begin jaren 2000, waarin alles draaide om gezien worden: de opkomst van sociale media, met name Myspace in 2003, de eerste cameratelefoons én de eerste selfies. Op Myspace deelde je je foto’s niet meer alleen met vrienden, zoals op voorloper Friendster, maar met de hele wereld. En dankzij de cameratelefoon kon je jezelf voor het eerst zien vóórdat een ander dat deed. De controle over je gezichtsuitdrukking was nog nooit zo groot. Er werd niet alleen méér gekeken, maar ook preciezer gestuurd hoe er gekeken werd.

Mickey Rourke in 2005, de begintijd van de ‘duckface’.

Ashley Olsen in 2004.

Op zoek naar het ultieme selfiegezicht ontstond zo de duckface (destijds nog ‘Myspace face’ genoemd). Een consistente, veilige pose die — ondanks de toen nog gebrekkige camera’s — het gezicht contour gaf en beschermde tegen minder flatteuze hoeken. In een tijd zonder beautyfilters was de duckface de live-variant. Bovendien paste het naadloos in het schoonheidsideaal van de early 2000s. Fake tan, high-shine lipgloss, haarextensions; alles mocht nep en overdreven zijn. En gezien worden.

Het waren vooral vrouwen die met een duckface poseerden. „Zelfs wanneer ze alleen is, heeft de vrouw nog gezelschap van haar zelfbeeld”, schreef Berger ruim dertig jaar eerder. De vrouw is zo gewend bekeken te worden, dat ze zichzelf ook als toeschouwer bekijkt. Het eerste selfiegezicht deed precies dat: anticiperen op het oordeel van de ander door het gezicht alvast in de ‘juiste’ plooi te dwingen.

Pruilen en pleasen

Maar paradoxaal genoeg was dat oordeel niet mals. De vrouwen die dit gezicht trokken, kregen de afgelopen jaren veel te verduren. Ze werden bestempeld als oppervlakkig, wanhopig of aandachtsgeil. In de vroege jaren 2010 was er zelfs de website Antiduckface.com, waar (vooral) vrouwen belachelijk werden gemaakt.

De Gen Z-pout lijkt vastbesloten om niet hetzelfde lot te ondergaan. De lege blik en subtiele pruillip ogen nonchalant of zelfs gedissocieerd. Alles wat de duckface niet is. In plaats van „kijk naar mij”, straal je met de pout uit dat het je niets kan schelen of iemand kijkt of niet. Een vrouw die pruilt in plaats van tuit, lijkt niet langer mee te doen aan het pleasen van de kijker.

Toch is de Gen Z-pout natuurlijk net zo goed geposeerd. Misschien nog wel méér. Want deze anti-pose is niet makkelijk. Niet voor niets circuleren er op social media tutorials over hoe je dit ‘ongeposeerde’ hoofd precies onder de knie krijgt. Waar de duckface om aandacht vroeg, veinst de Gen Z-pout aandachtsmoeheid om diezelfde aandacht te krijgen. Bovendien zijn beide een product van een schoonheidsideaal. Imiteerde de duckface nog overdreven fillers, de pout verwijst naar de subtielere lip flip (een botox-behandeling die de bovenlip naar buiten laat krullen).

Toch doe je deze gezichten, de duckface en de pout, maar sowieso elk geposeerd gezicht, te kort als je ze reduceert tot de vorm van de lippen. We tuiten of pruilen niet om zomaar ‘mooi’ te zijn, maar om de regie terug te pakken over hoe de wereld ons ziet. Een selfiegezicht is geen toevallige momentopname, maar een onderhandeling tussen prijsgeven en achterhouden, gezien en beoordeeld worden. En een dappere poging om de blik van de ander vóór te zijn — omdat ontsnappen niet kan.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next