Home

Honderdduizenden Nederlanders hadden ooit een hantavirus, vaak zonder het te weten

Ongeveer 1,7 procent van de Nederlanders heeft ooit een hantavirus opgelopen. Dat komt neer op grofweg 300.000 mensen. Artsen herkennen zo'n infectie lang niet altijd, áls besmette mensen al bij een arts terechtkomen.

Volg de ontwikkelingen op het cruiseschip MV Hondius in ons liveblog.

"Als je hoge koorts hebt, je nieren niet meer werken en je je dokter vertelt dat je een muis hebt gezien, ja, dán zullen best veel artsen aan een hantavirus denken", legt Marco Goeijenbier uit aan NU.nl. Hij is intensivist aan het Erasmus MC en het Spaarne Gasthuis.

"Maar vaak doen de symptomen niet meteen specifiek aan hanta denken. Of een arts heeft het hantavirus niet meegekregen in zijn opleiding, dat kan ook."

In Nederland komen drie soorten hantavirussen voor. Het puumalavirus wordt het vaakst aangetroffen en is afkomstig van bepaalde rosse woelmuizen. Verder hebben we hier het Seoulvirus (overgebracht door ratten) en het tulavirus (overgebracht door veldmuizen). Dit zijn drie andere soorten dan het Andes-hantavirus dat afgelopen week bij enkele opvarenden van cruiseschip MV Hondius is aangetroffen.

Bij de Andesvariant is de kans dat het van mens op mens wordt overgedragen al klein, maar bij de 'Nederlandse' varianten is dat nog nooit eerder gezien. Bovendien is de kans op overlijden in Nederland veel kleiner (0,1 tot 1 procent van de positief geteste mensen, tegenover 35 tot 50 procent in Noord- en Zuid-Amerika). Ook zijn de symptomen anders en milder.

'Onze' hantavirussen veroorzaken in veel gevallen spierpijn, hoofdpijn, misselijkheid en koorts. Meestal vallen die klachten mee of wordt iemand zelfs helemaal niet ziek. "Lang niet iedereen die een hantavirusbesmetting oploopt, gaat naar de huisarts of het ziekenhuis", zegt Chantal Reusken, hoogleraar en viroloog bij het RIVM.

Zaken als spierpijn, hoofdpijn en koorts kunnen immers ook 'gewoon' een griepje zijn, waarvoor je naar bed gaat in plaats van naar de dokter. Als je ernstiger ziek wordt, kun je afhankelijk van de hantavirussoort bijvoorbeeld ook nier- of leverproblemen krijgen. Dan is de kans groter dat je in het ziekenhuis belandt en een arts een test aanvraagt.

In Nederland worden jaarlijks slechts enkele tientallen mensen positief getest op een hantavirus, en dat terwijl uit onderzoek van het RIVM en Universiteit Utrecht in 2014 bleek dat 1,7 procent van de Nederlanders hantavirus-antistoffen in het bloed heeft. Oftewel: naar schatting hebben 300.000 Nederlanders ooit een hanta-infectie doorgemaakt.

Voor dit onderzoek, waar Reusken aan meehielp, werd het bloed van 2.933 Nederlanders getest. Zij kwamen uit 19 verschillende gemeenten. Dat laatste is belangrijk, omdat hantavirussen niet overal even vaak voorkomen.

Reusken: "In grote steden kom je niet zo gauw met de rosse woelmuis in contact, maar in bijvoorbeeld Twente, Salland, de Oirschotse Heide en Limburg is die kans groter." Daar komt het puumalavirus dan ook vaker voor.

"Maar zwarte en bruine ratten kun je overal tegenkomen, ook in de stad. Dat geldt dus ook voor het Seoulvirus, al is de kans dat je een rat met dat virus tegenkomt nog altijd enorm klein." Boeren, rattenhouders en ongediertebestrijders hebben door hun contact met de dieren meer kans op besmetting dan anderen.

Ook intensivist Goeijenbier heeft samen met Reusken ooit onderzoek gedaan naar hoe vaak hantavirussen écht voorkomen. De collega's vermoedden vijftien jaar geleden al dat artsen het hantavirus regelmatig verwarden met bijvoorbeeld leptospirose.

Die infectieziekte lijkt op het eerste gezicht best op het hantavirus. "Het wordt ook overgedragen via de urine van knaagdieren en ook hierbij krijg je koorts en soms nierproblemen of leverproblemen", zegt Goeijenbier.

Maar van de duizend tot vijftienhonderd leptospirosetesten die er jaarlijks werden gedaan, waren er slechts zo'n 70 positief. "Toen dachten we: in die heel grote groep mensen met een negatieve test zitten vast ook veel mensen die het hantavirus hebben."

Dat klopte. 4,3 procent van de mensen die ondanks de vermoedens geen leptospirose had, bleek wel een hantavirus te hebben.

Maar is het eigenlijk erg, dat er zo veel diagnoses worden gemist? Het is geen ramp, maar wetenschappers en artsen weten het liever wél. Reusken: "Hantavirussen zijn in Nederland geen groot volksgezondheidsprobleem, maar alsnog hebben we graag zo veel mogelijk zicht op wat er speelt."

Goeijenbier: "Is het echt heel erg dat we vaak een diagnose missen? Nee, want we hebben geen specifiek geneesmiddel tegen een hanta-infectie. Je krijgt een behandeling op basis van je symptomen: als je nieren het niet meer doen, krijg je daar niervervangende therapie voor. "

Maar, vervolgt Goeijenbier: "De juiste diagnose kan overbehandeling voorkomen. Antibiotica of immuunremmers helpen niet tegen een hanta-infectie, dus die geef je liever niet. En een nierbiopt, een stukje nier weghalen voor onderzoek, brengt altijd risico's zoals bloedingen met zich mee. Als je weet dat iemands nieren het niet meer doen vanwege een hantavirus, dan scheelt dat weer de risico's van een nierbiopt."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next