Met het wietexperiment nemen normalisering, zichtbaarheid en beschikbaarheid van wiet toe. In een land waar jongeren al bovengemiddeld veel cannabis gebruiken, kunnen we ons geen extra duwtje richting gebruik veroorloven.
Na het eerste jaar van het wietexperiment gaat de berichtgeving vooral over economische kansen, buitenlandse investeerders en de herwonnen reputatie van Nederland als wietland. Wat dat betreft reden voor optimisme: de markt trekt buitenlandse partijen aan, investeerders staan in de rij en coffeeshops zijn verlost van het ‘aloude schizofrene Nederlandse gedoogbeleid’. Media melden dat er geen aanwijzingen zijn voor de gevreesde toename van straathandel, criminaliteit of drugstoerisme.
Telers, coffeeshops en gemeenten zijn overwegend positief. Maar in die jubelstemming ontbreekt een element volledig: de zorgen over wat dit experiment betekent voor de gezondheid van met name jongeren. Daar zou de discussie over moeten gaan. Niet om het experiment te stoppen, maar om ervoor te zorgen dat gezondheid net zo zwaar weegt als economische kansen, zeker voor een coalitie die zegt te bouwen aan de gezondste generatie ooit.
Over de auteurs
Danielle Jansen is socioloog, voormalig minister van Volksgezondheid en oud-Tweede Kamerlid. Wilco Sliedrecht is verslavingsarts en voorzitter van de Vereniging voor Verslavingsgeneeskunde Nederland (VVGN).
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Het heeft iets surrealistisch, hoe we inmiddels over het wietexperiment praten. De toenmalige minister die lachend in de camera een zakje wiet omhooghoudt. Een Nederlands feestje ter ere van de opening van een nieuwe wietfabriek. De vanzelfsprekendheid waarmee we zeggen dat er winst op wiet moet worden gemaakt. En een lobbyist die teleurgesteld verzucht dat ze in Canada al veel verder met wiet zijn dan wij, terwijl wij dachten voorop te lopen.
Als je niet beter zou weten, zou je denken dat het om een gadget gaat of een nieuw lifestyleproduct. Maar dat is het niet. Het gaat om wiet: een lichamelijk en geestelijk verslavend product. We zijn bezig een verslavende stof te behandelen alsof het een aantrekkelijk verkoopproduct is, en dat schuurt met elke ambitie om jongeren te beschermen.
Cannabis lijkt onschuldig, en vergeleken met alcohol, nicotine, cocaïne en heroïne is het ook volgens studies minder risicovol. Maar de cijfers liegen niet. Van de mensen die wiet gebruiken, raakt ongeveer 9 procent verslaafd (dat zijn zo’n honderdduizend mensen). Jaarlijks melden tienduizend mensen zich bij verslavingszorg voor een cannabisprobleem. Na alcohol is het het middel waarvoor de meeste mensen hulp zoeken. In 2023 zijn circa 7.170 jongeren onder 25 jaar behandeld in de verslavingszorg; de grootste groep (41 procent) van bijna drieduizend jongeren kwam vanwege cannabis.
Cannabisgebruik hangt bovendien samen met slechtere schoolprestaties en dagelijks gebruik verhoogt de kans op schooluitval en contact met politie en justitie. Studies tonen daarnaast consequent aan dat cannabisgebruik in de adolescentie de kans op depressieve klachten later in het leven vergroot, waarbij geldt: hoe eerder en vaker jongeren gebruiken, hoe groter dat risico. Cannabis is daarnaast (naast amfetamine) de meest aangetroffen drugs in het verkeer, vooral bij jonge, mannelijke bestuurders.
De cruciale vraag is natuurlijk: leidt het wietexperiment tot meer of minder gebruik onder jongeren? Dat kunnen we in Nederland nog niet vaststellen, omdat de eerste betrouwbare cijfers pas de komende jaren beschikbaar komen. Wat we wel weten, is dat in landen waar cannabis is gelegaliseerd of gecommercialiseerd, het gebruik onder jongeren vaak stabiel blijft of licht stijgt.
Dat betekent niet dat dit ook het geval zal zijn in Nederland. In Canada moet men soms grote afstanden afleggen om cannabis te kopen en juist in gebieden waar de verkoopplekken geconcentreerd zijn, zie je het gebruik stijgen. Dat is met name relevant voor Nederland omdat de beschikbaarheid hier van nature veel hoger is: coffeeshops liggen dicht bij elkaar, zijn makkelijk bereikbaar en maken cannabis veel zichtbaarder in het dagelijks leven, waardoor normalisering toeneemt.
En dat zijn precies de factoren waarvan we weten dat ze jongeren kwetsbaarder maken voor vroeg en frequent gebruik. In Nederland zien we bovendien dat jongeren al bovengemiddeld veel cannabis gebruiken vergeleken met de rest van Europa, dus elke verdere normalisering of toename in beschikbaarheid raakt een groep die nu al relatief hoog scoort.
Het experiment stopzetten is niet realistisch en ook niet wenselijk. Het heeft al zoveel jaren voorbereiding gekost en er is ontzettend veel geld in gestoken. Maar dat betekent niet dat we ons moeten verliezen in jubelstemming. Met het wietexperiment nemen normalisering, zichtbaarheid en beschikbaarheid toe. In een land waar jongeren al bovengemiddeld veel cannabis gebruiken, kunnen we ons geen extra duwtje richting gebruik veroorloven.
Minder juichen, meer aandacht voor de gezondheid van jongeren: dat is wat dit experiment vraagt.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant