European University Institute Verscholen tussen de Toscaanse heuvels in Fiesole, vlak bij Florence, ligt het European University Institute (EUI), tegelijk gerenommeerd en vrij onbekend, en precies vijftig jaar oud. Hoe blijft zo’n onderzoeksinstelling relevant in populistische en eurosceptische tijden?
Het European University Institute in Fiesole, vlak bij Florence. De onderzoeksuniversiteit bestaat vijftig jaar.
Kan het toeval zijn dat het Stendhal-syndroom, waarbij iemand onwel wordt door de overweldigende schoonheid van kunst, ook wel het syndroom van Florence wordt genoemd? Er zijn weinig mooiere plekken dan een oude abdij in Fiesole, in de heuvels boven de Italiaanse Renaissancestad, om je te verdiepen in politieke en sociale wetenschappen, rechten, economie of geschiedenis. Tussen docenten, studenten en promovendi denken aan het European University Institute (EUI) zo’n vijftienhonderd academische bollebozen na over de toekomst van Europa.
De Europese onderzoeksinstelling is precies vijftig jaar oud en heeft docenten met een dijk van een reputatie in huis. Zoals de Portugese oud-Commissievoorzitter José Manuel Barroso, de Belg Jos Delbeke, hoogleraar klimaatbeleid en internationale koolstofmarkten en voorheen directeur-generaal Klimaatactie van de Europese Commissie, en de internationaal bekende Britse politicoloog Simon Hix. En zeker ook de recente aanwinst Sabine Weyand, meer dan drie decennia toponderhandelaar handel namens de Europese Commissie, tot ze onlangs plots in een administratieve rol werd geduwd.
In Brussel wordt gefluisterd dat de Duitse politicoloog de prijs betaalde voor haar zeer principiële aanpak in de onderhandelingen met de Amerikaanse president Donald Trump – op een foto genomen in Schotland, naast Trump en Commissievoorzitter Ursula von der Leyen, die breed lachen en duimpjes omhoog steken, trekt Weyand als enige een zuur gezicht. De Duitse gaat vanaf volgend academiejaar als deeltijds onderzoekster in Fiesole aan de slag. Weyand „verruilt de hectiek van de Brusselse beleidsvorming voor de academische rust van Florence”, schreef de Europese nieuwswebsite Euractiv een tikje meewarig. Wat verklaart deze ietwat ingeslapen reputatie?
Het EUI is een Europese topuniversiteit en een intergouvernementele organisatie, vorig jaar met een omzet van 105 miljoen euro, ongeveer gelijk gefinancierd door de Europese Unie, bijna alle EU-lidstaten (met uitzondering van Hongarije, Tsjechië en Litouwen) en partners, zoals bedrijven en onderzoeksinstituten. Het instituut werd opgericht door de zes oorspronkelijke lidstaten van de voorloper van de EU: de Benelux, Frankrijk, Duitsland en Italië. Doel was om via onderzoek en onderwijs bij te dragen aan de culturele en wetenschappelijke nalatenschap van Europa. De Italiaanse regering, en vooral toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Aldo Moro, spande zich sterk in om de instelling naar Italië te halen.
‘Fiesole’ blijft relatief onbekend, niet alleen bij het brede publiek, maar ook in Brussel zelf, waar het Europacollege in Brugge – een postuniversitair instituut voor Europese studies – als de kweekvijver van EU-besluitvormers geldt.
Patrizia Nanz, rector van het EUI.
Fiesole is geen „fabriek voor eurocraten”, zegt de Duitse politicoloog Patrizia Nanz (60), sinds twee jaar rector. „Brugge focust op een eenjarig masterprogramma, maar wij zijn een Europese onderzoeksuniversiteit, gericht op promoties en doctoraal onderzoek. We hebben ook een masteropleiding in internationale bestuurskunde.” In Fiesole wordt fundamenteel wetenschappelijk onderzoek verricht, zegt Nanz. „Wij produceren geen beknopte papers met quick fixes, snelle oplossingen voor de korte termijn, want dat doen de denktanks al.”
De Duitse rector kent de private sector goed, ze werkte in de uitgeverswereld en als adviseur van regeringen. In Fiesole worden jaarlijks zo’n vijftienhonderd publicaties geproduceerd, vaak over migratie, populisme, extreemrechts en democratische erosie. Urgente kwesties, en toch komen de conclusies van zo’n onderzoek niet altijd voorbij de drempel van het instituut, erkent Nanz: „Beter communiceren over wat het EUI precies doet, is een van de nieuwe doelstellingen.”
Fiesole denkt ook na over de toekomstige rol van universiteiten in een wereld met AI en andere technologie, en de interactie met politiek en maatschappij. Een met publiek geld gefinancierde onderzoeksinstelling is het aan zichzelf verplicht om „meer richtinggevend te zijn voor de maatschappij inzake technologie, defensie en veiligheid”, zegt de rector.
Het European University Institute produceert jaarlijks zo’n vijftienhonderd publicaties, vaak over migratie, populisme, extreemrechts en democratische erosie.
Daarom heeft Fiesole een ‘AI-lab’, mede opgericht door de Portugese jurist, ondernemer en docent Francisco de Abreu Duarte. De jonge dertiger promoveerde in Fiesole, begon daarna een startup die juridische zaken met kunstmatige intelligentie combineert, en keerde terug naar het EUI als docent. De nieuwe generatie studenten leest niet alleen geen boeken meer, zelfs een paar bladzijden is soms te veel, vertelt Duarte. „Dat maakt ze nog niet lui, of dom. Deze jongeren zijn opgegroeid met Instagramstories, en beknopte teksten. Hun brein is anders geprogrammeerd.” Duarte experimenteert met AI en technologie om kennis op een alternatieve manier over te brengen. „Ik heb een avatar van mezelf gemaakt waarin mijn alter ego essentiële punten van de leerstof samenvat. Ze lezen mijn cursus niet meer, maar de video’s downloaden ze allemaal”, zegt hij.
Francisco de Abreu Duarte doceert aan het EUI en werkt onder meer met AI aan oplossingen voor desinformatie.
Het AI-lab werkt ook aan innovatieve infrastructuur die bruikbaar is in de wereld van media en informatie. Nieuwsmedia en de academische wereld zijn hun rol als poortwachters voor betrouwbare informatie kwijt, zegt Duarte, maar met slim gebruik van AI kan die rol worden hersteld. „In de strijd tegen desinformatie komen we nu nog altijd te laat. Om nepnieuws te ontmaskeren, kunnen journalisten vandaag nog niet veel anders dan achteraf factchecks te publiceren.”
Dat kan volgens hem beter. „De technologische infrastructuur van de VS proberen in te halen, heeft geen zin, want we hebben in Europa een aanzienlijke achterstand”, zegt de docent. „Maar we kunnen deze Amerikaanse systemen wel een stuk Europeser maken en de algoritmen zo verbeteren. Stel je voor dat je op sociale media straks een filter kan kopen van je favoriete kwaliteitskrant, die het nieuws op jouw tijdlijn vooraf factcheckt, en voor jou alleen betrouwbare nieuwsartikelen filtert?” Volgens Duarte kan dat een businessmodel voor kranten worden.
Aan de Europese universiteit wordt ook in andere domeinen aan ‘prototypes’ gewerkt, voegt rector Nanz toe. Sinds kort loopt in Fiesole een overleg met EU-vertegenwoordigers en ambtenaren om Europese regelgeving en nationale en regionale wetten op een innovatieve manier beter met elkaar te verbinden – een verzoek van António Costa, voorzitter van de Europese Raad. Het overleg zit nog in een prille fase, maar Nanz wil „verder raken dan de eindpaper met aanbevelingen”, en ziet zulke concrete initiatieven als een middel om het oprukkende populisme te bestrijden.
De Duitse keerde als rector terug naar haar alma mater, waar ze in 2001 promoveerde, in wat ze zelf als „meer glorieuze tijden voor Europa” omschrijft. „Het publieke debat over Europa was toen zeer levendig”, herinnert Nanz zich. „Er vond een grote discussie plaats over meer Europese integratie en wat die Europese identiteit dan wel zou zijn.” Het proces om een Europese grondwet te krijgen, was nog niet afgeketst – het project zou pas in 2005 op afkeuring stuiten in referenda in Frankrijk en Nederland. Ook de financiële crisis van 2008 lag nog ver in de toekomst.
Het EUI ligt op een heuvel boven Florence.
Al zijn de tijden zeker veranderd, Nanz waarschuwt ook voor al te veel ‘europessimisme’. Trump en Poetin doen Europeanen sterker beseffen wat er op het spel staat, en wat we met zijn allen moeten verdedigen, zegt de rector. „De Eurobarometer [een doorlopende reeks opiniepeilingen over een breed aantal kwesties, in opdracht van de Europese Unie] toont aan dat de meeste Europeanen vandaag de EU vertrouwen, het hoogste niveau in achttien jaar.” In de huidige geopolitieke context willen Europeanen een sterkere en assertievere EU, met een gemeenschappelijk defensie- en veiligheidsbeleid, en ze omschrijven vrede als de waarde die Europa nog altijd het beste typeert.
„Daarom zag je ook zo’n pro-Europees resultaat bij de recente verkiezingen in Hongarije”, zegt Nanz. „Waarden als democratie, mensenrechten en de rechtsstaat zijn zinloos, tot je beseft welke Europese levenswijze je echt verdedigt. Als je burgers zou vragen of ze liever zonder Europa en de Europese Unie zouden leven, dan is de keuze snel duidelijk.” Europa wordt elke dag opgebouwd, besluit de rector: „Het is helemaal niets abstracts, maar een unie van miljoenen mensen die in een ander land wonen en verschillende talen spreken. Die rijkdom willen burgers niet kwijt.”