Op een telefoonscherm vol barsten toont Amee de selfie die ze maakte op Koningsdag toen het nog gezellig was. Lachend, met twee vrienden, poseert ze ’s ochtends voor het reuzenrad op de Grote Markt in Haarlem. Ze heeft nog in de Magic Mouse gezeten maar verder herinnert ze zich weinig, want even later werd Amee gewekt op de grond voor de Jumbo met een ambulancebroeder voor haar neus.
Hup, mee. Niet naar het ziekenhuis maar naar het politiebureau. Daar had ze de vorige nacht ook al doorgebracht wegens openbare dronkenschap. Ze is dakloos en had al een locatieverbod voor de nachtopvang en zowat alle winkels. Daar kwam toen een gebiedsverbod bij voor 48 uur voor het centrum wegens overtreding van artikel 184 Sr – opzettelijk niet voldoen aan een bevel. En omdat ze op Koningsdag alsnog in de binnenstad werd aangetroffen, is het verbod nu verlengd tot twaalf weken.
„Even zoeken hoor.” Rommelend in haar tas vol met knuffels – „één grote chaos” – trekt Amee de verfrommelde verblijfsontzegging eruit. Inclusief plattegrond van het centrum met daaromheen een vette rode lijn, bijna exact volgens de begrenzing van de vroegere stadsmuren. Officieel verbannen uit Haarlem.
Ze had bij het verhoor nog tegengestribbeld. Waarom was je in de stad? „Koningsdag.” Wist je dat je een stadsverbod had? „Koningsdag.” Wil je een verklaring afleggen? „Koningsdag.” Dé dag van het jaar vieren in een buitenwijk: no way.
„Ik heb echt lang nagedacht om je iets positiefs te kunnen vertellen”, zegt Amee, starend vanaf een trapje op de kade naar de overkant van de Leidsevaart. Want bij de laatste ontmoeting twee maanden geleden hadden we zo afscheid genomen – „volgende keer góéd nieuws hè?”
Amee heb ik leren kennen toen zij als dakloze in een tent in Den Haag verbleef. Ik volgde haar naar Haarlem, op de vlucht voor haar ex. Daar ging het beter, maar de laatste keer was ze uit de nachtopvang gezet. Geen ramp, want de sfeer daar is sowieso grimmig, maar toen sliep ze met haar nieuwe vriend Maus dus weer in een tent in de bosjes. En eigenlijk waren ze, ook vanwege hun verslaving, radeloos. Geen huis zonder hulp, geen hulp zonder huis.
Of ze nog steeds slapen in die tent? „Tent? O ja, die tent.” Voor Amee alweer lang geleden. „Heeft iemand gesloopt.” En daarna begon het gedoe, want met Maus is ze in een bootje gaan slapen, en toen de politie hen daar aantrof namen ze hem mee omdat hij nog een maandje voor iets anders moest zitten. Alleen, als vrouw buiten slapen zonder vent, dat is echt geen pretje want mensen proberen je te drogeren en dus ga je, uit angst, en ook om het warm te krijgen, nóg meer drinken. En ja…
„De eerste drie nachten heb ik hier gelegen.” Amee toont een foto van een kast in de fietsenstalling van het station. Slapen op een kussentje meegepikt van het terras, onder een stapel Vomar-folders voor warmte en een jas over het hoofd „zodat het kon lijken alsof ik een man was”.
Daarna kon ze dankzij haar casemanager – „Laura, een lieve schat” – terecht op een kamer voor beschermd wonen in de Transvaalwijk. En wellicht – toch goed nieuws – voor langere tijd, omdat er door een overlijden een kamer vrij is. Maar zonder haar Maus. En het is de vraag „hoelang het duurt voordat ik het verkloot”. Glimlach: „Ben ik nogal goed in.”
Freek Schravesande doet elke donderdag ergens vanuit Nederland verslag