Als het Rietveldpaviljoen potdicht zit, begint de intense en confronterende performance van Dries Verhoeven en Rieke Vos. The Fortress is iets totaal anders dan we gewend zijn van de Nederlandse tentoonstelling op de Biënnale.
is kunstredacteur van de Volkskrant.
Het klinkt stom: is er voor het eerst een performance in het Nederlandse paviljoen op de Biënnale van Venetië, hoop ik zo gauw die begint dat die snel weer ophoudt. Maar precies zo is het bedoeld. Wat kunstenaar Dries Verhoeven en curator Rieke Vos de bezoeker aandoen is radicaal onaardig.
Ze traden niet in detail in de interviews voorafgaand aan de tentoonstelling, maar een paar ingrediënten waren bekend. Het vertrouwde Rietveldpaviljoen in de Giardini is uitgerust met steunberen en rolluiken. Er mogen maximaal honderd mensen naar binnen, dan sluit het paviljoen zich langzaam en staat er iets te gebeuren. Telefoons uit, aandacht erbij.
Musea zijn volgens Verhoeven, die een achtergrond heeft in theater, ‘goedaardige vluchtheuvels’ geworden. Bij de Biënnale had hij ook zijn bedenkingen. Op een informatieavond vooraf vertelde hij dat hier ‘de wereldproblematiek op beschaafde wijze wordt opgediend’.
Het moest dus onveilig en onbeschaafd worden. Nu heeft de beeldendekunstwereld best iets op met het onbeschaafde. Dat liet de satirische film The Square (2017) meesterlijk zien met de beroemde scène waarin een man een kunstdiner verstoort met een intimiderende gorilla-performance. Het publiek smult ervan – tot op zekere hoogte, want er zijn grenzen.
Die grenzen oprekken, dat probeert het kunstwerk The Fortress ook te doen. Als het paviljoen potdicht zit, blijkt een van ons kwaad. Eigenlijk woedend, woest, bezeten. Met een horrorachtige gromstem roept zij van alles. Het is niet altijd te volgen. Repetitieve keelklanken worden woorden en korte zinnen.
Die zinnen zijn niet per se onaangenaam. Enkele doen denken aan reclameleuzen of affirmaties uit zelfhulpboeken: ‘Smile!’, ‘Love yourself!’ en ‘You are great!’ Maar in deze vorm, gebruld door een schijnbaar geflipte Biënnalebezoeker, is het vooral vervreemdend, verontrustend en naar.
Dat komt door de manier waarop ze haar stem gebruikt, ze grunt en growlt, het soort schreeuwend zingen dat in deathmetal wordt gedaan. Haar lichaam wordt een instrument, het hele paviljoen een klankkast. Het lawaai is ontzagwekkend, de performer gedraagt zich steeds vreemder. Schreeuwt ze tegen ons, tegen zichzelf, tegen het gebouw? Waar gaat dit over?
Zo flink door elkaar te worden geschud in een performance, of ‘artistieke interventie’ zoals de makers het zelf noemen, is iets totaal anders dan we gewend zijn van de Nederlandse tentoonstelling op de Biënnale. Geen sculpturen, geen videokunst, geen schilderijen. Het paviljoen is nagenoeg leeg: er staan wat houten krukjes en er liggen oude Biënnale-catalogi die onbruikbaar zijn gemaakt, want in epoxy gegoten.
Verhoeven heeft er zijn handelsmerk van gemaakt om het publiek zich ongemakkelijk te laten voelen. Vaak is dat ongemak gekoppeld aan een impliciete morele boodschap. Over kapitalisme bijvoorbeeld, of over xenofobie of laagbetaalde arbeid. The Fortress is vergeleken bij zijn eerdere werk tamelijk ongrijpbaar en rauw.
In interviews vertelden Verhoeven en Vos dat de performance is bedacht in reactie op de geschiedenis van het Rietveldpaviljoen, de toestand in het huidige Europa, en ook ‘de instandhouding van een nostalgisch wereldbeeld’. Daar heb ik in het donker niet aan gedacht. Voor mij ging deze intense en confronterende performance over de kracht en ook de onmacht van kunst. En legt het daarmee de vinger op de zere plek: de Biënnale met al haar pretenties.
De meeste bezoekers zullen The Fortress zonder uitleg ervaren, want een toelichtingstekst vooraf is er niet. Dat is gewaagd (wie durft zich te committeren aan 25 minuten opsluiting met kunst zonder info vooraf?), maar ook toepasselijk: verrassing maakt het werk sterker.
Op ten minste één andere plek in de Biënnale wordt ook gespeeld met het onbeschaafde. Wie het Oostenrijkse paviljoen bezoekt, krijgt de uitleg dat daar twee mobiele toiletten mogen worden gebruikt om in te plassen. Die plas komt naar verluidt vervolgens terecht in een groot waterbassin tussen de toiletten, waar urenlang een blote vrouw in zit. ‘I live in your piss’, staat voor de duidelijkheid op de drempel van het paviljoen.
Wat blijkt: kunstpubliek maakt zich maar al te graag medeplichtig, die Oostenrijkse wc’s zijn telkens in gebruik. Op het oog prima nette mensen blijken het een topidee te vinden om (indirect) op iemand te plassen. Schokkend om te zien. Kennelijk moeten ze echt nodig, of hebben ze fetisjistische neigingen.
Een andere verklaring: al die Biënnalekunst maakt mensen murw, waardoor ze niet doorhebben hoe ze worden bespeeld, immuun zijn geworden voor confronterende kunst. Dus als er na afloop van de performance in het Nederlandse paviljoen enthousiast wordt geapplaudisseerd, twijfel ik: is de missie nu geslaagd of juist niet? ‘We want more’ is hier niet de bedoeling.
De Biënnale van Venetië is een tweejaarlijkse megatentoonstelling. De eerste editie was in 1895. Naast de landententoonstellingen is er elke editie een grote thematische tentoonstelling. Dit keer is die samengesteld door de Kameroens-Zwitserse curator Koyo Kouoh (1967-2025). De biënnale van 2024 ontving zo’n 700.000 bezoekers.
Beeldende kunst
★★★★☆
Nederlands Paviljoen, Giardini, Biënnale van Venetië, 9/5 t/m 22/11
De performance vindt vanaf 12.00 elk heel uur plaats en duurt ongeveer 25 minuten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant