Privacy is een groot goed in een democratische rechtsstaat. Maar we moeten onszelf wel de eerlijke vraag durven stellen of de balans inmiddels niet te ver is doorgeslagen wanneer het gaat om ernstige kindveiligheidszaken.
De afgelopen weken is Stadskanaal het middelpunt geworden van nationale verontwaardiging. De informatie die openbaar is geworden over de ernstige mishandeling van twee kinderen in onze gemeente heeft diepe sporen nagelaten. In de eerste plaats bij de kinderen zelf – en dat mag nooit uit beeld raken – maar ook bij inwoners, professionals, bestuurders en iedereen die hiervan kennis heeft genomen.
Toen ik kennisnam van de eerste informatie, liepen de rillingen mij over de rug. Nog steeds. Wat volgens de openbare rechterlijke stukken met deze kinderen zou zijn gebeurd, tart ieder menselijk begrip. Dat gebeurt niet in een film. Dat gebeurt niet in een ver land. Dat gebeurde midden in onze samenleving. In een gewone woonwijk. In een Nederlandse gemeente.
Over de auteur
Klaas Sloots is burgemeester van Stadskanaal.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Laat ik helder zijn: het strafrechtelijk onderzoek en het onderzoek van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd moeten onafhankelijk en zorgvuldig verlopen. De feiten moeten volledig boven tafel komen. Dat zijn wij aan de betrokken kinderen verschuldigd. Ook past terughoudendheid richting individuele professionals en organisaties zolang onderzoeken lopen.
Maar tegelijkertijd mogen we onszelf niet wijsmaken dat dit slechts een incident is dat losstaat van bredere ontwikkelingen in ons jeugdstelsel. Want de pijnlijke waarheid is dat Nederland deze discussie al jarenlang voert.
Na de mishandelingszaak van een pleegmeisje in Vlaardingen klonk breed de belofte: dit nooit weer. Daarvoor waren er andere zaken. Steeds opnieuw zien we dezelfde patronen terugkomen: ernstige signalen, meerdere betrokken instanties, zorgen die bekend zijn, dossiers die groeien – en toch kinderen die uiteindelijk onvoldoende beschermd blijken. Daarna volgen onderzoeken, inspectierapporten, debatten en verbeteragenda’s. En vervolgens gaan we vaak weer verder alsof het vooral uitzonderingen betrof.
Dat moeten we onszelf niet langer vertellen.
De commissie-Van Ark beschreef onlangs opnieuw een jeugdstelsel dat vastloopt in complexiteit, versnippering en een gebrek aan samenwerking. Professionals ervaren een hoge werkdruk. Organisaties opereren naast elkaar. Verantwoordelijkheden zijn diffuus geworden. Regie ontbreekt te vaak. En ondertussen neemt de samenleving wel aan dat ‘de overheid’ zicht heeft op de veiligheid van kinderen. Maar de werkelijkheid is dat die overheid steeds minder als één overheid functioneert. Juist dat is misschien wel de ongemakkelijkste conclusie van allemaal.
Wanneer meerdere instanties betrokken zijn bij een gezin, verwacht de samenleving dat signalen samenkomen, dat overzicht ontstaat en dat iemand verantwoordelijkheid neemt voor het totaalbeeld. Maar te vaak werkt het systeem nog vanuit afzonderlijke kokers. Een school ziet signalen. Een huisarts ziet letsel. Hulpverlening ziet onveiligheid. De politie ontvangt meldingen. Gemeenten hebben een regierol. Gecertificeerde instellingen voeren maatregelen uit.
Maar niemand beschikt vanzelfsprekend over het volledige beeld, laat staan over voldoende doorzettingsmacht. Een kind leeft echter niet in losse systemen, organisaties of privacyprotocollen. Een kind heeft één werkelijkheid.
En precies daar schuurt het huidige stelsel steeds harder. We hebben in Nederland – vanuit begrijpelijke en vaak goede bedoelingen – een systeem gebouwd waarin procedurele zorgvuldigheid, verantwoordelijkheidsafbakening en privacybescherming een steeds grotere plaats hebben gekregen. Privacy is een groot goed in een democratische rechtsstaat. Dat moet zo blijven. Maar we moeten onszelf wel de eerlijke vraag durven stellen of de balans inmiddels niet te ver is doorgeslagen wanneer het gaat om ernstige kindveiligheidszaken.
Want wat betekent privacy nog als instanties cruciale informatie onvoldoende delen terwijl een kind structureel onveilig blijkt? Wat betekent systeemzorgvuldigheid wanneer niemand daadwerkelijk regie voert? En wat betekent bestuurlijke verantwoordelijkheid wanneer iedere organisatie uiteindelijk slechts verantwoordelijk blijkt voor een deel van het geheel?
Ik zeg nadrukkelijk niet dat privacy de oorzaak is van kindermishandeling. Dat zou veel te simpel zijn. De verantwoordelijkheid voor geweld ligt altijd bij daders. Maar ik stel wel vast dat een versnipperd systeem, handelingsverlegenheid, institutionele terughoudendheid en onduidelijkheid over verantwoordelijkheden ertoe kunnen leiden dat signalen onvoldoende samenkomen en onvoldoende krachtig wordt ingegrepen.
Onze gemeenteraad heeft die urgentie ook onderkend en in een motie de minister opgeroepen maatregelen te nemen om de problemen in de jeugdzorg aan te pakken. Dat is een maatschappelijke en bestuurlijke realiteit die we onder ogen moeten zien.
Ook in Den Haag groeit inmiddels het besef dat het huidige jeugdstelsel op fundamentele punten vastloopt. Minister Mirjam Sterk sprak onlangs in het vragenuur nadrukkelijk over de noodzaak om het systeem van jeugdbescherming opnieuw tegen het licht te houden.
Dat besef is belangrijk. Maar de vraag is nu of we bereid zijn verder te gaan dan nieuwe verbeteragenda’s, tijdelijke maatregelen en aanvullende protocollen. Want zolang verantwoordelijkheden versnipperd blijven, de regie diffuus is en cruciale informatie onvoldoende samenkomt, blijft het risico bestaan dat kinderen tussen systemen verdwijnen.
Juist daarom moeten we deze tragedie niet alleen zien als een strafzaak of een lokaal incident, maar ook als een indringende waarschuwing over hoe kwetsbaar onze jeugdbescherming is geworden. Daarom moeten we wat mij betreft durven nadenken over fundamentele veranderingen.
Misschien moeten we serieus onderzoeken of Nederland toe moet naar een integraal kindveiligheidsdossier voor ernstige risicocasuïstiek: één systeem waarin betrokken instanties onder strikte wettelijke waarborgen verplicht samenwerken, informatie delen en werken onder duidelijke publieke regie. Niet om privacy af te schaffen. Niet om willekeurig gegevens te delen. Maar omdat kinderen die ernstig onveilig zijn recht hebben op een overheid die als één overheid handelt.
Want dat is uiteindelijk waar het om gaat.
Kinderen mogen nooit afhankelijk worden van toevalligheden tussen instanties, organisatiegrenzen of bevoegdheidsdiscussies. Misschien vraagt dit ook om een overheid die weer duidelijker verantwoordelijkheid durft te nemen. Minder vrijblijvendheid. Minder bestuurlijke drukte. Meer doorzettingsmacht wanneer de veiligheid van kinderen in het geding is. Dat zijn ingewikkelde discussies. Maar het zijn discussies die we niet langer vooruit kunnen schuiven.
Als burgemeester van Stadskanaal voel ik niet alleen verdriet en afschuw over wat deze kinderen is aangedaan. Ik voel ook de verantwoordelijkheid om eerlijk te benoemen dat de samenleving méér verwacht van haar overheid dan bestuurlijke verklaringen achteraf. Mensen verwachten bescherming. Regie. Handelen. En terecht.
Vorig jaar luidde tijdens de Week tegen Kindermishandeling de slogan: ‘Laat me niet los.’ Sinds de gebeurtenissen in Stadskanaal hebben die woorden een bijna ondraaglijke lading gekregen. Want uiteindelijk is dat de vraag die deze zaak ons stelt. Niet alleen hoe dit heeft kunnen gebeuren. Maar ook of wij als samenleving bereid zijn werkelijk te veranderen wanneer kinderen ons het hardst nodig hebben.
Nederland is goed geworden in geschokt reageren op tragedies. Nu moeten we beter worden in structureel leren. Want kinderen mogen nooit opnieuw worden losgelaten.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant