Home

Rechtszaak van start tegen man uit Ede die wordt verdacht van betrokkenheid bij Rwandese genocide

Een 66-jarige Rwandese Nederlander staat in Den Haag terecht voor betrokkenheid bij de ‘massaslachting’ van drieduizend Tutsi’s in Rwanda in 1994. Hij ontkent alles. ‘Sterker nog: hij heeft alles wat in zijn macht lag gedaan om de genocide te voorkomen.’

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘Inmiddels weten we wat er destijds in dat stadion is gebeurd’, zegt de rechtbankvoorzitter woensdag, nadat de verdachte bijna drie uur is bevraagd. ‘Daar was een massaslachting.’

De verdachte, de 66-jarige Eugène N., knikt. Maar hij heeft daar niets mee te maken, benadrukt hij keer op keer via zijn tolk. ‘Ik ben zelf veel familieleden kwijtgeraakt door die gruwelijke gebeurtenissen.’

Eugène N. staat deze en volgende week terecht in de rechtbank in Den Haag, op verdenking van betrokkenheid bij de genocide die plaatsvond in Rwanda van april tot juli 1994. De twee aanklagers verwijten hem dat hij als medepleger onder meer was betrokken bij de ‘massaslachting’ van ongeveer drieduizend Tutsi’s in het voetbalstadion van Mbazi op 25 april 1994.

De slachtoffers werden uit hun huizen verdreven en in het stadion verzameld. Vervolgens werden ze massaal vermoord met machetes, kogels en handgranaten.

Eugène N. was destijds bestuurder (‘responsable’) van een deel van de gemeente Mbazi in het Huye-district in het zuiden van Rwanda. Volgens getuigen heeft hij zelf in het stadion gemoord en anderen aangezet tot het plegen van genocide op Tutsi’s.

De verdachte, die in Rwanda stond geregistreerd als Hutu, gaf volgens getuigen ook leiding aan de lokale tak van de Hutu Power-beweging, de extremistische, radicale vleugel van de regeringspartij MDR, die een leidende rol speelde in het aansturen van de massamoorden op Tutsi’s en gematigde Hutu’s.

In 2003 werd de beweging door het Rwandese parlement ontbonden en verboden. N. ontkent dat hij daaraan leiding gaf en bijeenkomsten daarvan organiseerde of bijwoonde.

Vlucht naar Nederland

In 1998 vluchtte hij naar Nederland en kreeg hij in Ede een huis toegewezen. De Rwandese overheid, die in een reeks processen verdachten van de genocide berecht, heeft in 2014 om zijn uitlevering gevraagd. Omdat N. dat jaar al de Nederlandse nationalteit had, kon niet aan dat verzoek worden voldaan, want tussen Rwanda en Nederland bestaat geen uitleveringsverdrag.

Wel kreeg het Nederlands politieteam Internationale Misdrijven (TIM) in 2020 de opdracht N.’s zaak te onderzoeken. Rechercheurs van dat team zijn veelvuldig naar Rwanda gereisd, waar ze lokaal onderzoek deden en tientallen getuigen hebben gehoord. Dat onderzoek leidde op 14 februari 2024 tot de arrestatie van N. Sindsien zit hij vast in de gevangenis in Vught.

De Rwandese genocide wordt gerekend tot de ernstigste misdrijven tegen de menselijkheid sinds de Tweede Wereldoorlog. De volkerenmoord begon op 6 april 1994, toen het vliegtuig werd neergeschoten met aan boord de Rwandese president en zijn ambtgenoot uit Burundi. Beide presidenten kwamen om het leven.

De aanslag had een burgeroorlog in Rwanda tot gevolg, met extreem etnisch geweld tussen Hutu’s, Tutsi’s en Twa. Dat mondde uit in de genocide van naar schatting tussen 600 duizend en 1 miljoen mensen, aangemoedigd door de Rwandese autoriteiten. De genocide werd half juli 1994 gestopt door het Tutsi-rebellenleger onder leiding van Paul Kagame, de huidige president van Rwanda.

Acht zittingsdagen

Omdat Rwanda Eugène N. niet kan berechten, heeft het Nederlands Openbaar Ministerie besloten hem zelf te vervolgen. Na elf voorbereidende zittingen begon woensdag de inhoudelijke behandeling van deze genocidezaak, waarvoor acht zittingsdagen zijn uitgetrokken. Negen slachtoffers zullen hun verklaringen uitspreken, die via een videoverbinding met Rwanda zijn opgenomen. Een livestream van de zaak wordt simultaan in het Kinyarwanda en Engels vertaald.

N.’s advocaten stelden woensdag dat slachtoffers van de genocide ‘nog elke dag leven met de afschuwelijke consequenties hiervan’, maar dat hun cliënt daaraan geen bijdrage heeft geleverd. Hij ontkent alles. ‘Sterker nog: hij heeft alles wat in zijn macht lag gedaan om de genocide in zijn woonplaats Gatobotobo te voorkomen. Helaas is dit niet gelukt.’

Zij benadrukken dat de verdachte na zijn arrestatie in een zware depressie raakte, ’s nachts trauma’s aan de genocide herbeleeft en daardoor ‘enige tijd suïcidaal was’, met het verzoek aan de rechtbank om daar rekening mee te houden.

Tijdens de zitting antwoordt N. op vragen van de rechters dat de genocide via een haatcampagne op de radio en andere media werd geïnitieerd door de overheid. Tutsi’s moesten ‘worden afgemaakt’. De regering gaf de opdracht tot de stelselmatige uitroeiing door via prefecten aan burgemeesters, responsables en andere lokale bestuurders.

Maar zelf, zegt Eugène N., deed hij daar niet aan mee. Op de herhaalde vraag van de rechters hoe hij zo’n bevel zonder consequenties kon weigeren, komt woensdag geen antwoord. Uiteindelijk zegt de verdachte: ‘Ik begrijp de vraag niet.’

In Nederland zijn al kleinere rechtszaken over de Rwandese genocide geweest. Twee daarvan lopen nog, waaronder de zaak tegen Eugène N. Komende maandag zal een anderhalf uur durende film met opnames van slachtofferverklaringen in de rechtszaal worden getoond. Dinsdag maken de aanklagers in hun requisitoir de strafeis bekend. De uitspraak van de rechters staat gepland op 28 augustus.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next