Het aantal mensen dat financieel zwaar in de knel kan komen door de hoge brandstof- en energieprijzen is relatief klein. Het gaat om mensen met een laag inkomen die veel gas verbruiken. De effecten voor de doorsnee huishoudens zijn beperkt.
Het gaat om bijna een kwart van de huishoudens met een laag inkomen. Dat komt neer op ongeveer een half miljoen mensen. Als de energie- en brandstofprijzen langere tijd hoog blijven, hebben zij 3 tot 6 procent minder te besteden.
Het Centraal Planbureau (CPB) heeft de inkomenseffecten van de hogere prijzen door de Iranoorlog in kaart gebracht. Richting de winter kunnen, naast de hoge brandstofprijzen, ook de stijgende gasprijzen "steeds meer gaan doorwegen", schrijven de onderzoekers.
Voor de analyse heeft het CPB naar twee scenario's gekeken. Als de prijzen zich ontwikkelen zoals de markt verwacht, is het doorsnee effect op inkomens beperkt. Voor 2026 en 2027 gaat het om minder dan 1 procent. Als de prijzen langere tijd hoog blijven, loopt dat op tot 1 procent in 2026 en 2 procent in 2027.
Maar achter deze beperkte effecten gaan grote verschillen schuil. Voor alle inkomensgroepen zijn uitschieters te zien, maar die zijn vooral fors voor de lage inkomens. Zij kunnen zoals gezegd tot 6 procent van hun besteedbaar inkomen verliezen. Dat gaat met name om mensen die in een grote verouderde koopwoning met een hoog gasverbruik wonen.
Het effect van de hogere brandstofprijzen is minder groot voor deze inkomensgroep, doordat mensen met een laag inkomen minder vaak een auto hebben dan mensen met een hoger inkomen. Ook rijden zij doorgaans minder kilometers. Maar voor de kleine groep mensen met een laag inkomen die veel rijdt is het effect wel fors.
Mensen met een modaal tot hoger inkomen hebben vaker een auto, maar het inkomenseffect van de hogere brandstofprijs is voor hen beperkt. Zij houden meer geld over na het tanken, doordat ze een ruimer budget hebben.
Het gasverbruik tussen de verschillende inkomensgroepen verschilt niet veel. Mensen met een hoger inkomen wonen vaak in grotere huizen, maar die zijn over het algemeen beter geïsoleerd en verduurzaamd.
Voor generieke steun, zoals een accijnsverlaging aan de pomp of een energieprijsplafond, ziet het CPB tot nu toe "geen aanleiding". De effecten op inkomens van mensen zijn namelijk niet vergelijkbaar met de energiecrisis van 2022. Het koopkrachtverlies was destijds veel forser.
Als het kabinet deze zomer met aanvullende steunmaatregelen wil komen, is het volgens het CPB het beste om gericht de lage inkomens te helpen. Energiesteun is daarnaast verstandiger dan brandstofsteun.
Het CPB pleit ook voor verdere verduurzaming van het wagenpark en woningen. Elektrische auto's en warmtepompen maken huishoudens minder kwetsbaar, maar op dit moment zijn die alleen toegankelijk voor mensen met een hoger inkomen.
Het kabinet zal op Prinsjesdag bekendmaken of er extra steunmaatregelen komen. Zoals elk jaar wordt daarvoor gekeken naar de koopkracht. Dat is niet hetzelfde als het inkomenseffect waar het CPB nu onderzoek naar heeft gedaan. Gedragsveranderingen, andere prijsveranderingen (bijvoorbeeld van boodschappen) en andere effecten op het besteedbaar inkomen van mensen zijn niet meegenomen in de analyse die het planbureau donderdag publiceerde.
Source: Nu.nl economisch