Het Openbaar Ministerie (OM) heeft te weinig capaciteit om internetcriminaliteit aan te pakken, schrijft het in zijn jaarverslag. De meeste onderzoeken vorig jaar gingen over de handel in en productie van harddrugs.
is onderzoeksjournalist van de Volkskrant.
Bijna 2,6 miljoen Nederlanders hebben aangegeven vorig jaar slachtoffer te zijn geweest van internetcriminaliteit. Dat vertaalt zich niet in het aantal aangiftes voor dit misdrijf, dat daalt juist. Dat komt doordat slachtoffers minder snel aangifte doen, en deels door een andere manier van registreren door de politie en het OM. Toch brengt deze discrepantie het vertrouwen in de rechtsstaat in gevaar, waarschuwt het OM.
Het risico is dat Nederlanders het idee krijgen dat digitale criminaliteit niet zo hard wordt aangepakt als misdrijven in de fysieke wereld. Dat schrijft het OM in het jaarverslag over 2025, dat deze week naar de Tweede Kamer werd gestuurd. Volgens het OM is het moeilijk om cybercriminaliteit aan te pakken, bijvoorbeeld doordat het vaak specifieke kennis vereist. Tegelijkertijd maakt deze vorm van criminaliteit snel veel slachtoffers.
De meeste onderzoeken van zowel het landelijk parket als de regionale arrondissementsparketten gaan over de handel in of productie van harddrugs. Regionale afdelingen van het OM startten vorig jaar 505 zaken die draaiden om de handel in cocaïne en heroïne. Dat is bijna twee keer zoveel vergeleken met vier jaar geleden. Landelijk begon het OM ook meer zaken rond kinderporno.
De meeste veroordelingen waren vanwege drugscriminaliteit. Vorig jaar kregen 568 mensen een celstraf vanwege handel in cocaïne of heroïne.
Het OM ‘verdiende’ intussen vorig jaar 443 miljoen euro aan de verkoop van in beslag genomen goederen van criminelen via het zogenoemde afpakbeleid, 30 miljoen meer dan in 2024. Dat geld vloeit terug naar de schatkist.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant