Home

Nederlandse bedrijven in ‘deep tech’ vaak prooi voor Amerikaanse investeerders

Voor Nederlandse techbedrijven is de komst van Amerikaanse investeerders vaak een noodzakelijke stap naar schaalvergroting. Staatsinvesteringsmaatschappij Invest-NL pleit voor een publiek aandeel, van de Nederlandse staat of pensioenfondsen, om de bedrijven en hun kennis te behouden voor Nederland.

is economieredacteur. Hij schrijft over het grote geld en corruptie.

Ze liep tegen nogal wat misvattingen aan, zegt Liz Duijves, die voor de Nederlandse staatsinvesteringsmaatschappij Invest-NL de rol van Amerikaans kapitaal voor Nederlandse deep tech-ondernemingen onderzocht. ‘Veel van de doemscenario’s, zoals technologie die naar de VS zou verdwijnen, zag ik niet terug in de feiten. Mijn eigen vooroordelen werden continu ontkracht. Nederland heeft veel te bieden. ‘

In het rapport The Transatlantic Bridge, dat donderdag verschijnt, trekt ze conclusies die minder somber stemmen dan het heersende beeld over innovatie en ondernemerschap in Nederland. Zeker op het gebied van ‘diepe technologie’, een sector die drijft op wetenschappelijke doorbraken of complexe machinerie die veel tijd en kapitaal vergen, loopt Nederland in de voorhoede mee, bijvoorbeeld met quantumcomputers (QuantWare), halfgeleiders (Innatera), AI (Cusp AI) en medische technologie (Vitestro).

Dat hebben ook Amerikaanse investeerders steeds meer door. De afgelopen jaren is het aandeel van Amerikaanse participaties in Nederlandse deep tech flink gestegen. Niet in de echte start-upfase, die laten ze aan lokale investeerders over, maar een paar jaar later, als die ondernemingen willen doorgroeien. In deze zogeheten breakout-investeringsrondes, waarin bedrijven tussen 50 en 100 miljoen euro ophalen, is het aandeel van deals waarbij Amerikaanse investeerders betrokken zijn verdrievoudigd naar 40 procent. Als ook nog grotere deals worden meegenomen, is dat aandeel 56 procent.

Veel waar voor geld

De Amerikanen zien drie grote Nederlandse sterktes, hoorde Duijves in interviews. Het niveau van onderzoek en ontwikkeling (R&D) is hoog en ingebed in een ecosysteem van grote bedrijven en universiteiten, de arbeidskrachten zijn relatief goedkoop en lopen niet zo snel weg als in Silicon Valley en de waarderingen van de start-ups zijn laag. Een investeerder krijgt dus veel meer waar voor zijn geld dan in de VS.

Maar waarom zouden Nederlanders hun dieptechnologische ziel willen verkopen aan Amerikaanse investeerders? Dat gaat om meer dan geld alleen. Amerikaanse investeerders bieden ook expertise, een commercieel netwerk, de capaciteit om verder te groeien en, niet onbelangrijk, een soort prestigekeurmerk.

Daarnaast opent hun betrokkenheid een pad naar Amerikaanse expansie, met een enorme markt, hogere opbrengsten (zeker in de medische technologie, met dank aan de dure Amerikaanse gezondheidszorg), klanten die iets meer risico durven nemen met onbewezen producten en een mogelijke exit, een beursgang of de verkoop van het bedrijf.

Complementair

‘Toch hoeft dat niet ten koste te gaan van de Nederlandse- en Europese autonomie’, zegt Duijves. ‘Dit is daaraan complementair. Sterke Nederlandse techbedrijven, ook als die deels gefinancierd zijn met Amerikaans geld, dragen juist bij aan die autonomie.’

Dat ze het niet zo somber inziet als bijvoorbeeld de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen (NVP), die onlangs nog waarschuwde dat Nederlandse ondernemingen voor hun groeispurt veel te afhankelijk worden van niet-Europese investeerders, komt onder meer door de cijfers. Slechts 3,1 procent van de Nederlandse start-ups vertrekt naar het buitenland. Het merendeel kiest ervoor om zijn kernactiviteiten, waaronder R&D, in Nederland te houden – die Nederlandse goedkope basis is juist de reden waarom Amerikanen zo dol op deze bedrijven zijn.

‘De zorgen zijn heel begrijpelijk als je kijkt naar de geopolitieke spanningen’, zegt Duijves. ‘Maar op economisch niveau zie je dat er andere keuzes worden gemaakt.’

Dat neemt niet weg dat de toenemende Amerikaanse betrokkenheid wel degelijk risico’s met zich meebrengt. Ook zonder fysieke verhuizing krijgen Nederlandse ondernemingen na een Amerikaanse geldinjectie vaak een andere organisatie en (juridische) structuur. ‘Dat kan de strategische keuzevrijheid op de lange termijn beperken’, aldus het rapport.

Invest-NL pleit daarom voor ‘gebalanceerde syndicaten’ van investeerders, waarbij het Amerikaanse geld in evenwicht wordt gehouden met Europese fondsen en zelfs een overheidsbelang. ‘Het is belangrijk dat je invloed houdt bij belangrijke beslissingen, bijvoorbeeld waar een nieuwe fabriek wordt gebouwd.’

Staatsaandeel

De roep om een overheidsrol bij kritieke bedrijven klinkt de laatste tijd vaker: zo zou de staat ook een aandeel willen in het familiebedrijf Damen, dat de meeste marineschepen voor Nederland bouwt.

Over eventuele vijandige acties van de Amerikaanse regering gaat het in dit rapport niet. Onlangs besloot het ministerie van Economische Zaken, na een negatief advies van het Bureau Toetsing Investeringen, de overname van Solvinity, het bedrijf achter DigID, tegen te houden. Hoewel dat geen deep tech is maar simpele software, stelt een geïnterviewde in het rapport in zijn algemeenheid dat de onzekerheid over eventuele toekomstige interventies door de Nederlandse overheid kan leiden tot lagere waarderingen door investeerders.

Toch blijft de boodschap dat de Nederlandse deeptechsector het goed doet, en dat Amerikaanse connecties daarvoor belangrijk zijn. ‘Het enige wat ik wel hoor, is dat Nederlandse ondernemers soms te bescheiden zijn. Die stappen daar op investeerders af met hun Nederlandse verhaal. Je moet groter denken. In de Amerikaanse cultuur zijn commercial storytelling en ambition signalling essentieel. We mogen best laten zien hoe groot we willen worden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next