Home

Hoe gruwelijk was legende Alfred Hitchcock?

Al die horrorverhalen over thrillerregisseur Alfred Hitchcock, daar zit veel overdrijving bij, betoogt biograaf Tony Lee Moral in ‘A Century of Hitchcock’. En toch, veel van de gruwelanekdotes die hij in een onschuldiger licht zet, houden een naar luchtje.

is filmrecensent en schrijft een column over hedendaagse beeldcultuur.

Tijdens een gezellig bezoekje kreeg de 5-jarige Melanie Griffith eens een verrassing van regisseur Alfred Hitchcock. Een porseleinen pop, het witte gezichtje exact gemodelleerd naar dat van haar alleenstaande moeder, Tippi Hedren. In precies de groene jurk die Hedren had gedragen in The Birds. Ze lag in een houten kistje.

Alsof je je bloedeigen moeder opgebaard cadeau krijgt: een trauma voor het leven. Een sadist, noemde Griffith Hitchcock later. Haar dochter Dakota Johnson begon er in 2012 nog over, bij de release van de televisiefilm The Girl. ‘Zorgwekkend, duister en heel sneu voor dat kleine meisje.’

Dan sta je er niet fraai op, als master of suspense. Zou Hitchcock écht zo wreed zijn geweest? Wilde hij Griffith niet gewoon een bijzondere pop geven, naar het beeld van haar moeder? In haar memoires (Tippi: A Memoir, 2016) benadrukte Hedren zelf dat de doos gewoon een mooie verpakking was, níét een lijkkistje.

Een tiran, gluurder en controlfreak

Verkeerd geïnterpreteerde bedoelingen, anekdotes die in de loop van de tijd zijn aangedikt: het is met meer verhalen over Hitchcock gebeurd, toont Tony Lee Moral aan in zijn boek A Century of Hitchcock: The Man, the Myths, the Legacy. Volgens hem is daardoor sinds zijn dood het beeld ontstaan van de regisseur als sadistische controlfreak.

Een tiran die op de set zijn persoonlijke frustraties botvierde. Een gluurder, geobsedeerd door blonde actrices, kijk maar naar zijn films. Moral, die eerder al vier boeken schreef over de regisseur, greep de honderdste verjaardag van diens eerste film (The Pleasure Garden) aan om dat beeld te nuanceren.

Acteurs als ‘vee’

Dat Hitchcock een controlfreak was, klopt wel. Al vanaf het begin van zijn carrière bemoeide hij zich met elk detail in beeld, tot op de manier waarop Grace Kelly haar witte lange handschoenen uittrok in Rear Window (1954). Hij geloofde bovendien dat hij authentiekere reacties kreeg van zijn acteurs – ‘vee’ volgens hem – door ze psychologisch te manipuleren.

Zo sprak hij volgens een haarstylist in A Century of Hitchcock tijdens de opnamen van The Man Who Knew Too Much (1956) niet met Doris Day ‘omdat hij wilde dat ze de hele tijd bang was en huilde. Het bracht haar van slag, en dat wist hij.’ Een genie noemde Day hem later – veel acteurs zijn hem achteraf dankbaar.

Als een moderne Pygmalion wilde Hitchcock zijn actrices vormen, getuigen verschillende mensen in Morals boek. En dan vooral Tippi Hedren. Hij had haar ontdekt via een commercial en castte de onervaren actrice voor The Birds (1963), in de overtuiging een ster à la Grace Kelly van haar te kunnen maken.

Belaagd door meeuwen en kraaien

Meest memorabele scène én verhaal: het moment dat haar personage Melanie in een kelder wordt aangevallen door vogels. Pas op de ochtend van de opnamen kreeg Hedren te horen dat er geen mechanische, maar échte dieren zouden worden gebruikt.

Onervaren als ze was, leek dat Hedren geen probleem. Vijf dagen lang werden de meeuwen en kraaien naar haar hoofd geslingerd – het was een fysieke en emotionele uitputtingsslag en het ging door tot ze brak. Volgens een interne memo moest ze vervolgens drie dagen rust nemen, maar was ze nooit in fysiek gevaar geweest.

Het verhaal werd in de overlevering steeds verschrikkelijker. In het boek Spellbound by Beauty (2008) veranderde biograaf Donald Spoto de drie dagen bedrust in tien; een arts zou de filmmaatschappij hebben gevraagd ‘of ze Hedren dood wilden hebben’.

Bovendien gebruikte hij de scène in een groter narratief: met deze martelgang zou Hitchcock zijn actrice hebben willen straffen omdat ze eerder zijn avances had afgewezen. Hitchcock, schreef Spoto, was namelijk geobsedeerd door zijn leading lady. De Hedren-pop was daar volgens hem óók een bewijs van.

Wrokkige biograaf

Spoto en zijn populaire, op sensatie beluste biografieën, zo stelt Moral, speelden een bepalende rol in de vorming van Hitchcocks imago na zijn dood. Daar zat volgens hem een kwaadaardige opzet achter: hij omschrijft Spoto als een wrokkig mannetje, die in Hitchcock een soort vaderfiguur zag, maar zich bij daadwerkelijke ontmoetingen door hem afgewezen voelde.

Dát, in combinatie met de populariteit van biografieën die ‘iets onthullen’, leidde tot Spoto’s eerste Hitchcock-biografie The Dark Side of Genius (1983). Met Spellbound by Beauty deed hij er nog een schepje bovenop. Dat boek resulteerde in The Girl (2012), met Toby Jones als de legendarische regisseur en Sienna Miller als Hedren. Een film zó negatief en karikaturaal dat er online een forum voor oud-medewerkers van Hitchcock werd opgestart, savehitchcock.com, waarop zij met hún verhalen het beeld konden corrigeren.

Twijfelachtige bezwaren

Had Hitchcock een onschuldige crush op Hedren of speelde er meer? In haar memoires beschreef Hedren hoe Hitchcock zich agressief aan haar had opgedrongen en vervolgens had gedreigd haar carrière te verwoesten. Moral wil ‘Hedrens ervaringen niet devalueren’, maar komt wel precies met de mitsen en maren waarmee de geloofwaardigheid van slachtoffers doorgaans onderuit wordt gehaald: waarom heeft ze dit niet eerder verteld?

Is het verhaal gekleurd door anderen (de manipulatieve Spoto)? Heeft ze Hitchcocks intenties niet verkeerd begrepen? Waarom bleef ze achteraf vriendelijk over hem? Waarom herkennen andere mensen zich niet in het beeld dat ze schetst? Spelen aandacht en geld misschien een rol?

Wantrouwen blijft

Met A Century of Hitchcock heeft Moral natuurlijk óók een agenda. Hij is eropuit om Hitchcock complexer en sympathieker neer te zetten dan Spoto. Ondanks een overdonderend koor aan overwegend positieve sprekers lukt dat toch niet helemaal, juist omdat hij zo duidelijk maakt dat je biografen moet wantrouwen en dat herinneringen worden gekleurd door de mensen die ze vertellen en de periode waarin ze die vertellen.

Zelfs als lezer speel je een rol – nú voelt de manier waarop Hitchcock destijds zijn acteurs manipuleerde sowieso onprettig; de inzichten die de #MeToo-beweging de maatschappij heeft opgeleverd beïnvloeden hoe je Hedrens beschuldigingen beoordeelt. Morals interessantste punt: dit alles zit een onbetwistbare, historische reconstructie in de weg.

En er is natuurlijk nog een reden waarom het ene verhaal beter blijft hangen dan het andere, los van dit alles. Het smeuïgste verhaal wint bijna altijd. Een Hitchcock die een kleuter een pop van haar moeder in een doodskist geeft, is nu eenmaal veel aantrekkelijker om over te praten dan een regisseur die een goedbedoeld maar ongelukkig cadeau gaf.

Hitchcock was een grappenmaker, schrijft Moral. Maar een aantal van zijn voorbeelden laten zien dat ook over humor valt te twisten. Zo sloeg Hitchcock ooit een decormedewerker in de boeien en nam het sleuteltje mee. Thuis kwam de arme man erachter dat de regisseur hem óók stiekem een laxeermiddel had toegediend.

Ook niet echt geestig: hij gaf alle secretaresses een Hermès-tas met kerst. Behalve één, die hij niet mocht. Zij kreeg in plaats van zo’n dure tas een paar dozen tampons opgestuurd.

Tony Lee Moral: A Century of Hitchcock. The Man, the Myths, the Legacy. The University Press of Kentucky; 384 pagina’s; € 25,99.

Source: Volkskrant

Previous

Next