Tommy Wieringa is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
Voor de high-trust society die Nederland heet te zijn, is ons vertrouwen in politiek en maatschappij opvallend laag. We hebben nog maar weinig vertrouwen in politici, journalisten, nieuws en elkaar. En de trend is dalend.
Onlangs concludeerde het Commissariaat voor de Media dat de algoritmes van sociale media leiden tot slecht geïnformeerde gebruikers met een eenzijdig wereldbeeld. Algoritmen bevestigen en versterken slechts wat de gebruiker al vindt, wat radicalisering in de hand werkt, en ondermijnen zo democratie en samenleving. Deze conclusies zijn op andere plaatsen eerder, scherper en alarmerender getrokken, maar beter laat dan nooit.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Vrijwel gelijktijdig concludeerde het Centraal Bureau voor de Statistiek dat het vertrouwen in de politiek is gedaald naar 21,2 procent van de bevolking. En in de Tweede Kamer heeft nog maar 19 procent van de bevolking vertrouwen, volgens het Nationale Kiezersonderzoek (NKO), dat zesduizend mensen ondervroeg tijdens de verkiezingen vorig jaar.
Uit dit onderzoek, begin deze maand gepubliceerd, blijkt ook dat het vertrouwen in de politiek bij 6 procent van het electoraat zo laag is, dat die groep bereid is te accepteren dat de liberale democratie met geweld beëindigd wordt ten faveure van een autoritair regime. (En bereid is daar een handje bij te helpen, denk ik zomaar.)
Intussen verdampt ook het vertrouwen in het nieuws als zodanig. In 2018 had nog ruim 61 procent belangstelling voor en vertrouwen in het nieuws, nu is dat teruggelopen naar 45 procent. Het betreft zowel kranten, nieuwsplatforms als radio en televisie. Ook hier wordt het toenemend gebruik van sociale media aangewezen als hoofdoorzaak.
Over de hele maatschappelijke breedte erodeert kortom het vertrouwen. De minachtig voor feiten en werkelijkheid wordt algemeen. Digitale technologie en algoritmen hebben een woestenij geschapen, waarin de grond voor gemeenschappelijk denken en handelen is vernietigd.
De oorzaken zijn talrijk maar dat de grote informatiesystemen van deze wereld een kwalijke, ondermijnende rol spelen, is evident. Rusland, Amerika en China, geen van alle vrienden van de liberale democratie, hebben gezamenlijk zowat een informatiemonopolie. Er wordt zoveel nepnieuws en desinformatie rondgepompt dat niemand nog weet wat waar is en wat niet. Hun algoritmen zijn ingericht op laagwaardige informatie die appelleert aan de laagste instincten. Schematisch gesproken worden kinderbreinen geïnfecteerd door TikTok en die van hun ouders vergiftigd door X.
Verbind je de punten van bovengenoemde onderzoeken met elkaar, dan kom je uit op de destructie van het gemeenschappelijke. Dat dat geenszins overdreven is, blijkt uit de zorgelijke staat van het maatschappelijke middenveld, zijnde het geheel van vakbonden, actiegroepen, belangenorganisaties, culturele instellingen en NGO’s.
Vorig jaar stelde het College voor de Rechten van de Mens dat het maatschappelijk middenveld, cruciaal voor de staat van mensenrechten, burgerparticipatie en het agenderen van misstanden, in heel Europa onder druk staat. Hier komt dat onder meer tot uiting door het inperken van het demonstratierecht, het aanmerken van antifa als terroristisch en het stigmatiserende taalgebruik vanuit de politiek. Zo werd de naam van de ‘Wet transparantie maatschappelijke organisaties’ (Wtmo) veranderd in ‘Wet transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties’.
Zo klinkt de macht die niet tegengesproken wil worden.
Zowel van buitenaf als van binnenuit wordt zo het terrein van het gemeenschappelijke belaagd en vernield, om te komen tot geatomiseerde, eenvoudig te manipuleren individuen, voor elk doel inzetbaar. Gehoorzaamheid om te beginnen.
Source: Volkskrant