Begrotingsdiscussie Een veel kleinere begroting: met die missie gaat premier Rob Jetten naar Brussel. Daarmee staart het kabinet zich blind op het geld, waarschuwen critici uit de wetenschap en het onderwijs. Nieuwe fondsen waar Nederland van profiteert, dreigen als eerste te sneuvelen.
Premier Rob Jetten (D66) noemde de Europese conceptbegroting ‘veel te gortig’.
Oud-minister Robbert Dijkgraaf was deze week in Brussel voor een conferentie over wetenschap en ondernemen. Daar hoorde hij weer wat hij zo vaak in het buitenland hoort: complimenten voor de manier waarop Nederland zijn kenniseconomie heeft opgebouwd. Universiteiten werken goed samen. Bedrijven en overheid draaien volop mee. Subsidies uit Brussel worden succesvol binnengehengeld.
„Daar wil je in Europa meer van zien”, zegt Dijkgraaf, die na zijn tijd als minister van Onderwijs (voor D66) weer aan het werk is als universitair hoogleraar en binnenkort aantreedt als voorzitter van de International Science Council.
Hij was enthousiast toen hij vorig jaar zag dat de Europese Commissie onder Ursula von der Leyen het EU-geld radicaal anders wil verdelen. Niet boeren en arme regio’s voeren de boventoon in de nieuwe begroting, maar onderzoek, innovatie en concurrentiekracht.
Dat is ook wat de Italiaanse oud-premier en oud-ECB-baas Mario Draghi kort daarvoor had bepleit in een rapport waaraan Dijkgraaf had meegewerkt. „Nederland belichaamt die aanpak van Draghi. Dus als iemand van deze nieuwe agenda profiteert, is het Nederland.”
Het voorstel van Commissievoorzitter Von der Leyen is om de komende zeven jaar 2.000 miljard euro uit te geven.
Het is alleen de vraag hoeveel van die nieuwe agenda overeind blijft. Von der Leyens begrotingsvoorstel, bedoeld voor de jaren 2028-2034, ligt van alle kanten onder vuur. Een grote groep landen vreest geld mis te lopen door haar hervormingsplannen. Nederland ziet die hervormingen wél zitten, maar is fel gekant tegen de omvang van het nieuwe budget. „Veel te gortig”, aldus premier Rob Jetten eerder dit jaar.
Die opstelling heeft risico’s, waarschuwen kennisinstituten en wetenschappers. Door zo sterk te hameren op de kosten, dreigen de beoogde hervormingen van tafel te worden geveegd in de zoektocht naar een compromis. De waarschuwing komt aan de vooravond van een EU-top die in het teken staat van de begroting en waarvoor Jetten donderdag en vrijdag in Brussel is.
„De belangrijkste boodschap uit Nederland lijkt nu: minder geld naar Europa”, zegt Robbert Dijkgraaf. „Pas in de ondertitel staat: het moet beter worden uitgegeven.”
„Je kunt wel zeggen: kan Nederland zich dit veroorloven? Ik zou eerder vragen: kan Nederland het zich veroorloven om dit níet te doen?”, zegt Caspar van den Berg, voorzitter van Universiteiten van Nederland (UNL). „In China en de VS wordt nu op enorme schaal geïnvesteerd. Als we deze kans niet grijpen, ben je zeven jaar af.”
De beoogde budgetverhoging is fors. Voor de volle zeven jaar zint Von der Leyen op een bedrag van 2.000 miljard euro, tegen 1.200 miljard in de huidige begroting. Dat zou een stijging zijn van 1 procent van het bruto nationaal inkomen van de EU, de klassieke norm, naar 1,26 procent.
Volgens Nederland is zo’n verhoging buitensporig. Roulerend EU-voorzitter Cyprus maakte er vorige week met minimaal snoeiwerk een iets kleinere begroting van. Dat compromis werd hard afgeschoten door Den Haag. „Het is onbetaalbaar, niet in balans en kiest de verkeerde prioriteiten”, aldus minister van Financiën Eelco Heinen (VVD).
Volgens Brussel is de stijging noodzakelijk vanwege alle nieuwe prioriteiten die de EU op zich moet nemen, van defensie en migratie tot het versterken van Europa’s concurrentiekracht.
Von der Leyen wil deels snijden in de bestaande uitgaven, maar bij een te grote verschuiving kan ze de steun verliezen van landen die het meest van de oude fondsen profiteren.
UNL-voorzitter Van den Berg, ook voormalig VVD-senator en hoogleraar bestuurskunde, begrijpt de Nederlandse weerstand tegen de omvang van de begroting wel. „Maar zo’n onderhandelingsdynamiek maakt uit. Als jij uit alle macht hebt geprobeerd de tegenhanger te zijn en je als spelbreker opstelt, kun je nu al zeggen dat je daar later de prijs voor gaat betalen. Dan wordt jou straks minder gegund.”
Nu gaat twee derde van het EU-geld naar landbouwsubsidies en naar subsidies om arme regio’s te ontwikkelen. De Europese Commissie wil dat terugdringen tot 40 procent. Daarnaast moet er veel meer geld naar innovatie gaan. Het onderzoeksbudget wordt verdubbeld, als het aan Von der Leyen en de Commissie ligt, naar 175 miljard euro.
Al deze aanpassingen roepen veel verzet op bij landen als Polen, Spanje en Italië, die sterk profiteren van de huidige opzet. In het compromis van het Cypriotische onderhandelingsteam wordt 2 procent bezuinigd op Von der Leyens voorstel, geld dat voornamelijk wordt weggehaald bij de nieuwe prioriteiten.
De bezorgde wetenschappers en bestuurders vrezen dat dit een opmaat is voor de rest van de onderhandelingen, die zeker tot het eind van dit jaar zullen duren. In dat scenario worden de oude fondsen amper gemoderniseerd en gaan de besparingen, voor zover die er komen, ten koste van zaken die Nederland wél wil.
Nederlandse instellingen haalden de afgelopen jaren miljarden binnen aan onderzoekssubsidies, met name via de Europese programma’s Horizon en Erasmus+. Groei van deze fondsen is in het Nederlandse belang, zegt Van den Berg. „Als de ambitie wordt teruggeschroefd en die fondsen kleiner worden, gaat ons dat geld kosten. Het negatieve scenario is dat elke ambitie langzaam uit die begroting verdwijnt.”
Niet alleen universiteiten hebben veel baat bij dit soort fondsen, zegt Maurice Limmen, voorzitter van de Vereniging Hogescholen. „Wij vullen een vacuüm in kennisland, we werken veel samen met het regionale mkb, en Europese subsidies helpen daarbij.”
„Ik vrees dat er straks een heel erg lelijk compromis ligt”, zegt Dijkgraaf. „Dan gaan we gewoon de dingen doen die we altijd deden en krijgen we het slechtste van twee werelden. Minder Europa, of in elk geval niet meer. En dan ook nog het Europa van de vorige eeuw.”