Kernenergie De zoektocht naar een locatie voor de bouw van twee nieuwe kerncentrales komt in een eindfase. Niet langer worden Borssele of de Maasvlakte als optie gezien. Zeeuwse bestuurders zien mogelijkheden, in Groningen staan ze niet te trappelen: „Doe ons dit niet aan, hier speelt al genoeg.”
Skyline van de gasgestookte Magnum energiecentrale en de steenkool- en biomassagecentrale van RWE in Eemshaven.
De afvalrace voor de locatie van twee nieuwe kerncentrales is begonnen. Het kabinet zal naar verwachting vrijdag bekendmaken dat het de Rotterdamse Maasvlakte en Borssele links laat liggen. Daarmee moeten de nieuwe kerncentrales ofwel in de Groningse Eemshaven of in het Zeeuwse Terneuzen belanden, bevestigen bronnen aan NRC na berichtgeving in PZC.
Dat de Eemshaven, ondanks het Groningse aardbevingsverleden, in beeld blijft is opvallend. De regionale overheden hebben eerder gezegd absoluut geen bouw van twee kerncentrales te willen. Ook sprak een Kamermeerderheid zich vorig jaar uit tégen de bouw van een kerncentrale in de Eemshaven. Toenmalig minister Sophie Hermans (Klimaat en Groene Groei, VVD) zette Groningen naar eigen zeggen op de lijst om juridische risico’s in de toekomst af te dekken.
Maar uit onderzoek van Tennet, waar de Volkskrant donderdag over schrijft, zou blijken dat de Eemshaven vanuit het hoogspanningsnet bezien dé voorkeurslocatie is. Het zou de enige plek zijn waar de centrales technisch en zonder veel extra kosten ingepast kunnen worden.
Tennet wil pas als de kabinetsbrief vrijdag verschijnt ingaan op de onderzoeksconclusies. Een woordvoerder laat weten dat het onderzoek, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, enkel gaat over inpassing in het hoogspanningsnet. Bij de uiteindelijke keuze voor een locatie speelt meer mee, waaronder ook omgevingsvragen.
Het plan is om twee kerncentrales naast elkaar neer te zetten. Dat wil het kabinet graag om zo kostenefficiënt mogelijk te kunnen bouwen. De centrales hebben zeewater nodig voor de koeling, vandaar dat vanaf het begin af aan alleen locaties aan zee in beeld waren. Verder speelt bij de keuze mee hoe windparken op zee, ook grote stroomopwekkers, zich ontwikkelen. Een belangrijke beperkende factor is de capaciteit van het hoogspanningsnet waarmee de stroom naar andere delen van Nederland of het buitenland getransporteerd wordt.
Zowel in Zeeland als in de Eemshaven komt stroom die op zee is opgewekt aan land. In de Eemshaven is op dit moment meer ruimte op het stroomnet dan in Zeeland, bevestigen bronnen aan NRC. Dat betekent niet direct dat Terneuzen als locatie onmogelijk is, maar dan zou het hoogspanningsnet daar uitgebreid moeten worden.
Daar wringt het. Zeeland heeft een aantal eigen voorwaarden opgesteld. Daar valt onder dat de provincie absoluut geen extra hoogspanningsmasten of koeltorens wil.
In Groningen klinkt ergernis over de gang van zaken. „Doe ons dit niet aan, hier speelt al genoeg”, zegt wethouder Eltjo Dijkhuis (GemeenteBelangen) van de gemeente Het Hogeland. Hij is verbaasd over de ontwikkelingen en „functioneel” boos. Zijn provincie heeft afspraken met het Rijk over het aan land brengen van stroom van windparken op zee en de productie van waterstof, zegt hij. „Ook hier is de ruimte schaars en Groningen heeft een andere [energie]koers dan kernenergie.”
Daar tegenover staat dat Zeeuwse bestuurders in principe graag de nieuwe kerncentrales verwelkomen. „We zijn de provincie met de meeste kennis en veel draagvlak”, zegt gedeputeerde economie en energie Johan Aalberts (CDA). Toch is het ook in Zeeland geen uitgemaakte zaak.
Wethouder Laszlo van der Voorde (Pro) uit Terneuzen benadrukt dat móchten de kerncentrales daar terechtkomen en dus veel extra investeringen in het stroomnet nodig zijn, dat vooral logisch is als er ook vráág naar stroom is, bijvoorbeeld van industrie die verduurzaamt. „Een kerncentrale is al een gigantische opgave. We moeten ook bekijken wat in verhouding is met onze 55.000 inwoners.” Van der Voorde noemt het voor de gemeente en het Rijk „een groot dilemma”.
Dat de Maasvlakte als voorkeurslocatie wegvalt, mag geen verrassing zijn. Het Havenbedrijf Rotterdam liet eerder al merken kerncentrales niet te zien zitten. Ook bij Borssele was een tegenvaller al bekend: in 2024 bleek dat ruimtegebrek een mogelijk probleem zou worden. Toen onderzocht Tennet de optie voor twee nieuwe kerncentrales in de buurt van de huidige centrale. Maar de netbeheerder concludeerde dat één kerncentrale net zou passen, geen twee.
De uiteindelijke locatie wordt een ingewikkelde puzzel voor staatssecretaris Jo Annes de Bat (Klimaat en Groene Groei, CDA). Het kabinet heeft grote ambities met kernenergie. In 2050 moet maar liefst 7 GigaWatt aan kernenergie in het land staan. Dat betekent dat de bouw van twee nieuwe kerncentrales, die samen maximaal 3,2 GW vermogen zullen hebben, nog niet voldoende is. Ter vergelijking, de huidige kerncentrale in Borssele heeft een vermogen van 485 MW. Met 1 GigaWatt zijn ongeveer een miljoen huizen van stroom te voorzien, en 1 GW staat gelijk aan 1000 MW.
De regering wil naast reguliere kerncentrales ook met zogeheten SMR’s aan de slag. Deze belofte van dit type kernreactor is dat deze fabrieksmatig en dus goedkoper gebouwd kan worden. Vrijdag maakt het kabinet daarvoor plannen bekend. Dit soort kernreactoren lijken vooralsnog op veel politiek enthousiasme te kunnen rekenen.
Nu het kabinet vaart wil maken met de bouw van twee reguliere kerncentrales, zal het zowel de Zeeuwen als de Groningers te vriend moeten houden. Het is bovenal een politieke keuze waar de twee kerncentrales belanden. Hoe zwaar weegt het Groningse aardgasverleden? Hoeveel mogen extra investeringen in het stroomnet kosten? In september wil het kabinet besluiten over de definitieve locatie.
Het ministerie van Klimaat en Groene Groei wilde donderdag nog niet reageren.