Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Er was de afgelopen tijd nogal wat discussie over de zorgkloof, waarbij over en weer werd gesmeten met cijfers. Sander Schimmelpenninck haalde in een column een bewering van Anna Strolenberg (Volt) in het Europees Parlement aan: ‘Nederlandse vrouwen zijn de afgelopen twintig jaar 15 uur méér gaan werken, terwijl mannen maar 24 minuten méér zijn gaan zorgen.’ Klopte niet, schreef Schimmelpenninck, die aangaf dat het om cijfers van tussen 1995 en 2015 ging en dus niet van de afgelopen twintig jaar. Schimmelpenninck sprak voorts van ‘een womanosphere, waarbinnen er wel héél gretig gerommeld wordt met cijfers’.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Dat liet Strolenberg begrijpelijkerwijs niet over haar kant gaan. Middels een ingezonden brief haalde ze haar gram op Schimmelpenninck. Ook de auteurs van het boek waar Strolenberg haar oorspronkelijke uitspraak op baseerde, Mirte Wibaut en Bregje Feuth, reageerden. Dat deden ze inhoudelijk en overtuigend, maar ze konden het uiteindelijk toch niet laten Schimmelpenninck nog even ‘Mansplainer des Vaderlands’ te noemen.
Twee dingen. Ten eerste: cijfers zijn handig, maar als ze eendimensionale weerspiegeling van een gelaagde realiteit zijn, heb je er niet zoveel aan. Er zijn heel wat vaders meer gaan zorgen en heel wat moeders meer gaan werken. Ook zijn er nog groepen waarbij flink terrein te winnen valt. Maar als alles wordt platgeslagen tot gemiddelden, en cijfers worden gebruikt om makkelijk te scoren, ontstaat er nooit een vruchtbare discussie – laat staan goed beleid. Welke vaders precies zorgen nog te weinig? Welke moeders zouden meer kunnen werken?
Ten tweede: kan iedereen (godverdomme) even normaal tegen elkaar doen? Als de neuzen, zoals steeds wordt beweerd, dezelfde kant op staan, benader elkaar en het andere geslacht dan met wat respect en genade. Het voortdurend tegen elkaar uitspelen van mannen en vrouwen en vaders en moeders is even saai als contraproductief.
Ondertussen volstrekt zich op het gebied van betrokken vaderschap een heuse ‘stille revolutie’, zoals woensdag opgetekend in de Volkskrant. Een zevental vaders werd geportretteerd met hun kinderen. Graag citeer ik even de 34-jarige Olav Louvre Berg-Eriksen uit Oslo: ‘Opvoeden met mijn vriendin voelt meer als teamwork dan als het verdelen van taken. Samen proberen we Max een hands-on, fantasierijke omgeving te bieden, waarbij we schermen vermijden, muziek draaien en creatief spel aanmoedigen in plaats van passief vermaak.’ Goed verhaal, Olav Louvre. Maar, eerlijk is eerlijk, ik moest er ook een klein beetje binnensmonds van kotsen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant